-
Opgehaald: September 30th, 2009, 2:11pm CEST
Vandaag gaat de vernieuwde website notaris.be online. De site van de Nederlandstalige notarissen bevat onmisbare juridische en niet-juridische info over belangrijke levensmomenten: huwen, samenwonen, scheiden, ondernemen, erven, schenken, (ver)kopen en huren, … Dankzij een nieuwe en flexibele vormgeving is het een dynamische website die bijzonder gebruiksvriendelijk is.
Zowel inhoud als vorm werden herbekeken
Op dinsdag 29 september gaat de vernieuwde www.notaris.be officieel online. De site van de Nederlandstalige notarissen werd helemaal vernieuwd, zowel op inhoudelijk als grafisch vlak.
Notaris Bernard D’hoore (voorzitter van de Commissie Informatica): “Niet enkel de look & feel van de site is veranderd. Ook de opbouw werd drastisch aangepast. Voortaan vindt u per thema de weg naar eerstelijnsinformatie over huwen en samenwonen, scheiden, erven en schenken, (ver)kopen, huren en lenen, ondernemen en conflicten oplossen.â€
Wie concrete info wenst over zijn eigen situatie, kan daarvoor uiteraard terecht bij de notaris. Hij of zij zal u advies op maat geven.
Gebruiksvriendelijk en interactief
De makers van de site hebben veel aandacht besteed aan de gebruiksvriendelijkheid. Zo zijn de brochures met uitgebreide info makkelijk te downloaden en zijn de overige teksten beschikbaar in een printvriendelijke versie.
De site is ook interactief: bezoekers kunnen hun mening geven via polls en zich inschrijven op een nieuwsbrief.
Up- to-date
Alle info op www.notaris.be wordt permanent up-to-date gehouden, zodat de gebruiker steeds kan beschikken over geactualiseerde informatie.
Zo bevat de site een handig adresboek met daarin de contactgegevens van alle Belgische notarissen, een notarieel woordenboek waarin vakjargon in verstaanbare taal wordt toegelicht, een berekeningsmodule die uitgaat van uw beschikbare budget voor uw vastgoedaankoop en een uitgebreide lijst met de meestgestelde vragen aan de notaris én de vacatures in het notariaat.
De officiële persmededelingen en jaarverslagen van de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat ontbreken uiteraard ook niet. Net zoals de driemaandelijkse notarisbarometer die o.a. de Belgische vastgoedmarkt in kaart brengt.
Op dit ogenblik telt België 1.410 notarissen, actief in 1.187 notariskantoren, waaronder 198 associaties die samen 422 notarissen groeperen.
Elk jaar gaan er meer dan 2,5 miljoen cliënten bij de notaris langs voor advies en het verlijden van akten.
In 2008 hebben de notarissen 854.912 akten verleden en voor meer dan 3,5 miljard euro aan registratierechten geïnd ten bate van de Staat.
-
Opgehaald: September 30th, 2009, 2:11pm CEST
Vandaag gaat de vernieuwde website notaris.be online. De site van de Nederlandstalige notarissen bevat onmisbare juridische en niet-juridische info over belangrijke levensmomenten: huwen, samenwonen, scheiden, ondernemen, erven, schenken, (ver)kopen en huren, … Dankzij een nieuwe en flexibele vormgeving is het een dynamische website die bijzonder gebruiksvriendelijk is.
Zowel inhoud als vorm werden herbekeken
Op dinsdag 29 september gaat de vernieuwde www.notaris.be officieel online. De site van de Nederlandstalige notarissen werd helemaal vernieuwd, zowel op inhoudelijk als grafisch vlak.
Notaris Bernard D’hoore (voorzitter van de Commissie Informatica): “Niet enkel de look & feel van de site is veranderd. Ook de opbouw werd drastisch aangepast. Voortaan vindt u per thema de weg naar eerstelijnsinformatie over huwen en samenwonen, scheiden, erven en schenken, (ver)kopen, huren en lenen, ondernemen en conflicten oplossen.â€
Wie concrete info wenst over zijn eigen situatie, kan daarvoor uiteraard terecht bij de notaris. Hij of zij zal u advies op maat geven.
Gebruiksvriendelijk en interactief
De makers van de site hebben veel aandacht besteed aan de gebruiksvriendelijkheid. Zo zijn de brochures met uitgebreide info makkelijk te downloaden en zijn de overige teksten beschikbaar in een printvriendelijke versie.
De site is ook interactief: bezoekers kunnen hun mening geven via polls en zich inschrijven op een nieuwsbrief.
Up- to-date
Alle info op www.notaris.be wordt permanent up-to-date gehouden, zodat de gebruiker steeds kan beschikken over geactualiseerde informatie.
Zo bevat de site een handig adresboek met daarin de contactgegevens van alle Belgische notarissen, een notarieel woordenboek waarin vakjargon in verstaanbare taal wordt toegelicht, een berekeningsmodule die uitgaat van uw beschikbare budget voor uw vastgoedaankoop en een uitgebreide lijst met de meestgestelde vragen aan de notaris én de vacatures in het notariaat.
De officiële persmededelingen en jaarverslagen van de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat ontbreken uiteraard ook niet. Net zoals de driemaandelijkse notarisbarometer die o.a. de Belgische vastgoedmarkt in kaart brengt.
Op dit ogenblik telt België 1.410 notarissen, actief in 1.187 notariskantoren, waaronder 198 associaties die samen 422 notarissen groeperen.
Elk jaar gaan er meer dan 2,5 miljoen cliënten bij de notaris langs voor advies en het verlijden van akten.
In 2008 hebben de notarissen 854.912 akten verleden en voor meer dan 3,5 miljard euro aan registratierechten geïnd ten bate van de Staat.
-
Opgehaald: September 30th, 2009, 2:11pm CEST
Op de Belgische markt zijn er werkmogelijkheden in overvloed. Men dient er enkel voor te zorgen dat “Vraag†en “Aanbod†elkaar ontmoeten en stimuleren.
Provoceer het lot en grijp uw kans! In tijden van crisis, is niemand gebaat met een fatalistische houding. Met deze beknopte woorden bood de CEO van e-mail BROKERS, William Vande Wiele, gratis het platform « Sending My CV » aan, aan alle Belgische ministers die betrokken zijn bij het terugdringen van de werkloosheid. Het resultaat ? Een verontrustende stilte …
Enerzijds worden duizenden Belgische KMO’s belemmerd in hun vooruitgang door een gebrek aan personeel. Werkgevers zijn overstelpt met werk en hebben niet voldoende tijd noch middelen om hun rekruteringsproblemen op behoorlijke wijze aan te pakken. Anderzijds zorgen de sluitingen van bedrijven, de herstructureringen en andere grootschalige ontslagen enkel nog voor een verhoging van het aantal werkzoekenden.
“Er bestaat geen minder toepasselijke benaming dan die van’werkzoekende’â€, verklaart William Vande Wiele, CEO van e-mail BROKERS. “Vandaag volstaat het niet meer om naar werk te zoeken,men moet erop jagen, er een klopjacht op houden,zijn queeste voortdurend stimuleren en soms zelf een nood creëren. Hiervoor moet men zich uitrusten in functie van de periode waarin men leeft zodat het doel op de meest zekere, efficiënte en snelle manier bereikt kan worden.â€
Niets werkt beter dan elektronische communicatie als het aankomt op promotie. Snelheid, efficiëntie, bepaling van de doelgroep, besparingen op postzegels en papier, analyse van de resultaten en discretie zijn slechts enkele van de voordelen die verantwoordelijk zijn voor het succes van de databases en diensten van e-mail BROKERS. Ondersteund door haar internationale ontwikkeling, begreep het Belgische bedrijf het potentieel van een dergelijke manier van communiceren voor werkzoekenden. In 2007 werd bijgevolg www.sendingmycv.com gelanceerd in samenwerking met het Brusselse agentschap 4advice, om snel te resulteren in een onverhoopt succes bij het grote publiek.
Dit intelligente en geautomatiseerde platform laat werklozen en werkzoekenden, studenten, jobstudenten en stagiaires toe om een heuse e-mail campagne te lanceren naar bedrijven die op de meest efficiënte wijze geselecteerd werden tussen 100.000 geschikte Belgische contacten (de exacte werking wordt hieronder beschreven).
Bepaalde goed doordachte en gerichte campagnes verkregen zelfs een resultaat van meer dan 35% geopende e-mails…genoeg om de grootste marketeers groen van jaloezie te maken …
“Het is niet verbazend dat onze KMO’s, die 90% van de economische structuur uitmaken, een mail openen die voor hen bestemd is en die op proactieve wijze een oplossing voor hun probleem voorsteltâ€, stelt (constateert staat in de volgende paragraaf) William Vande Wiele. “De Belgische ondernemer is pragmatisch en ons platform vormt een ideale tool om de werkgelegenheid te stimuleren door de meest geschikte kandidaturen op het juiste adres te bezorgen.â€
Als we, uiteindelijk, in gedachten houden dat dit proces bijna vijf keer minder kost dan het versturen van een CV via de post, ziet men al snel in dat dit project een mooie toekomst is weggelegd!
“Helaas, ons privé-initiatief zorgde niet enkel voor gelukkigen in de rangen van wie een werkloosheidsuitkering trekt en ons elan werd gedurende meerdere maanden vertraagdâ€, constateert William Vande Wiele. “De rechtbanken hebben ons uiteindelijke gelijk gegeven en wij hebben meer dan ooit vrij spel om de mensen bij te staan die de moed hebben om hun lot in handen te nemen en zin hebben om zoveel mogelijk troeven aan hun kant te krijgen!â€
Een jaar na de aanvang van de crisis, voegt Sending My CV de daad bij het woord door reeds twee weken aan een stuk aan onze federale en regionale bestuurders voor te stellen om gratis gebruik te maken van haar platform zodat ze het outplacement project van hun keuze kunnen beheren.
“Ik heb mijn burgerplicht vervuld en ik wacht op hun antwoord in de overtuiging dat de spontane sollicitatie de beste manier is om werk te vinden, terwijl Sending my CV perfect in staat is om dit proces te automatiseren om zo aanzienlijk betere resultaten te bereiken!â€, besluit William Vande Wiele.
De werking van Sending My CV Hoe werkt Sending my CV? Het systeem is erg eenvoudig. Twee gratis online instrumenten op de portaalsite www.sendingmycv.com helpen de gebruiker bij het opstellen van een trefzekere, aangepaste en professionele CV en motivatiebrief. Het doel: de talenten van de kandidaat zoveel mogelijk op de voorgrond brengen om zo zijn kansen bij potentiële werkgevers te verhogen. Na deze eerste fase kan de gebruiker overstappen naar de betalende sectie van de website die toegankelijk wordt gemaakt dankzij een voorafbetaalde kaart (over het algemeen aangeboden door een sponsor) of door middel van een debet- of kredietkaart. De kandidaat kan zo dit revolutionair middel gebruiken om zijn spontane kandidatuur op massale wijze doch gericht te versturen.
Sending my CV selecteert eerst de werkgevers die overeenstemmen met de wensen en capaciteiten van de kandidaat uit een database, samengesteld uit meer dan 100.000 Belgische ondernemingen. Vervolgens kan de kandidaat zelf de ondernemingen uitkiezen waarnaar hij zijn CV wil versturen. Eenmaal zijn kandidaturen op snelle en efficiënte wijze verzonden werden door de servers van Sending my CV, kan hij op elk moment controleren welke e-mails uiteindelijk werden gelezen, van welke e-mails de bijlagen werden geopend, welke informatie werd geraadpleegd, enz. Dit alles kost slechts 50 euro per 500 gecontacteerde werkgevers... Met andere woorden: ongeveer vijf keer minder duur dan het versturen van een CV via de post! En dan hebben we het nog niet over de toegevoegde waarden inzake snelheid en respect voor het milieu.
 www.sendingmycv.com
-
Opgehaald: September 30th, 2009, 2:11pm CEST
Vanaf 1 oktober 2009 zijn de erkende ondernemingsloketten flexibeler open en dus beter afgestemd op het leven van zelfstandigen. Minister van KMO’s en Zelfstandigen Sabine Laruelle ondertekende daarvoor een koninklijk besluit uit tot bepaling van de openingsuren van de erkende ondernemingsloketten.
