Geplaatst: February 15th, 2012, 9:17am CET
pDe financiële crisis mag haar vijfde kaarsje uitblazen. #39;Kans op lelijke schok op financiële markten neemt toe#39;, schreven we in De Tijd op 14 februari 2007. We verwezen toen naar probleemkredieten bij de bankenreus HSBC. We maakten kennis met termen als #39;subprime#39;./p
pHopelijk vieren we geen tiende verjaardag - of een zesde. Maar de crisis zit nog erg diep. Het is inmiddels duidelijk dat hier niet één schuldige bestaat, ook al zouden we die graag aanwijzen en met pek en veren bedekken. Dat zou deugd doen./p
pDe academicus Roman Frydman, de auteur van #39;Beyond Mechanical Markets#39;, wijst het gros van de Nobelprijswinnaars Economie aan als medeschuldigen./p
pHyman Minsky zit zowat op dezelfde golflengte. Nu ja, zit: de econoom is al 15 jaar dood. Tijdens zijn leven kende nagenoeg niemand hem. Vandaag is hij beroemd. In de Tijd-top van grootste economen aller tijden van 2010 haalde de Keynes-adept net niet de top10./p
pMinsky heeft zijn postume glorie te danken aan zijn correcte verklaring voor een crisis die ruim tien jaar na zijn dood zou plaatsgrijpen. #39;Stabiliteit destabiliseert#39;, schreef hij in de jaren 70. Als alles goed gaat, daalt al snel een speculatieve destructieve euforie neer over de mensheid./p
pMinsky deelt dat destabiliserende proces in drie stappen op. Een: de indekking. Wie schulden maakt, kan die probleemloos terugbetalen omdat zijn kasinkomsten groter zijn dan het bedrag en de rente van de schulden./p
pTwee: de speculatie. De cashflows dekken nu enkel nog de rentebetalingen. In deze fase rekenen de schuldenaars erop dat de rentelasten niet stijgen en dat de waarde van het onderpand voor de lening niet zakt. Hoe langer de economische voorspoed duurt, hoe meer volk de stap van fase een naar fase twee zet./p
pDrie: de Ponzi-fase. De cashflows volstaan niet langer voor de renteaflossingen. De schuldenaar kan nu enkel nog hopen dat de waarde van zijn activa blijft stijgen, dat anderen de veel te dure activa tegen een hogere prijs willen kopen, en dat nog anderen nadien tegen nog hogere prijzen willen kopen. Charles Ponzi zette in 1920 een piramideconstructie op waarbij de #39;winst#39; voor bestaande klanten eigenlijk de inleg was van almaar nieuwe klanten./p
pDe Minsky-theorie is van alle tijden. Hoe langer de markten veilig lijken, hoe labieler ze worden. Een mooi voorbeeld is de convergentie van de euroleden, de langdurige stabiliteit van de euro en de divergentie sinds 2007. a href=http://blogs.tijd.be/.a/6a00d83451d54269e20167625fc172970b-pi style=float: right;img alt=Knipsel border=0 class=asset asset-image at-xid-6a00d83451d54269e20167625fc172970b src=http://blogs.tijd.be/.a/6a00d83451d54269e20167625fc172970b-800wi style=margin: 0px 0px 5px 5px; title=Knipsel //a/p
pHet tijdstip van die ommekeer heet #39;Minsky-moment#39;: steeds meer spelers beseffen dat het onevenwicht gigantisch is geworden en trachten nog snel hun activa te verkopen. Ook de goede activa, zodat ook hun waarde fors begint te dalen en op de duur alles naar beneden dondert./p
pZo#39;n Minsky-moment kan een poos duren. Vijf jaar en misschien meer. Maar dan moet het voorafgaande Minsky-proces echt wel de spuigaten zijn uitgelopen./p
pIn strongWaldorf/strong gaat Pierre Huylenbroeck in op een stukje financieel-economische actualiteit/p