Huizenkopers hebben bij het afsluiten van een nieuwe hypotheek in augustus bijna twee keer zo vaak voor een korte rentevaste periode (tot maximaal één jaar) gekozen als een jaar eerder.
Ruim 27 procent van het bedrag aan nieuw afgesloten woninghypotheken had een korte rentevaste periode, tegen 14 procent in augustus 2008. Dat heeft het CBS maandag bekendgemaakt.
De groei van het percentage nieuw afgesloten hypotheken met een rentevaste periode van maximaal één jaar gaat samen met een forse daling van de korte hypotheekrente. Deze rente is tussen oktober 2008 en april 2009 gedaald van 6 naar 3,5 procent, aldus het CBS.
Probleem bij deze constructie blijft dat een variabele rente een sterke fluctuatie in de maandlasten kan veroorzaken en dat de maandelijkse teruggaaf van de belasting in een dalende rentecurve wel eens voor een nare verrassing kan zorgen bij de aangifte.
Uiteraard is ook het verschil tussen de vaste rente en de kortlopende rente een duivels dilemma als de kortlopende onverhoopt weer op zou lopen. Immers omzetten naar een “veilige” vaste rente kan resulteren in een verdubbeling van de maandlasten.