Het besluit bepaalt dat:- erkende ondernemingsloketten minstens elke werkdag van 9 tot 12 uur open zijn voor het publiek;- erkende ondernemingsloketten minstens 30 uur per week open zijn voor bezoeken na afspraak;- erkende ondernemingsloketten voor een telefonische permanentie zorgen;- erkende ondernemingsloketten minstens een dag per week na afspraak open zijn tot 17 uur;- minstens de helft van de kantoren van de ondernemingsloketten ten minste één dag per week na afspraak open is tot 19 uur.
Met deze flexibeler openingsuren wil minister Laruelle ervoor zorgen dat ondernemingen en zelfstandigen gemakkelijker gebruik kunnen maken van de diensten die ondernemingsloketten aanbieden. Ze moeten ook de stap naar ondernemerschap vereenvoudigen en versnellen.
Een ondernemingsloket is een aanspreekpunt voor ondernemingen. Het voert taken uit waarvoor ondernemers vroeger met verschillende instanties contact moesten opnemen. Het loket vereenvoudigt dus het werk van bestaande ondernemers en maakt het voor beginnende ondernemers gemakkelijker om een activiteit te starten.
Ondernemingsloketten hebben de volgende opdrachten:- handels-, niet-handels- en ambachtsondernemingen in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) inschrijven;- een aantal verplichte voorafgaande machtigingen onderzoeken bij de inschrijving van een handels- of ambachtsonderneming: o ondernemersvaardigheden (basiskennis bedrijfsbeheer, intersectorale beroepsbekwaamheid en/of sectorale beroepsbekwaamheid);o machtiging voor ambulante handel;o machtiging voor kermisactiviteiten;o beroepskaart voor vreemdelingen;o vergunning slager-spekslager.- uittreksels uit de KBO afleveren;- voor de schatkist rechten innen die verschuldigd zijn;- eventueel: het ondernemingsnummer bij de BTW activeren.
-
Opgehaald: September 30th, 2009, 2:11pm CEST
Met meer dan 450 deelnemende bedrijven stevent Open Bedrijvendag alweer af op een record. Van een crisis is helemaal geen sprake. Integendeel.
Organisator Ann Van Doren: “Het succes van Open Bedrijvendag is een duidelijk teken dat ondernemers in Vlaanderen blijven investeren in hun bedrijf en de huidige economische situatie met een open en positieve communicatie aanpakken.â€Een greep uit de deelnemers dit jaar: Alfacam, VTM, Frisk, Metris, Afrika Museum Tervuren, Fluxys, Ganda Ham, Touring Mobilis, Ambiorix, Bio-Racer, De Lijn West-Vlaanderen, Brouwerij Bavik en Roularta. De Interessantste ZondagMet de nieuwe slogan ‘De Interessantste Zondag van het jaar’ nodigt Open Bedrijvendag het publiek uit voor een boeiend bedrijfsbezoek, een leerrijke dag waarop je zowel de volautomatische productie van pannenkoeken (Lipcas) kan gaan bekijken als de werking van een landingsgestel (Winters Aviation) of ontdekken hoe verkeersinformatie verzameld en verdeeld wordt naar internet, gps, smartphones en digitale verkeersborden (Be-Mobile). Kortom, voor iedereen is er wel iets interessants te vinden op 4 oktober. Thema: sociale economieDeze editie van Open Bedrijvendag legt de focus op “sociale economie, iedereen win(s)tâ€. De sociale economie telt zo’n 800 vestigingen in Vlaanderen en stelt meer dan 30.000 mensen tewerk. Het gaat hier vooral om de traditionele kringloopwinkels, beschutte en sociale werkplaatsen, invoegbedrijven of coöperaties, maar ook om nieuwere initiatieven als seniorenzorg, energiesnoeiers, groenwerkers en fietspunten. De sociale economie wil het ondernemerschap zélf radicaal anders aanpakken, door duurzaam en coöperatief te ondernemen. De sociale economie wil ook voor maatschappelijke winst zorgen. Hoe ze dat doen, kan je op 63 locaties gaan bekijken. JobsCrisis of geen crisis, nog steeds zijn veel bedrijven op zoek naar nieuwe medewerkers. Op www.openbedrijvendag.be  staan bijna 400 vacatures opgelijst bij niet minder dan 150 bedrijven. Op Open Bedrijvendag toont elk van hen zich van hun beste kant als werkgever.  In het Brussel Hoofdstedelijk Gewest nemen er negen bedrijven deel waaronder Kinepolis en Vorst Nationaal. Open Bedrijvendag vindt plaats op zondag 4 oktober van 10 tot 17u. De toegang is overal gratis. Alle info op www.openbedrijvendag.be
-
Opgehaald: September 30th, 2009, 2:11pm CEST
Met meer dan 450 deelnemende bedrijven stevent Open Bedrijvendag alweer af op een record. Van een crisis is helemaal geen sprake. Integendeel.
Organisator Ann Van Doren: “Het succes van Open Bedrijvendag is een duidelijk teken dat ondernemers in Vlaanderen blijven investeren in hun bedrijf en de huidige economische situatie met een open en positieve communicatie aanpakken.â€Een greep uit de deelnemers dit jaar: Alfacam, VTM, Frisk, Metris, Afrika Museum Tervuren, Fluxys, Ganda Ham, Touring Mobilis, Ambiorix, Bio-Racer, De Lijn West-Vlaanderen, Brouwerij Bavik en Roularta. De Interessantste ZondagMet de nieuwe slogan ‘De Interessantste Zondag van het jaar’ nodigt Open Bedrijvendag het publiek uit voor een boeiend bedrijfsbezoek, een leerrijke dag waarop je zowel de volautomatische productie van pannenkoeken (Lipcas) kan gaan bekijken als de werking van een landingsgestel (Winters Aviation) of ontdekken hoe verkeersinformatie verzameld en verdeeld wordt naar internet, gps, smartphones en digitale verkeersborden (Be-Mobile). Kortom, voor iedereen is er wel iets interessants te vinden op 4 oktober. Thema: sociale economieDeze editie van Open Bedrijvendag legt de focus op “sociale economie, iedereen win(s)tâ€. De sociale economie telt zo’n 800 vestigingen in Vlaanderen en stelt meer dan 30.000 mensen tewerk. Het gaat hier vooral om de traditionele kringloopwinkels, beschutte en sociale werkplaatsen, invoegbedrijven of coöperaties, maar ook om nieuwere initiatieven als seniorenzorg, energiesnoeiers, groenwerkers en fietspunten. De sociale economie wil het ondernemerschap zélf radicaal anders aanpakken, door duurzaam en coöperatief te ondernemen. De sociale economie wil ook voor maatschappelijke winst zorgen. Hoe ze dat doen, kan je op 63 locaties gaan bekijken. JobsCrisis of geen crisis, nog steeds zijn veel bedrijven op zoek naar nieuwe medewerkers. Op www.openbedrijvendag.be  staan bijna 400 vacatures opgelijst bij niet minder dan 150 bedrijven. Op Open Bedrijvendag toont elk van hen zich van hun beste kant als werkgever.  In het Brussel Hoofdstedelijk Gewest nemen er negen bedrijven deel waaronder Kinepolis en Vorst Nationaal. Open Bedrijvendag vindt plaats op zondag 4 oktober van 10 tot 17u. De toegang is overal gratis. Alle info op www.openbedrijvendag.be
-
Opgehaald: September 24th, 2009, 3:17pm CEST
Na negen maanden in het Witte Huis, lopen de meningen over de leidinggevende capaciteiten van president Obama nogal uiteen. Hij wordt een goed leider genoemd omdat hij gevoelige vraagstukken omtrent de economie, het Midden-Oosten en de gezondheidszorg niet uit de weg gaat. En om diezelfde reden wordt hij een slechte leider genoemd.
Norm Smallwood, medeoprichter van de RBL Group, en medeauteur van ‘The Leadership Code’, analyseerde samen met zijn collega's Dave Ulrich en Kate Sweetman de belangrijkste onderzoeken naar leiderschap van de afgelopen decennia en destilleerden daaruit vijf regels die cruciaal zijn voor eersteklas leiderschap. Op Forbes vertelt hij dat Obama ze volgens die analyse allemaal toepast. U ook?
1. Visionaire inzichtenObama is duidelijk een visionair met een nieuwe benadering van politiek. Zijn strategie verschilt enorm van zijn voorgangers. Hij blijft met heldere inzichten komen over de economische crisis, de oorlog in Irak, de hervormingen op het gebied van de gezondheidszorg, klimaatverandering en de rol van de VS op het wereldtoneel.
2. Dingen gedaan krijgen Het is makkelijk om mooie plannen te bedenken, maar een stuk minder om ze waar te maken. Obama maakt gebruik van alle middelen die hij voor handen heeft om dingen waar te maken en anderen te overtuigen en over te halen mee te werken en resultaten te genereren. Van de meerderheidsstatus van zijn partij in het congres tot zijn kansel als wereldleider. Tot nu toe lijken de resultaten veelbelovend.
3. Talenten om zich heen verzamelen Leiders die zich omringen met talent boeken snel resultaat en garanderen zich tegelijkertijd van een goed moraal en veel betrokkenheid. Obama is hier een meester in. Hij doet het niet alleen, en doet ook niet alsof hij dat wel doet.
4. De volgende generatie vormenEen goede leider kijkt nu al naar de vaardigheden die op de lange termijn nodig zijn. Obama legt hier nu de basis voor met zijn aandacht voor onder andere klimaatverandering, gezondheidszorg en infrastructuur.
5. In zichzelf investeren Om de eerste vier regels effectief toe te kunnen passen, moet een leider zichzelf constant blijven ontwikkelen. Hij of zij moet blijvend investeren in intellectuele, spirituele, emotionele en lichamelijke verbeteren om de eisen die aan het leiderschap gesteld worden aan te kunnen. Obama is bereid zich steeds opnieuw af te vragen wie hij is, waar hij voor staat, waarom dat zo is en hoe hij zichzelf kan verbeteren. Â Bron: managersonline
-
Opgehaald: September 24th, 2009, 3:17pm CEST
Na negen maanden in het Witte Huis, lopen de meningen over de leidinggevende capaciteiten van president Obama nogal uiteen. Hij wordt een goed leider genoemd omdat hij gevoelige vraagstukken omtrent de economie, het Midden-Oosten en de gezondheidszorg niet uit de weg gaat. En om diezelfde reden wordt hij een slechte leider genoemd.
Norm Smallwood, medeoprichter van de RBL Group, en medeauteur van ‘The Leadership Code’, analyseerde samen met zijn collega's Dave Ulrich en Kate Sweetman de belangrijkste onderzoeken naar leiderschap van de afgelopen decennia en destilleerden daaruit vijf regels die cruciaal zijn voor eersteklas leiderschap. Op Forbes vertelt hij dat Obama ze volgens die analyse allemaal toepast. U ook?
1. Visionaire inzichtenObama is duidelijk een visionair met een nieuwe benadering van politiek. Zijn strategie verschilt enorm van zijn voorgangers. Hij blijft met heldere inzichten komen over de economische crisis, de oorlog in Irak, de hervormingen op het gebied van de gezondheidszorg, klimaatverandering en de rol van de VS op het wereldtoneel.
2. Dingen gedaan krijgen Het is makkelijk om mooie plannen te bedenken, maar een stuk minder om ze waar te maken. Obama maakt gebruik van alle middelen die hij voor handen heeft om dingen waar te maken en anderen te overtuigen en over te halen mee te werken en resultaten te genereren. Van de meerderheidsstatus van zijn partij in het congres tot zijn kansel als wereldleider. Tot nu toe lijken de resultaten veelbelovend.
3. Talenten om zich heen verzamelen Leiders die zich omringen met talent boeken snel resultaat en garanderen zich tegelijkertijd van een goed moraal en veel betrokkenheid. Obama is hier een meester in. Hij doet het niet alleen, en doet ook niet alsof hij dat wel doet.
4. De volgende generatie vormenEen goede leider kijkt nu al naar de vaardigheden die op de lange termijn nodig zijn. Obama legt hier nu de basis voor met zijn aandacht voor onder andere klimaatverandering, gezondheidszorg en infrastructuur.
5. In zichzelf investeren Om de eerste vier regels effectief toe te kunnen passen, moet een leider zichzelf constant blijven ontwikkelen. Hij of zij moet blijvend investeren in intellectuele, spirituele, emotionele en lichamelijke verbeteren om de eisen die aan het leiderschap gesteld worden aan te kunnen. Obama is bereid zich steeds opnieuw af te vragen wie hij is, waar hij voor staat, waarom dat zo is en hoe hij zichzelf kan verbeteren. Â Bron: managersonline
-
Opgehaald: September 24th, 2009, 3:17pm CEST
Belgen gebruiken massaal de auto om naar het werk te gaan. Vaak kunnen ze niet anders: er is geen openbaar vervoer, het is te ver voor de fiets, … Maar Max Mobiel pakt dit probleem met succes aan.
- Door Michel Standaert
Sprekende cijfers vinden we in een mobiliteitsonderzoek dat enkele maanden geleden op vraag van Vlaams (nu ex-) Minister van Mobiliteit Kathleen Van Brempt werd uitgevoerd. Daaruit blijkt dat elke dag zo’n 2,5 miljoen Vlamingen op het werk moeten geraken. 70 % van al die verplaatsingen gebeurt met de wagen, alhoewel 27 % van de mensen op minder dan vijf kilometer van het werk woont. Gevolg van deze centrale rol van de auto: verkeerscongestie, luchtvervuiling, verkeersonveiligheid,… Pieter Vercruyssen, Projectmanager van het Gentse mobiliteitsproject Max Mobiel: “Een ander negatief effect van deze situatie werd duidelijk toen de economie nog goed boerde. Gent had toen immers met een groot percentage werklozen te kampen, terwijl de bedrijven met personeelskrapte hadden te maken! Sommigen schreven dit fenomeen toe aan de vermaarde ‘werkloosheidsval’, anderen aan een gebrek aan kinderopvang,…
Maar nader onderzoek wees uit dat de oorzaak eigenlijk een mobiliteitsval was! Vooral mensen met lage inkomens hebben vaak geen auto en er is te weinig openbaar vervoer naar de bedrijventerreinen, vooral voor diegenen die in ploegen werken en bijvoorbeeld om half vijf ‘s morgens aanwezig moeten zijn.†Om dit probleem op te lossen, werd in januari 2006 ‘Max Mobiel’ opgestart. Het gaat om een project van ‘Gent, Stad in Werking’, een veelomvattend initiatief van de dienst Economie en Werk van Stad Gent. Pieter Vercruyssen vervolgt: “Max Mobiel heeft drie hoofdactiviteiten. Eerst en vooral willen we de inzet van pendelbussen faciliteren. Daartoe hebben we een webapplicatie ontwikkeld waarop bedrijven van bijvoorbeeld de Gentse Zeehaven kunnen invullen welke werknemers de volgende dagen of weken een beroep op zo’n busje zullen doen en op welk uur. Sommige firma’s pakken het een beetje anders aan en vragen hun eigen personeel om zich op de site aan te melden indien ze de service willen gebruiken. De webapplicatie is ook toegankelijk voor de verschillende vervoersmaatschappijen die eigenaar van de bussen zijn.
Ze zien op de site bijvoorbeeld dat er om 3.45 uur aan Gent Dampoort zeven mensen zullen wachten om naar firma X in de Kennedylaan te worden gebracht. De busjes kunnen acht personen transporteren. Als er zich dus bijvoorbeeld 10 personen hebben ingeschreven, weet de vervoerder dat één bus niet zal volstaan en dat hij er twee naar de startplaats moet sturen. De terugtocht vanuit het bedrijventerrein naar stad Gent wordt op dezelfde manier – reserveren door aanvrager, rijden door busmaatschappijen – geregeld. Max Mobiel voert controles uit of het aantal ingeschreven personen overeenkomt met het bedrag dat de vervoerder aan de bedrijven factureert. Voorts wissen we de namen van mensen die ziek zijn - maar zich vergaten uit te schrijven -, streven we naar een zo hoog mogelijke bezettingsgraad van de bussen, …
De kost voor de aanvragers bedraagt 3,5 euro per enkele rit, of 5 euro voor een heen- en terugreis. Sommige bedrijven kiezen ervoor alles of een deel zelf te betalen. Zo vragen uitzendkantoren doorgaans dat de werknemer één euro per rit bijdraagt. Onze tweede hoofdactiviteit bestaat erin pendelfietsen aan te bieden, dit via ‘fietspunten’ in Gent Dampoort en Gent Sint-Pieters. Werknemers die bijvoorbeeld in Aalter wonen, kunnen de trein naar Gent-Sint-Pieters nemen, om dan bij ons - voor 20 euro per maand of 195 euro per jaar - een fiets te huren waarmee ze naar hun werkgever rijden. Want dit gaat vaak sneller dan een bus te nemen. Tenslotte bieden we ook een fietskoerierdienst aan. Deze is vooral in Gent erg nuttig, omdat het centrum het grootste voetgangersgebied van Vlaanderen heeft. Daardoor mogen er geen of nauwelijks auto’s of bestelwagens rijden. Maar ook buiten deze zone leveren we heel wat pakjes. De prijs ligt tussen de 5 en 10 euro per bestelling.†Het werkingsgebied van Max Mobiel blijft zich intussen uitbreiden, stelt Pieter Vercruyssen. Zo regelt de organisatie sinds oktober ook pendelbussen naar de Waaslandhaven, in het noordoosten van Oost-Vlaanderen.
www.max-mobiel.be
Foto: Pieter Vercruyssen
Â
-
Opgehaald: September 24th, 2009, 3:17pm CEST
Steeds vaker werken meerdere KMO’s en kenniscentra samen aan innovaties. Helaas blijft de actieradius van deze clusters veelal tot Vlaanderen beperkt. Maar met de INNET-pilootoproep komt daar verandering in.
– Door Koen Vandepopuliere
In Vlaanderen zijn er diverse samenwerkingsverbanden tussen innovatieve bedrijven en/of kenniscentra terug te vinden. Een deel ervan behoort tot het type ‘Vlaamse Innovatiesamenwerkingsverbanden’, zoals de Thematische InnovatieSamenwerkingen (TIS). Dit zijn clusterinitiatieven van ondernemingen die met een gemeenschappelijke technologische problematiek worden geconfronteerd, informatie willen delen en intensief met elkaar willen samenwerken om het hoofd aan competitie uit het buitenland te bieden. Een voorbeeld is het TNAV (Thematisch Netwerk Afvalwaterzuiveringstechnologie Vlaanderen): een netwerk van 65 Vlaamse firma’s en 20 onderzoekscentra die allemaal rond de technologie van waterzuivering werken.
Tom Schamp, Adviseur bij IWT (Instituut voor de aanmoediging van innovatie door Wetenschap en Technologie): “We vinden dergelijke lokale initiatieven terug in veel E.U.-landen en regio’s die het opmerkelijk goed doen. Dit staat in schril contrast met de Europese projecten om O&O te stimuleren, want daarvoor bestaat er heel wat minder interesse. Vandaar dat de Europese Commissie besliste om het anders aan te pakken en de samenwerking tussen bedrijven uit verschillende landen en regio’s financieel te steunen. In Vlaanderen, maar ook in een tiental andere Europese landen en regio's, werd dit idee in de praktijk in de ‘INNET-Pilootoproep Innovation Express 2009’ vertaald, waarop de geïnteresseerde clusters tot 31 december 2009 kunnen intekenen.â€
Waarover gaat het nu concreet? Enkel goedgekeurde TIS-projecten komen in aanmerking om een aanvraag voor de lopende INNET-oproep in te dienen. Deze omvat vier delen: (1) de identificatie van de participerende clusters aan het project, (2) de omschrijving van de Europese samenwerkingsstrategie, (3) de detailuitwerking van het actieplan, inclusief de verschillende activiteiten, de doelstellingen en het verwachte resultaat, en (4) een ingevulde checklist waarmee de aanvrager voor zichzelf nagaat of het dossier correct is opgesteld (dit is zo indien het in het Engels is geschreven, het aanvraagformulier van de IWT-site werd gebruikt, de aanvrager een clusterinitiatief is,…).
Tom Schamp: “We verwachten wel dat de aanvragende cluster een voorbespreking met ons houdt waarin we de ‘kladversie’ van de dossieraanvraag bekijken. Op die manier kunnen we nagaan of de aanvraag correct is opgesteld, kunnen we eventuele onduidelijkheden of pijnpunten identificeren, … De IWT-adviseur die de aanvraag behandelt, geeft waar nodig ook bijkomend advies, bijvoorbeeld over het opstellen van een begroting, welke kosten of activiteiten al dan niet aanvaardbaar zijn, welke samenwerkingsverbanden de clusters kunnen aangaan, etc.†De (on)ontvankelijkheid wordt uitgesproken binnen de maand na het indienen van het dossier, waarna voor de ontvankelijke aanvragen de evaluatie van de steunaanvraag gebeurt, wat normaliter binnen de twee maanden tot een steunbeslissing leidt. Is het verdict positief, dan kan het samenwerkingsverband gedurende maximaal twaalf maanden genieten van een subsidie die met het loon van één voltijdse kracht overeenkomt, alsook een werkingskost die tot maximaal 50 % van de totale personeelskost oploopt. De totale voorgestelde kostprijs van het project wordt voor maximaal 80 % gesubsidieerd.
Maar voor welke projecten kan er nu eigenlijk een aanvraag worden ingediend? Tom Schamp: “Het gaat om projecten die kennis- en ervaringsuitwisseling op het oog hebben, ijveren voor de promotie en zichtbaarheid van een cluster en/of de positie van Vlaamse KMO’s in de andere Europese landen willen ondersteunen. Daaronder vallen bedrijfsbezoeken, seminaries, ‘brokerage events’, workshops, promotie- en netwerkactiviteiten, bij concrete samenwerking tussen clusters ook partnering events,… Het moet telkens transnationale initiatieven betreffen die een duidelijk aantoonbaar additioneel potentieel tot valorisatie in Vlaanderen hebben. Met andere woorden: ze beogen een verhoogde O&O-inspanning en innovatieactiviteit van de betrokken KMO’s, en een versnelde doorstroming van nieuwe kennis en technologieën van de technologieclusters naar de bedrijven die er deel van uitmaken.â€
www.proinnet-europe.eu/INNET, www.iwt.be/steun/steunpro/vis/index.html
Fotocode: Tom Schamp
Â
-
Opgehaald: September 24th, 2009, 3:17pm CEST
De KMO van de toekomst zal interactief zijn. En dat vraagt een andere communicatiestijl, waarbij ‘uitschreeuwen hoe goed u bent’ zal plaatsmaken voor ‘dialoog met een mondige klant’. Maar zijn KMO’s daar klaar voor?
– Door Peter Desmyttere
Wordt u een beetje suf van al dat digitale, interactieve geweld? Blogs, Facebook, YouTube, discussiefora, Twitter, ...: ze nemen met rasse schreden ons professionele leven in. Ik onderscheid drie groepen ondernemers, elk met hun eigen houding. Een eerste groep vindt het allemaal flauwekul, tijdverlies, speelgoed voor jongeren. Ze nemen afstand van deze evolutie en weigeren om de mogelijkheden voor hun bedrijf te bekijken. De tweede categorie hoort bij de klanten en prospecten de wind steeds harder waaien en vraagt zich af wat ze er nu eigenlijk kunnen mee aanvangen, waar het (financieel) voordeel zit. Tenslotte zijn er nog diegenen die nieuwe technologie omarmen en integreren in hun commerciële beleid. En wie heeft nu gelijk? Moeilijk om te zeggen, maar de derde neemt in elk geval de weg van het minste risico. De consument van vandaag heeft de interactieve media immers in het hart gesloten. En hij zal in de toekomst steeds minder voor schreeuwerige reclameboodschappen open staan. Is het dan niet aangewezen om de ogen voor deze (r)evolutie te openen? Ik zie het laatste half jaar in mijn praktijk een toenemende interesse van ondernemers voor het inzetten van interactieve communicatie. Een restauranthouder die over zijn kookkunst blogt, een juwelier die op zijn YouTube-kanaal filmpjes van luxehorloges toont, een fabrikant van tuinbouwmachines die een online community uitbouwt om de communicatie met en tussen zijn 350 dealers te verbeteren: ze bestaan echt en nemen in aantal toe. Eerste voorwaarde is een andere houding ten opzichte van communicatie, waarbij het uitgangspunt is de klant te ‘engagen’. Daarnaast moet u zich focussen op gebruikersproblemen, functionele/emotionele behoeften en een zo naadloos mogelijke integratie van de gebruikerservaring in de interactieve communicatie. Uw klant zal immers maar pas met u communiceren als er voor hem een voordeel of invulling van een concrete behoefte inzit. Zo zal een interactieve website van een automerkdealer pas werken als er tips en adviezen worden gegeven die mensen helpen en ze stimuleren om hun ervaringen met anderen te delen. Klinkt dat u té revolutionair? Dan heb ik slecht nieuws voor u. De toekomst ziet er immers digitaal en interactief uit. Interactiviteit met de klant zal het centrum van uw businessmodel moeten worden. Dat impliceert een andere attitude en wellicht ook andere communicatiepartner(s). Want ook daar knelt het schoentje: het traditionele reclamebureau zal haar dienstverlening moeten veranderen als ze niet wil uitsterven. De enge focus op reclame en creativiteit zal evolueren naar een partnermodel waarbij kennis van digitale techniek en interactieve communicatie doorslaggevend zullen zijn. Online oplossingen ontwikkelen zich in een hoog tempo tot het centrale en meest krachtige kanaal om met klanten en prospecten te communiceren. Doe er uw voordeel mee!
Peter Desmyttere is Marketingadviseur voor KMO’s en zaakvoerder van het internetmarketingbureau E-ON. Hij is gespecialiseerd in marketingstrategieën voor KMO’s.
www.desmyttere.be, www.e-on.be
Â
-
Opgehaald: September 24th, 2009, 3:17pm CEST
De KMO van de toekomst zal interactief zijn. En dat vraagt een andere communicatiestijl, waarbij ‘uitschreeuwen hoe goed u bent’ zal plaatsmaken voor ‘dialoog met een mondige klant’. Maar zijn KMO’s daar klaar voor?
– Door Peter Desmyttere
Wordt u een beetje suf van al dat digitale, interactieve geweld? Blogs, Facebook, YouTube, discussiefora, Twitter, ...: ze nemen met rasse schreden ons professionele leven in. Ik onderscheid drie groepen ondernemers, elk met hun eigen houding. Een eerste groep vindt het allemaal flauwekul, tijdverlies, speelgoed voor jongeren. Ze nemen afstand van deze evolutie en weigeren om de mogelijkheden voor hun bedrijf te bekijken. De tweede categorie hoort bij de klanten en prospecten de wind steeds harder waaien en vraagt zich af wat ze er nu eigenlijk kunnen mee aanvangen, waar het (financieel) voordeel zit. Tenslotte zijn er nog diegenen die nieuwe technologie omarmen en integreren in hun commerciële beleid. En wie heeft nu gelijk? Moeilijk om te zeggen, maar de derde neemt in elk geval de weg van het minste risico. De consument van vandaag heeft de interactieve media immers in het hart gesloten. En hij zal in de toekomst steeds minder voor schreeuwerige reclameboodschappen open staan. Is het dan niet aangewezen om de ogen voor deze (r)evolutie te openen? Ik zie het laatste half jaar in mijn praktijk een toenemende interesse van ondernemers voor het inzetten van interactieve communicatie. Een restauranthouder die over zijn kookkunst blogt, een juwelier die op zijn YouTube-kanaal filmpjes van luxehorloges toont, een fabrikant van tuinbouwmachines die een online community uitbouwt om de communicatie met en tussen zijn 350 dealers te verbeteren: ze bestaan echt en nemen in aantal toe. Eerste voorwaarde is een andere houding ten opzichte van communicatie, waarbij het uitgangspunt is de klant te ‘engagen’. Daarnaast moet u zich focussen op gebruikersproblemen, functionele/emotionele behoeften en een zo naadloos mogelijke integratie van de gebruikerservaring in de interactieve communicatie. Uw klant zal immers maar pas met u communiceren als er voor hem een voordeel of invulling van een concrete behoefte inzit. Zo zal een interactieve website van een automerkdealer pas werken als er tips en adviezen worden gegeven die mensen helpen en ze stimuleren om hun ervaringen met anderen te delen. Klinkt dat u té revolutionair? Dan heb ik slecht nieuws voor u. De toekomst ziet er immers digitaal en interactief uit. Interactiviteit met de klant zal het centrum van uw businessmodel moeten worden. Dat impliceert een andere attitude en wellicht ook andere communicatiepartner(s). Want ook daar knelt het schoentje: het traditionele reclamebureau zal haar dienstverlening moeten veranderen als ze niet wil uitsterven. De enge focus op reclame en creativiteit zal evolueren naar een partnermodel waarbij kennis van digitale techniek en interactieve communicatie doorslaggevend zullen zijn. Online oplossingen ontwikkelen zich in een hoog tempo tot het centrale en meest krachtige kanaal om met klanten en prospecten te communiceren. Doe er uw voordeel mee!
Peter Desmyttere is Marketingadviseur voor KMO’s en zaakvoerder van het internetmarketingbureau E-ON. Hij is gespecialiseerd in marketingstrategieën voor KMO’s.
www.desmyttere.be, www.e-on.be
Â
-
Opgehaald: September 24th, 2009, 3:17pm CEST
De overdracht van en de opvolging in een familiebedrijf is doorgaans een complex gebeuren. Slechts zelden is er sprake van één volledige eigenaar en één uitsluitende ‘kroonprins’. Er komen dan ook heel wat sociale, financiële en juridische complicaties bij kijken.
- Door Koen Mortelmans
Jullie stellen nogal wat holdingstructuren en patrimoniumvennootschappen voor. Maken de overheadkosten dit voor kleine bedrijven wel de moeite waard?“De jaarlijkse kost voor de instandhouding van dit type vennootschap ramen we op 2.000 tot 4.000 euro. Het verschilt van dossier tot dossier en van de mate waarin de klant zelf via zijn interne boekhouding voorbereidend werk verricht. Een holding is vooral nuttig als de overnemer veel moet lenen worden en hierdoor belangrijke cashstromen van de werkmaatschappij naar de holding nodig zijn.â€
Waar loopt het in de praktijk gewoonlijk mis?“Bij het ontkennen van de problematiek, het schip willen overlaten zonder eerst ‘schoon schip’ te maken. Je kunt een bedrijf pas overlaten als het in orde is en ook zonder de huidige bedrijfsleider kan functioneren. Een autoritaire pater familias heeft dikwijls veel moeite om dit te accepteren. Hij omringt zich te vaak met jaknikkers in plaats van met sterke persoonlijkheden die het bedrijf naar de volgende generatie kunnen loodsen.â€
Hoe actueel blijft jullie boek?“Het deel over waardebepaling, de organisatie en de juridische aspecten blijven actueel. De veranderende wetgeving over fiscaliteit zorgt er wel voor dat we systematisch moeten bijwerken: vooral fiscaliteit is een ‘perpetuum mobile’. Wat vandaag kan of mogelijk is, staat misschien morgen op de helling.â€
Is de waardebepaling van een bedrijf geen momentopname? “De waarde van een onderneming is die van haar toekomstmogelijkheden. In principe veranderen die niet op drie maanden, maar we zien twee belangrijke elementen die dit kunnen beïnvloeden. Recente dalingen of stijgingen van de historische cijfers kunnen twijfels aan of onderschattingen van de toekomst veroorzaken. Verder kunnen een aantal factoren op korte termijn sommige basisveronderstellingen van het toekomstplan wijzigen: de falende ontwikkeling van een nieuw product; het falen van de grootste klant of de sterkste concurrent; het vinden van een nieuwe markt; het verliezen van een vergunning, de ontvangst van een fiscale claim…â€
Willen jullie zoveel mogelijk zonder externe partner het familiebedrijf overdragen?“Absoluut niet. Hij is dikwijls de motor van verandering en professionalisering. Maar bij de familie moet er wel de wil zijn om een externe partij toe te laten. Want die maakt dat het niet langer om het ‘eigen bedrijf’ gaat, maar dat het bedrijf een eigenheid krijgt. Vergelijk het met een kind dat volwassen wordt en op eigen benen begint te staan.â€
Tot waar gaat in dit soort zaken de gratis adviesplicht van de notaris?“In deze complexe materie is gratis advies door de notaris helaas niet mogelijk. In regel komt de burger voor een eerste gesprek gratis op consult bij de notaris; het gaat dan om eenvoudige materies waarbij de notaris op een kwartier of een half uur de consument op het juiste pad kan zetten. Overnamedossiers vergen evenwel een grondige analyse van talrijke documenten en uren vergaderen. Voor een notaris is het economisch niet haalbaar dit gratis te doen.â€
Overdracht van het familiebedrijf, Story Publishers, 35,00 €, ISBN 978-9087640460
FotoDe vier auteurs(op de foto v.l.n.r.)Eric Spruyt, notaris-vennoot bij Berquin Notarissen (Brussel), is gespecialiseerd in vennootschapsrecht en successieplanningen. Hij is tevens docent aan de HUB ( Brussel) en gastdocent aan de UAMS (Antwerpen).Yann Dekeyser, master TEW, is partner bij KPMG Transaction Services. Naast het begeleiden van acquisities, verkopen, MBO’s en MBI’s heeft hij veel ervaring opgebouwd in de doorlichting van ondernemingen en het ondersteunen van onderhandelingen. Hij doceert in verschillende MBA programma’s.Ludo Lievens, master TEW, is vennoot bij Lievens & Co, een fiscaal en juridisch advieskantoor met vestigingen in Brussel en Brugge. Hij maakt deel uit van de raad van advies van een tiental belangrijke Belgische ondernemingen en geeft les aan diverse hogescholen en universiteiten. Hans Begeer is zaakvoerder van Management Consultant en voorzitter van Ubuntu4u, een vzw die wil bijdragen aan sociaal verantwoorde en duurzame professionele ontwikkeling.
-
Opgehaald: September 24th, 2009, 3:17pm CEST
De overdracht van en de opvolging in een familiebedrijf is doorgaans een complex gebeuren. Slechts zelden is er sprake van één volledige eigenaar en één uitsluitende ‘kroonprins’. Er komen dan ook heel wat sociale, financiële en juridische complicaties bij kijken.
- Door Koen Mortelmans
Jullie stellen nogal wat holdingstructuren en patrimoniumvennootschappen voor. Maken de overheadkosten dit voor kleine bedrijven wel de moeite waard?“De jaarlijkse kost voor de instandhouding van dit type vennootschap ramen we op 2.000 tot 4.000 euro. Het verschilt van dossier tot dossier en van de mate waarin de klant zelf via zijn interne boekhouding voorbereidend werk verricht. Een holding is vooral nuttig als de overnemer veel moet lenen worden en hierdoor belangrijke cashstromen van de werkmaatschappij naar de holding nodig zijn.â€
Waar loopt het in de praktijk gewoonlijk mis?“Bij het ontkennen van de problematiek, het schip willen overlaten zonder eerst ‘schoon schip’ te maken. Je kunt een bedrijf pas overlaten als het in orde is en ook zonder de huidige bedrijfsleider kan functioneren. Een autoritaire pater familias heeft dikwijls veel moeite om dit te accepteren. Hij omringt zich te vaak met jaknikkers in plaats van met sterke persoonlijkheden die het bedrijf naar de volgende generatie kunnen loodsen.â€
Hoe actueel blijft jullie boek?“Het deel over waardebepaling, de organisatie en de juridische aspecten blijven actueel. De veranderende wetgeving over fiscaliteit zorgt er wel voor dat we systematisch moeten bijwerken: vooral fiscaliteit is een ‘perpetuum mobile’. Wat vandaag kan of mogelijk is, staat misschien morgen op de helling.â€
Is de waardebepaling van een bedrijf geen momentopname? “De waarde van een onderneming is die van haar toekomstmogelijkheden. In principe veranderen die niet op drie maanden, maar we zien twee belangrijke elementen die dit kunnen beïnvloeden. Recente dalingen of stijgingen van de historische cijfers kunnen twijfels aan of onderschattingen van de toekomst veroorzaken. Verder kunnen een aantal factoren op korte termijn sommige basisveronderstellingen van het toekomstplan wijzigen: de falende ontwikkeling van een nieuw product; het falen van de grootste klant of de sterkste concurrent; het vinden van een nieuwe markt; het verliezen van een vergunning, de ontvangst van een fiscale claim…â€
Willen jullie zoveel mogelijk zonder externe partner het familiebedrijf overdragen?“Absoluut niet. Hij is dikwijls de motor van verandering en professionalisering. Maar bij de familie moet er wel de wil zijn om een externe partij toe te laten. Want die maakt dat het niet langer om het ‘eigen bedrijf’ gaat, maar dat het bedrijf een eigenheid krijgt. Vergelijk het met een kind dat volwassen wordt en op eigen benen begint te staan.â€
Tot waar gaat in dit soort zaken de gratis adviesplicht van de notaris?“In deze complexe materie is gratis advies door de notaris helaas niet mogelijk. In regel komt de burger voor een eerste gesprek gratis op consult bij de notaris; het gaat dan om eenvoudige materies waarbij de notaris op een kwartier of een half uur de consument op het juiste pad kan zetten. Overnamedossiers vergen evenwel een grondige analyse van talrijke documenten en uren vergaderen. Voor een notaris is het economisch niet haalbaar dit gratis te doen.â€
Overdracht van het familiebedrijf, Story Publishers, 35,00 €, ISBN 978-9087640460
FotoDe vier auteurs(op de foto v.l.n.r.)Eric Spruyt, notaris-vennoot bij Berquin Notarissen (Brussel), is gespecialiseerd in vennootschapsrecht en successieplanningen. Hij is tevens docent aan de HUB ( Brussel) en gastdocent aan de UAMS (Antwerpen).Yann Dekeyser, master TEW, is partner bij KPMG Transaction Services. Naast het begeleiden van acquisities, verkopen, MBO’s en MBI’s heeft hij veel ervaring opgebouwd in de doorlichting van ondernemingen en het ondersteunen van onderhandelingen. Hij doceert in verschillende MBA programma’s.Ludo Lievens, master TEW, is vennoot bij Lievens & Co, een fiscaal en juridisch advieskantoor met vestigingen in Brussel en Brugge. Hij maakt deel uit van de raad van advies van een tiental belangrijke Belgische ondernemingen en geeft les aan diverse hogescholen en universiteiten. Hans Begeer is zaakvoerder van Management Consultant en voorzitter van Ubuntu4u, een vzw die wil bijdragen aan sociaal verantwoorde en duurzame professionele ontwikkeling.
-
Opgehaald: September 23rd, 2009, 3:16pm CEST
Op 1 september 2009 zijn de aangekondigde ingrijpende wijzigingen in de ruimtelijke ordeningswetgeving in werking getreden.
- De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening is nu van kracht - Vergunningverlening: er is nu een gelijkaardige administratieve procedure, zowel in de ontvoogde als niet-ontvoogde gemeenten. - Plannen van aanleg en typevoorschriften ruimtelijke uitvoeringsplannen: wat vergunbaar is volgens typevoorschriften, is ook op gewestplanbestemming mogelijk.
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening: wat?De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening is de coördinatie van het gewijzigde decreet ruimtelijke ordening. De tekst van de Codex, een stand van zaken met betrekking tot de uitvoeringsbesluiten en een rubriek met ontwerpen van besluiten is te vinden op www.ruimtelijkeordening.be.
Vergunningverlening: gelijkaardige procedure in alle gemeentenIn bijgaand schema is het procedureverloop weergegeven voor vergunningsaanvragen die de reguliere procedure volgen, zoals dit nagenoeg steeds het geval is voor vergunningsaanvragen door bedrijven. De nieuwe procedure werd in grote lijnen overgenomen van de vroegere regeling voor ontvoogde gemeenten. Waar nodig, wordt binnen deze nieuwe procedure het onderscheid gemaakt tussen ontvoogde en niet-ontvoogde gemeenten.
Ontvoogde gemeenten zijn gemeenten die voldoen aan 5 voorwaarden, en waarvan de ontvoogding bekend gemaakt is in het Belgisch Staatsblad. Op www.ruimtelijkeordening.be kan u nagaan of uw gemeente reeds ontvoogd is.
Het nieuwe vergunningensysteem treedt op getrapte wijze in werking. Dossiers van vóór 1 september 2009 volgen getrapt nog de oude regeling.
De belangrijkste wijzigingen zijn:
- De beslissingstermijn in eerste aanleg is een dwingende vervaltermijn, ook in niet-ontvoogde gemeenten; de beslissingstermijn kan niet worden verlengd. Geen tijdige beslissing van het college staat gelijk met een stilzwijgende weigering. - Ordetermijn voor ontvankelijk- en volledigheidsverklaring kan niet zorgen voor een kunstmatige verlenging van de behandelingsduur van de aanvraag. Immers, de beslissingstermijn begint hoe dan ook te lopen binnen een termijn van 30 dagen na de ontvangst van de aanvraag. - Zowel in ontvoogde als niet-ontvoogde gemeenten, kan beroep ingediend worden door dezelfde personen en instanties. - De dubbele beroepstrap is nu helemaal afgeschaft; administratief beroep bij de Vlaamse minister is niet meer mogelijk. Wel kunnen alle betrokkenen zich nog tot de Raad voor Vergunningenbetwistingen wenden.
Plannen van aanleg en typevoorschriften ruimtelijke uitvoeringsplannen In de nieuwe planning zijn de ruimtelijke uitvoeringsplannen het instrument om bestemmingen vast te leggen, zoals vroeger het gewestplan en de BPA’s dat deden. Het besluit van de Vlaamse Regering van 11 april 2008 lijst standaard stedenbouwkundige voorschriften op die een planmakende overheid kan overnemen in zijn ruimtelijke uitvoeringsplannen.
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening speelt in op evoluties in bestemmingsvoorschriften, ook in gebieden waar het gewestplan of een algemeen of bijzonder plan van aanleg nog niet vervangen is door een ruimtelijk uitvoeringsplan. Daar kan een vergunningsaanvraag, die zou moeten afgewezen worden op grond van de bestemmingsvoorschriften van het plan van aanleg, toch worden ingewilligd indien de standaard typevoorschriften voor dat gebied daartoe een grondslag bieden.
Om de bestemmingen te kunnen vergelijken, is in de Codex een concordantietabel tussen de bestemmingsvoorschriften van de plannen van aanleg en de (sub)categorieën van gebiedsaanduiding, zoals vastgesteld op grond van het besluit van 11 april 2008, opgenomen.
Enkele voorbeelden ter verduidelijking:
- Volgens het gewestplan kunnen enkel ambachtelijke activiteiten toegelaten worden in ambachtelijke zones. Het typevoorschriftenbesluit laat ook energieproductie toe. - Volgens het gewestplan kan in agrarisch gebied enkel plantaardige en dierlijke productie toegelaten worden. Het typevoorschriftenbesluit maakt ook tuinaanleg mogelijk mits minstens 0,5 ha eigen opkweek.
Meer informatie?Meer informatie over het nieuwe vergunningenbeleid vindt u in de brochure van het Agentschap Ondernemen ‘Bedrijf en stedenbouwkundige vergunning’.
Indien deze nieuwe wetgeving impact heeft op uw plannen, kan u steeds de accountmanager ruimtelijke ordening van het Agentschap Ondernemen in uw provincie raadplegen.
Bron: Het Agentschap Economie
 Â
-
Opgehaald: September 23rd, 2009, 3:16pm CEST
Ontwikkelaars van bedrijventerreinen die subsidies wensen, moeten ervoor zorgen dat het bedrijventerrein CO2-neutraal is. Het ministerieel besluit waarin dit uitgewerkt is, is recent licht gewijzigd (MB van 5 juni 2009).
WijzigingenIn het ministerieel besluit van 1 oktober 2007 konden bedrijven door afname van groene stroom, productie van groene stroom, aankoop van emissiekredieten of een combinatie van deze mogelijkheden aan de CO2-neutraliteit voldoen. Nu wordt de afname en de productie van groene stroom vervangen door het verbruik van groene stroom.
Dit verruimt de mogelijkheden om aan de neutraliteit te voldoen. Dit kan nu zowel door de productie van groene stroom, de aankoop van groene stroom als de aankoop van grijze stroom met garanties van oorsprong. Ook een combinatie is mogelijk.
Een tweede wijziging is de mogelijkheid van ‘in de plaats stelling’. Hierbij zal de beheerder in de plaats van het bedrijf, maar ook voor rekening en op risico van het bedrijf, een maatregel kunnen treffen die het bedrijf ten onrechte niet of niet tijdig nakomt.
HandleidingOm de ontwikkelaars te helpen werd in opdracht van het Agentschap Ondernemen door BECO een handleiding CO2-neutraliteit opgemaakt. De ontwikkelaar kan ook gebruik maken van een handige tool (op de website terug te vinden) om een eigen deelplan CO2-neutraliteit op te maken. Dit deelplan is vereist bij de aanvraag voor subsidies voor de aanleg van een bedrijventerrein.
Gemeenten en publieke ontwikkelaars zullen automatisch een exemplaar van de handleiding ontvangen.
De papieren handleiding kan nu al aangevraagd worden bij de Dienst Ruimtelijke Economie – Jenny.desomer@agentschapondernemen.be. Ze is ook te downloaden op de website.
Bron: Het Agentschap Economie
 Â
-
Opgehaald: September 23rd, 2009, 3:16pm CEST
Ingevolge de economische crisis is bij vele ondernemingen het risico op onbetaalde facturen toegenomen.
De kredietverzekeraars waarbij zij zich kunnen indekken tegen deze risico‘s schroeven naar aanleiding van de crisis in veel gevallen de bestaande dekking terug. De lancering van Belgacap, een systeem van aanvullende kredietverzekering door de federale overheid, moet meer zuurstof bieden aan deze ondernemingen in ademnood.
Wie komt in aanmerking?Ondernemingen die hun maatschappelijke zetel of hoofdactiviteit in België hebben en die in het kader van een leverancierskredietverzekering sinds 1 januari 2009 een verminderde dekking van de kredietverzekeraar krijgen, kunnen een beroep doen op deze aanvullende dekking Belgacap waarvoor de overheid zich borg stelt.
Momenteel kan het systeem enkel worden gebruikt voor Belgacaplimieten op Belgische klanten. Zodra deze maatregel wordt goedgekeurd door de Europese Commissie zullen de Belgacaplimieten kunnen worden aangevraagd op alle klanten in de Europese Economische Ruimte. Wij houden u op de hoogte van deze uitbreiding.
VoorwaardenDe polis Belgacap is onderworpen aan bepaalde voorwaarden. Meer details hierover kan u terugvinden op de http://www.belgacap.be/index.php?subj=1&page=34&ln=nl.
De Belgacap dekking geldt enkel voor een maximumbedrag lager of gelijk aan € 1.500.000 voor de kmo’s of lager of gelijk aan € 3.000.000 voor grote ondernemingen.
De duur van de Belgacap dekking wordt afgestemd op die van de kredietlimieten zoals bepaald in het contract van de basisdekking, met een maximum duurtijd van 3 maanden.
Afhankelijk van de bepalingen van het contract betreffende de basisdekking kan de dekking, naast de hoofdsom, betrekking hebben op de intresten en de kosten.
De premie die de verzekerde aan de kredietverzekeraar betaalt is gelijk aan 1% van het bedrag van de toegestane aanvullende dekking, op halfjaarlijkse basis. Op driemaandelijkse basis bedraagt de premie 0,5%.
Hoe aanvragen? Om deze aanvullende dekking te bekomen kan de getroffen onderneming contact opnemen met zijn kredietverzekeraar.
Voor meer informatie kan u terecht op de website: http://www.belgacap.be/index.php?subj=1&page=34&ln=nl
Bron: Het Agentschap Economie
 Â
-
Opgehaald: September 23rd, 2009, 3:16pm CEST
Beloftevolle duurzame technologieën en producten kregen sinds een aantal jaren ondersteuning via het MIP: Milieu- en energietechnologie Innovatie Platform.
5 miljoen euro voor MIP 2Met het vervolg MIP2 stelt de Vlaamse overheid het komende jaar 5 miljoen euro ter beschikking aan onderzoeksinstellingen én bedrijven die duurzame technologieën en producten ontwikkelen en zo het voortouw nemen in de “groene†economie.
MIP2 mikt op het stimuleren van gesloten materiaal- en proceskringlopen volgens de Cradle-to-Cradle filosofie en van technologieën voor slimme energieopwekking. Vlaanderen trekt dus resoluut de kaart van eco-innovatie om het duurzaam ondernemen alle kansen te geven: de enige weg om consumptie en economie los te koppelen van de ecologische impact op onze aarde.
MIP2 beschikt over twee programma’s:
programma 1 (call-systeem): collaboratief onderzoek voor het opzetten en uitvoeren van onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten (MIP2 financiert de onderzoeksinstellingen, de bedrijven voorzien een evenwaardig pakket aan middelen);
programma 2: haalbaarheidsstudies (in nauw overleg met de betrokken regelgevende overheden) voor het opzetten van gesloten product- en procescycli. Startevent op 30 september 2009
Op het MIP2-Startevent op 30 september 2009 in Congrescentrum Lamot in Mechelen krijgt u een uitgebreide toelichting en via workshops al meteen de kans om aan de slag te gaan.
Het programma vindt u hier. Daar kunt u ook inschrijven.
Ook het Agentschap Ondernemen levert een bijdrage aan de ondersteuning van duurzaam ondernemen via diverse stimuleringsprogramma‘s (ecologiepremie, EFRO-fondsen …) en via onze dienstverlening die bedrijven ondersteunt bij een efficiënte en duurzame werking.
Bron: Het Agentschap Economie
-
Opgehaald: September 23rd, 2009, 3:16pm CEST
Onder het thema van de energiemix, vindt op 16 en 17 november 2009 de zesde editie van het toonaangevende Energy Forum plaats in Hal 10 van de Brussels Expo. Met meer dan 50 leidende standhouders, 10 gerenommeerde spelers uit de energiemarkt als partners, 90 toonaangevende gespecialiseerde sprekers en een verwachte opkomst van bij de 1000 deelnemers, kan de beurs niet anders dan de hoge verwachtingen, die gesteld werden door het succes van de vorige editie, inlossen.
Meer dan ooit is duurzame energie een brandend actueel thema. De huidige financiële crisis, de groeiende onzekerheid rond de toekomstige bevoorrading en de dwingende politieke maatregelen verplichten economische spelers uit alle markten om hun energiebeleid grondig te herzien. Zo riep het VBO nog maar een paar maanden geleden op om van ons land tegen 2030 een koploper op het gebied van energie-efficiëntie te maken. Als antwoord op soortgelijke verzuchtingen en op de hierop aansluitende prangende nood aan een Belgisch one-stop-shop B2B platform voor energie-efficiënte en hernieuwbare energie, werd Energy Forum in het leven geroepen.
Dit tweedaagse topcongres-, vakbeurs- en netbusinessing-event richt zich exclusief op de energiemanagers van Belgische grootverbruikers en beslissingsnemers uit de industrie, de bouw en de openbare diensten die op zoek zijn naar toekomstgerichte en kostenreducerende energieoplossingen die hen een onmisbaar concurrentievoordeel kunnen bezorgen. Speciaal voor hen brengt Energy Forum de beste zakelijke en technologische experts uit het energielandschap samen - van fabrikanten van energieapparatuur, dienstverleners, ontwikkelaars tot raadgevende instanties - om zo het creëren van nieuwe samenwerkingsverbanden en investeringen te stimuleren. Deze keer maakt Energy Forum bovendien in première officieel deel uit van de “Sustainable Energy Europe Campaign†als “Energy Dayâ€.
De vakbeurs kan ondertussen al rekenen op 50 gerenommeerde exposanten – waaronder Energy Forum’s 11 prominente partners Essent, Fedesco, Siemens, Cofely Services, Derbigum Energies, Fabricom, 3E, Vito, Alstom, VK Engineering en Stibbe - die de meest uiteenlopende innovatieve diensten en oplossingen zullen voorstellen inzake energieproductie, energie-efficiëntie, het beheersen van de energievraag en hernieuwbare energie uit diverse bronnen.
De conferentie, op haar beurt, werd georganiseerd aan de hand van 12 thematische sessies en kaart evenzeer de technologische uitdagingen van energiemanagement aan als de meer organisatorische en strategische aspecten. Om en bij de 90 Belgische en internationale specialisten uit de meest uiteenlopende marktsegmenten zullen er best practices, de laatste nieuwe ontwikkelingen uit de sector en waardevolle case studies met de aanwezigen delen. De twee plenaire sessies focussen zich op de thema's "Sustainable Real-estate†en “Roadmap for Renewables & Low Carbon Energyâ€. Niet te versmaden zijn zeker ook de Energy netbusinessing sessies die de deelnemers van Energy Forum in staat stellen om op efficiënte wijze te netwerken met de partners van hun keuze en zo het zakelijke potentieel van dit initiatief optimaal te benutten.
Uniek aan deze editie van Energy Forum is zeker ook de “Gids voor Energieverantwoordelijkenâ€, ingedeeld per sector en competenties van de experten terzake, die er in avant-première uitgedeeld zal worden.
“Door het onophoudelijk toenemend succes van ons uniek initiatief, zijn we ieder jaar in staat om nog beter in te spelen op de snel evoluerende noden van de grootverbruikers van energie, een steeds groter aanbod aan gevestigde of baanbrekende oplossingen te presenteren en bijgevolg steeds meer investeringen en samenwerkingen te stimulerenâ€, besluit medeorganisator Jean-François Marchand van Energymag. “Zo bewijzen we keer op keer de strategische waarde van duurzame energie, een sector die zich al een hele tijd ontdaan heeft van haar utopische en onterechte commercieel weinig interessante imago.â€
Meer informatie, een gedetailleerd programma en registratie: www.energy-forum.be
-
Opgehaald: September 23rd, 2009, 3:16pm CEST
Ontdek online het meest recente nummer van KMOPME Magazine!
-
Opgehaald: September 23rd, 2009, 3:16pm CEST
Vijf jaar na de invoering van de elektronische factuur wordt slechts één procent van de facturen in ons land elektronisch verstuurd. Daarmee laten we met z’n allen een besparingspotentieel van 3,5 miljard links liggen.
Voor de Belgian Task Force E-invoicing waarin alle werkgeversorganisaties en een aantal bedrijven vertegenwoordigd zijn, zijn deze cijfers niet mis te begrijpen. België moet niet wachten op een Europees akkoord om op zeer korte termijn voor een doorbraak te zorgen van de elektronische factuur. De task force vraagt met aandrang dat de elektronische factuur in België met ingang van 1 januari 2010 écht op voet van gelijkheid wordt geplaatst met de papieren factuur door het facturatie- en archiveringsproces vorm- en middelvrij te maken.
Tien redenen waarom elektronische facturatie en archivering in België moeten vereenvoudigd worden
1. Een massale overstap naar elektronische facturatie kan de Europese bedrijven meer dan 240 miljard euro doen besparen. In België wordt de besparing op 3,5 miljard geraamd Het op elektronische wijze genereren, versturen, ontvangen en verwerken van facturen zal ook de elektronische archivering van facturen eenvoudiger en goedkoper maken zodat de kostenbesparingen nog veel hoger kunnen oplopen. Voorwaarde is echter dat de ondernemingen kunnen kiezen voor die technologie die voor hen de meest geschikte is. Een multinational heeft niet dezelfde behoeften als een kleine eenmanszaak. Het bestaande wettelijk kader verhindert de ondernemingen momenteel de beste keuze te maken. Zeker voor kleine KMO’s ligt de drempel momenteel nog veel te hoog.
2. In deze moeilijke economische tijden zou dit een serieuze zuurstofinjectie betekenen voor de Europese bedrijven die de lidstaten trouwens niets zal kosten.
3. Naast een gigantische kostenbesparing zal een hervorming van het regelgevend kader ook aanleiding geven tot een administratieve vereenvoudiging en dit zowel voor de ondernemingen zelf als voor de overheid. In haar voorstel legt de Europese Commissie trouwens zelf het verband met de Lissabonstrategie.
4. Een overstap naar elektronische facturatie is voordelig voor de overheid omdat het aansluit bij de trend naar automatisering van processen en controles. De overheid zal haar personeel kunnen inzetten voor taken met een hogere toegevoegde waarde (vb dienstverlening aan de belastingplichtige, fraudebestrijding,…).
5. Elektronische facturatie en archivering is niet onveiliger of meer fraudegevoelig dan papieren facturen. Bonafide belastingplichtigen hebben er geen enkel belang bij een twijfelachtige factuur te aanvaarden, laat staan te betalen. Men kan zelfs stellen dat een elektronische factuur, welke vorm ze ook aanneemt, juist minder fraudegevoelig is dan een papieren factuur.
6. De drempel naar de overstap is te hoog. De bestaande technologische en veiligheidsvoorschriften zijn niet alleen overdreven streng maar ook te ingewikkeld zodat veel bedrijven de stap naar elektronische facturatie niet durven zetten. Zeker voor bedrijven die in meerdere lidstaten actief zijn, is het vaak technisch uitermate moeilijk (en kostelijk) of zelfs onmogelijk om tegelijkertijd de BTW wetgeving van verschillende lidstaten na te leven. Gelet op de strenge en erg formalistische sanctiemechanismen inzake BTW (verwerping van het recht op aftrek, boetes,…) kan de kleinste fout echter zeer grote gevolgen hebben.
7. Bedrijven wisselen nu al talrijke commerciële documenten elektronisch uit. Momenteel is de papieren factuur vaak het enige document dat bedrijven ervan weerhoudt deze verwerking volledig (van bestelling, over levering via facturatie, verwerking, betaling en archivering) op een geïntegreerde en geautomatiseerde wijze te laten verlopen. Om toch een geautomatiseerde verwerking mogelijk te maken versturen veel ondernemingen tegelijkertijd een elektronische factuur (voor het gebruiksgemak) én een papieren factuur (voor de zekerheid).
8. Een automatische verwerking zal leiden tot een toenemende efficiëntie, het aantal vergissingen verminderen en de interne controle vergemakkelijken. Het zal ook leiden tot productiviteitswinst doordat ondernemingen hun personeel kunnen inzetten voor taken met een hogere toegevoegde waarde.
9. Een vereenvoudiging van de regels zal ook de Belgische service providers in staat stellen om nieuwe producten en diensten op maat van hun klanten te ontwikkelen en aan te bieden en om jobs te creëren in deze groene en toekomstgerichte sector. Die expertise kunnen ze dan gebruiken om buitenlandse markten aan te boren en aldaar succesvol de concurrentie aan te gaan met de plaatselijke service providers.
10. Alleen al in de Europese Unie worden jaarlijks meer dan 30 miljard papieren facturen geprint, met de post verstuurd, met de hand verwerkt en gearchiveerd. Volgens schattingen van de Europese Commissie zou een massale overstap naar elektronische facturatie de ecologische voetafdruk van de EU kunnen verkleinen met bijna 3 miljoen ton CO2.De doorbraak van de elektronische facturatie en archivering zal dus ook positieve effecten hebben voor het milieu. In de Belgian Task Force E-invoicing zijn het VBO, VOKA, UNIZO, BECI, UWE, UCM, AGORIA, CONFEDERATIE BOUW, ESSENSCIA, FEBELFIN, FEDIS, CCI (federatie voor Kamers voor Handel en Nijverheid), GS 1 Belgium & Luxemburg VZW vertegenwoordigd
Â
Â
-
Opgehaald: September 16th, 2009, 2:11pm CEST
U hoeft niet lijdzaam de economische crisis te ondergaan. Want met strategische veranderingsprocessen die uw bedrijf terug op scherp zetten, kunt u een vliegende start nemen als de economie straks weer aantrekt.
– Door Peter Desmyttere
Bent u de journalistieke terreur rond de crisis ook zo beu als koude pap? Wanneer we de krant openslaan, het journaal bekijken of het radionieuws beluisteren, vliegt het slechte nieuws ons rond de oren. Natuurlijk mogen we niet blind blijven voor de realiteit. Ja, het gaat economisch minder goed, en heel wat mensen verliezen hun baan. Maar achter dat negatieve gordijn schuilt eveneens heel wat goed nieuws. En dat krijgen we bijna nooit te horen. Want een crisisperiode kan ook wonderen voor een bedrijf doen. Het kan ondernemers immers dwingen om hun bedrijfsstrategie kritisch te (her)bekijken. De tijd dat een businessmodel 30 of 40 jaar meeging, ligt trouwens al lang achter ons. Zo mocht ik de laatste zes maanden opvallend meer herpositioneringsoefeningen bij bedrijven uitvoeren. Blijkbaar hebben ondernemers een moeilijke periode nodig om de nodige knopen door te hakken en belangrijke bedrijfsbeslissingen te nemen. Minder goede tijden zijn vaak ook ideale momenten om de vastgeroeste aanpak weer nieuw leven in te blazen.
Voor zij die er in slagen om de crisis in hun voordeel om te zetten, wenken boeiende tijden als de economie weer aantrekt. Zeker als u weet dat de gemiddelde duur van een recessie slechts 11,5 maand bedraagt: minder dan een jaar dus! In slechte tijden op de rem gaan staan, kan dus fatale gevolgen hebben. Zo wordt de basis voor de meest winstgevende beleggingsstrategieën op de beurs tijdens periodes van laagconjunctuur gelegd. Warren Buffet werd op die manier de rijkste man op aarde. En McKinsey bewees in 2008 dat acquisities tijdens recessies op lange termijn succesvoller en duurzamer zijn dan overnames in een hoogconjunctuur: de return-on-investment ligt 40 % hoger. Tenslotte: het is onomstotelijk bewezen dat bedrijven die in crisistijd hun marketinginspanningen op peil houden of verhogen, hun marktaandeel vergroten, de verkoop stimuleren en hun netto-inkomen verhogen, dit ten koste van concurrenten die hun communicatie terugschroeven. Er is een duidelijk multiplicatoreffect wanneer de economie weer aantrekt. Een crisisperiode is ook bijzonder geschikt om strategische veranderingsprocessen door te voeren. Zo sprak ik onlangs een ondernemer uit de rekruteringssector die een nieuw bedrijf in outplacement heeft opgezet.
Hij vertelde dat deze nieuwe business op dit moment als een trein loopt, terwijl de telefoon in zijn rekruteringsbedrijf nauwelijks rinkelt. Door nieuwe diensten of producten voor het bestaande klantenbestand te ontwikkelen, heeft deze ondernemer de crisis een neus gezet. De aanwezigheid van zijn bestaand cliënteel was voor zijn nieuwe bedrijf een troef. De contacten waren aanwezig, er was al wederzijds vertrouwen en de onzekerheid was beperkt. En zo zijn er nog meer voorbeelden van ondernemers die van de nood een deugd maken, die er rekening mee houden dat, als de economie in slaap valt, de consument vaak klaarwakker is. Een ideale periode dus om meerwaarde te creëren voor klanten. Leve de crisis?
Peter Desmyttere is zaakvoerder van het marketingadviesbureau Desmyttere & Partners uit Gent. Hij is gespecialiseerd in marketingstrategie voor KMO’s.
www.desmyttere.be
-
Opgehaald: September 16th, 2009, 2:11pm CEST
Tot nu toe wordt ons land gespaard van de voorspelde, massale uitbraak van de Mexicaanse griep. Maar dat betekent niet dat u geen preventieve maatregelen moet nemen. De vraag is echter wat u nu wettelijk gezien mag doen…
- Door Bert Claes
SD Worx maakte een samenvatting van de juridische mogelijkheden waarover werkgevers beschikken om de gezondheid van hun personeel te vrijwaren en de continuïteit in hun bedrijf te garanderen. “Werkgevers zullen bijzondere maatregelen mogen en moeten nemen om het effect van de grieppandemie zo beperkt mogelijk te houden. Dat is niet alleen een blijk van goed leiderschap, maar ook verplicht door de arbeidsovereenkomsten- en welzijnswet,†zegt Koen Magerman, Senior Juridisch Expert bij het Juridisch Kenniscentrum van SD Worx. Zo hebben werkgevers de wettelijke bevoegdheid om het werk naar eigen mening en inzichten te organiseren. De maatregelen die ze willen nemen om de continuïteit van het productieproces te waarborgen, vallen onder hun normaal werkgeversgezag. Werknemers dienen bevelen en instructies van de werkgever op te volgen. Het kader daarvoor is de uitvoering van de arbeidsovereenkomst, waartoe ook de gezondheidsmaatregelen behoren. Maar welke maatregelen mogen werkgevers nu treffen om de continuïteit in hun bedrijf te garanderen?
1. U kunt van uw medewerkers geen doktersattest eisen om te bewijzen dat ze gezond zijn en geen Mexicaanse griep hebben.In de regel moet u ervan uitgaan dat uw werknemers gezond zijn en kunnen werken. Een personeelslid dat zich niet ziek meldt en zich op het werk aanbiedt, moet aan het werk worden gezet. De werkgevers worden daartoe verplicht door de arbeidsovereenkomstenwet. Wanneer u vermoedt dat één van uw werknemers griep heeft, dan zult u dat zelf moeten bewijzen. U kunt het personeelslid niet verplichten om naar de arbeidsgeneesheer te gaan en u kunt de arbeidsgeneesheer ook geen opdracht geven om een (gedwongen) onderzoek te doen. Het initiatief ligt dus bij de werknemer. Die kan uit eigen beweging een arts opzoeken en zijn arbeidsongeschiktheid met een doktersattest bewijzen.
2. U kunt van uw personeel eisen dat ze een aantal persoonlijke hygiënemaatregelen naleven en beschermingsmiddelen gebruiken. Daar hoort ook het gebruik van bijvoorbeeld mondmaskers bij.Werkgevers die het gebruik van mondmaskers willen invoeren, moeten bij deze beslissing wel de arbeidsgeneesheer betrekken en het advies van het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk vragen. Vervolgens kunnen ze wel zelf bepalen in welke omstandigheden het masker moet worden gebruikt.
3. U kunt uw personeel niet verplichten om zich te laten vaccineren.De bevoegdheden van de werkgever en zijn gezag stoppen daar waar de fysieke integriteit van de werknemer in het gedrang komt. Want dat is een grondrecht, gewaarborgd door de Grondwet.
4. U kunt uw werknemers tijdelijk in andere lokalen of op een andere werkplek laten werken.Hierbij is wel voorzichtigheid geboden. Werkgevers mogen de arbeidsvoorwaarden uit de arbeidsovereenkomst niet eenzijdig wijzigen: daarvoor is het akkoord van de betrokken werknemers vereist. Arbeidsvoorwaarden (op het vlak van arbeidsprocessen of plaats van tewerkstelling) die niet in de arbeidsovereenkomst zijn opgenomen, mogen wel door de werkgever eenzijdig worden gewijzigd. Maar deze veranderingen moeten tijdelijk zijn en mogen geen grote impact hebben, bijvoorbeeld qua reistijd of bereikbaarheid van de werkplek. Vaak kan telewerken van thuis uit al een oplossing bieden. Let wel: de wijzigingen moeten in het kader van de pandemie worden genomen en noodzakelijk zijn om de werknemers tegen de griep te beschermen. Het is dus aangeraden (niet verplicht!) om het advies van de preventieadviseur of arbeidsgeneesheer in te winnen.
5. U kunt zieke werknemers naar huis sturen.Wanneer vaststaat dat een werknemer ziek of besmet is en daardoor de kans bestaat dat de andere personeelsleden besmet geraken, mag u hem/haar naar huis sturen. Het blijft wel de opdracht van de werkgever om aan te tonen dat zijn medewerker arbeidsongeschikt is. Als de werknemer daarmee niet spontaan instemt, kan de werkgever geen tests opleggen. Hij moet zich dan baseren op algemene verschijnselen en proberen om het personeelslid ervan te overtuigen naar huis te gaan.
www.sdworx.com
Â
Â
Â
Â
-
Opgehaald: September 16th, 2009, 2:11pm CEST
Managers moeten rekening houden met andere communicatiestijlen en de houding tegenover (extralegale) voordelen ten opzichte van verschillende leeftijdsgeneraties.
Dit is althans het besluit van de Kelly Global Workforce Index, een internationaal onderzoek van Kelly Services. Jongeren maken bijvoorbeeld steeds meer gebruik van ‘Instant Messaging’, terwijl de andere generaties liefst face-to-face communiceren. Als het om bonussen en beloningen gaat, geven veel oudere werknemers de voorkeur aan financiële beloning, terwijl deze in de categorie van 18 tot 29 jaar vrije tijd of opleidingsmogelijkheden verkiezen. 30% van de respondenten meldde ooit wel eens een conflict te hebben meegemaakt dat door een verschil in leeftijd was ontstaan.
www.kellyservices.com
-
Opgehaald: September 16th, 2009, 2:11pm CEST
Op 26 en 27 november organiseert het Vlaams Centrum voor Kwaliteitszorg haar 22ste Kwaliteitscongres. Dit jaar is het thema ‘Appreciative Inquiry’ (vrij vertaald: ‘Veerkrachtig Denken’), een concept dat vertrekt van de onvoorwaardelijke waardering voor ‘wat is’.
Er zijn dus geen extra inspanningen, investeringen, voorwaarden nodig om van start te kunnen gaan. Specialisten Ronald Dry en Frank Barrett komen uitleggen waarover het gaat.
www.veerkrachtigdenken.be
-
Opgehaald: September 16th, 2009, 2:11pm CEST
Een aantal Noord/West-Europese pionierorganisaties slaan de handen in elkaar om ecologische bouwmaterialen grondig te promoten. Dit gebeurt binnen CAP’EM (‘Cycle Assessment Procedure for Eco-Materials’), een project dat voor 50 % door het Europese programma Interreg IVB wordt gefinancierd.
Voor België participeren VIBE (Vlaams Instituut voor Bio-Ecologisch bouwen en wonen) en de Cluster Eco-Construction. Bedoeling is een gemeenschappelijke aflijning te bepalen van welke bouwmaterialen ecologisch kunnen genoemd worden. Vervolgens zal een eenvoudige en betaalbare methode voor een levenscyclusanalyse worden ontwikkeld, waarmee dan minstens honderd ecologische bouwmaterialen zullen worden beoordeeld. De volgende stap is de brede bekendmaking van de materialen (en hun resultaten) aan de bouwsector en consument.
www.vibe.be
-
Opgehaald: September 16th, 2009, 2:11pm CEST
Uit cijfers van de Federatie voor Vrije en Intellectuele Beroepen (FVIB), aangesloten bij Unizo, blijkt dat vorig jaar 20.000 personen in vrij beroep zijn gestart.
Dat is 1,4 % meer dan in 2007. Tevens gaat het om 25,1 % van het totald aantal startende zelfstandigen. Een gemiddelde starter in een vrij beroep is Vlaams, tussen de 25 en 30 jaar en vrouw. In 2008 vestigden 56,5% van deze starters zich in Vlaanderen. Wallonië is goed voor 28,2 % en Brussel telt er 14,6%. Het totale aantal startende zelfstandigen ging met 1,3% achteruit. Vooral de sectoren industrie en handel zagen hun startersaantal slinken (respectievelijk met -6,5 en -2,3 %).
www.fvib.be
-
Opgehaald: September 16th, 2009, 2:11pm CEST
Het Belgische ondernemersvertrouwen was in september voor de vijfde maand op rij hoger. Met -18,2 punten zit het vertrouwen opnieuw op het niveau van november vorig jaar.
Vooral in de bouw lijkt de crisis stilaan voorbij. Dat blijkt uit de metingen van de Nationale Bank.
www.bnb.be
-
Opgehaald: September 16th, 2009, 2:11pm CEST
Bent u op zoek naar een softwarepakket dat op maat van KMO’s is gesneden? Consulteer dan de ‘KMO-IT software databank’.
Want deze bundelt meer dan driehonderd applicaties die voor KMO’s interessant zijn. Het gaat zowel om gratis als betalende pakketten.
www.kmo-it.be/software_bank.jsp
-
Opgehaald: September 16th, 2009, 2:11pm CEST
Meisjes die in juni 2007 de school verlieten en een job vonden, waren begin dit jaar nog steeds aan de slag. Maar van de mannelijke schoolverlaters van 2007 verloor 28 % tussen juni 2008 en februari 2009 zijn werk.
Vrouwelijke schoolverlaters houden dus veel beter stand op de arbeidsmarkt. Dat heeft wellicht veel te maken met het feit dat ze vaak in minder conjunctuurgevoelige sectoren dan mannen werken.
www.vdab.be
-
Opgehaald: September 16th, 2009, 2:11pm CEST
Uit de cijfers van Graydon blijkt dat er in augustus 379 faillissementsuitspraken waren, wat achttien meer is dan in dezelfde periode vorig jaar.
De faillissemententeller staat voor de eerste acht maanden op 5.950 (+ 14,6 % in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar). De sterkste stijging is voor rekening van het Vlaams Gewest: 2.944 bedrijven gingen er tussen januari en augustus over de kop (+ 23,33 %). Wallonië is goed voor 1.715 falingen (+15,41 %). En Brussel kende een daling met 2,05 %. Qua arrondissementen profileert Antwerpen zich met één faillissement per 104 actieve ondernemingen als ‘gevaarlijkste’ van het land, gevolgd door Luik en Brussel.
www.graydon.be
-
Opgehaald: September 16th, 2009, 2:11pm CEST
Van 18 tot 26 september is Antwerpen de schaakhoofdstad van de wereld. U kunt er tien internationale grootmeesters, tien Europese jeugdschakers ‘onder 16’, twintig Belgische jeugdschakers ‘onder 12’ en twintig schakende CEO’s en managers aan het werk zien.
www.inventichess.com
-
Opgehaald: September 16th, 2009, 2:11pm CEST
Op voorstel van Minister van KMO's en Zelfstandigen, Sabine Laruelle, en Minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen, Vincent Van Quickenborne, heeft de ministerraad in juli een voorontwerp van wet goedgekeurd dat beoefenaars van vrije en gereglementeerde cijferberoepen de kans biedt om hun activiteiten in een vennootschap uit te oefenen en dus hun aansprakelijkheid te beperken.
Het gaat om beroepen, zoals erkende boekhouders en fiscalisten, accountants, belastingconsulenten en bedrijfsrevisoren.
Â
-
Opgehaald: September 16th, 2009, 2:11pm CEST
Op 18 september openen Flanders DC, Eén en Designcenter/De Winkelhaak in Antwerpen de tentoonstelling ‘De bedenkers gaan verder’, waarin de mooiste en beste ontwerpen uit het Eén-programma worden voorgesteld en waarbij de bezoeker de kans krijgt om zelf ook een bedenker te worden.
www.flandersdc.be
-
Opgehaald: September 16th, 2009, 2:11pm CEST
Ernst & Young organiseert dit jaar, in samenwerking met De Tijd en BNP Paribas Fortis, haar jubileumeditie van de ‘Onderneming van het Jaar’-award. De finalisten zijn Echo, Studio 100, Vaessen Industries en Vitamex.
De winnaar wordt op 20 oktober bekendgemaakt. Tevens zal op die avond de ‘Prijs van de Vlaamse Regering voor de Beloftevolle Onderneming’ worden uitgereikt.
www.ondernemingvanhetjaar.be
-
Opgehaald: September 15th, 2009, 1:04am CEST
Het fenomeen ‘Facebook’ irriteert of verontrust het Belgische patronaat. Zo zijn er maar weinig Belgische ondernemingen die een genuanceerd en overwogen standpunt over dit onderwerp hebben ingenomen. Het is zelfs zo dat de meeste bedrijven het gebruik van Facebook of een ander sociaal netwerk hebben verboden. Is dat verstandig? Niet als u het aan specialisten van sociale netwerken vraagt. Want zij brengen minstens vijf goede redenen naar voor om het fenomeen niet zomaar te verwerpen.
Eerst en vooral kunt u individuen niet verbieden om te communiceren. Als ze het niet via Facebook mogen doen, zullen ze het wel via SMS of email doen.
De tweede reden is dat u door een verbod op het gebruik van dergelijke tools een deel van uw sollicitanten zult mislopen. Want zelfs in crisistijd willen toekomstige medewerkers evengoed weten wat ze met het Internet op de werkplaats mogen doen als welke flexibiliteit hun werkrooster biedt…
Derde reden is dat de gebruikers van nieuwe internettools privé- en beroepsleven door elkaar halen. Overdag zitten ze misschien op Facebook, maar voor hetzelfde geld maken ze ‘s avonds thuis hun werk af. Zouden ze die overuren nog maken als ze overdag niet op Facebook mogen?
Een vierde goede reden om Facebook toe te laten, is dat bedrijven die dit sociale netwerk radicaal verbieden, meestal negatiever overkomen dan deze die op dit vlak iets toegeeflijker zijn.
En tenslotte is het wijzer en opportuner om het gebruik van Facebook te reguleren dan het zonder meer te verbieden. Bij Coca-Cola bijvoorbeeld, zijn gebruikers aan bepaalde gedragsregels onderworpen. En dit resulteert in een win/winsituatie voor zowel het bedrijf als de medewerkers. Denk dus nog eens na vooraleer u Facebook uit uw onderneming bant!
-
Opgehaald: September 15th, 2009, 1:04am CEST
Facebook heeft in België de kaap van de miljoen gebruikers overschreden. Dat betekent dat de impact van deze sociale netwerksite op bedrijfscommunicatie belangrijk wordt.
Want de gebruikers praten echt wel over meer dan hun privé-leven. U vindt er duizenden commentaren, meningen, discussies, foto’s, video’s van ... producten, diensten en bedrijven. U mag dus niet passief aan de kant blijven staan. Stap 1: Maak werk van een aanwezigheid voor uw bedrijf op Facebook. Hoe? Daar leert u vanaf deze week meer over (zie onderstaand artikel). Stap 2: Stap mee in de conversaties die leven op Facebook. Met vallen en opstaan. Mis deze boot niet!
Geïnteresseerd in een gratis minisite op Facebook?
-
Opgehaald: September 9th, 2009, 6:53pm CEST
Twitter. U kent het wel. Die nogal verslavende netwerktechnologie waarmee u uw boodschappen pet 140 tekens met de wereld kunt delen. U bent wellicht zelf fervent twitteraar. Maar kunt u er ook (direct of indirect) geld mee verdienen? Forbes geeft 21 tips.
1. Kortingsbonnen Online lezen mensen niet, maar scannen ze. Hoe korter en directer uw boodschap, hoe succesvoller. Dell zet bijvoorbeeld links naar online kortingsbonnen in Twitter. Ook u kunt van deze tactiek gebruik maken en meteen bezoekers genereren voor uw site. Een andere manier is om ‘wachtwoorden’ te verspreiden via Twitter die klanten dan uit moeten spreken in de fysieke winkel om een korting te bemachtigen.
2. Bestellingen doorgeven U kunt mensen niet direct iets laten kopen via Twitter maar ze wel dichterbij uw product brengen. Een koffieshop in Houston laat klanten hun bestelling doorgeven via Twitter waarna ze die af kunnen halen.
3. Virale marketing Een websiteontwikkelaar in Londen gaf elf Macbooks en 10 iPods weg ter gelegenheid van zijn tienjarig bestaan. Deelnemers moesten hun inzending via Twitter doorgeven. De bezoekersaantallen van de site stegen met 300 procent, de verkopen met twintig procent en de site van de ontwikkelaar staat inmiddels bovenaan in de zoekresultaten van Google. Houd er wel rekening mee dat een dergelijke campagne bij uw merk moet passen.
4. ‘Persoonlijke marketing'Online schoenwinkel Zappo laat alle werknemers actief Twitteren. Potentiële klanten kunnen hun dagelijkse wel en wee volgen en die menselijke dimensie blijkt de verkopen behoorlijk te stimuleren.
5. Klantenservice U kunt uw klanten directe vragen laten stellen via Twitter – en die beantwoorden – en ook kunt u actief en permanent op zoek gaan naar klachten over uw bedrijf of product om die vervolgens op te lossen. Twitter heeft een speciale applicatie waarmee u een permanente zoekopdracht kunt geven.
6. Focusgroepen Vroeger (vorig jaar) betaalden bedrijven klanten voor hun mening. Die mening verspreiden die klanten echter ook gratis via Twitter. Luister en leer. Zoek naar opmerkingen, klachten en meningen over uw merk. Houd onderlinge discussies in de gaten en kijk of u iets kunt verbeteren. U kunt ook een oproep plaatsen waarin u vraagt naar meningen en ervaringen.
7. Directe verkoop Het Roger Smith Hotel in New York haalt via Twitter klanten binnen. Wie een kamer boekt na een Twitter referentie krijgt vervolgens tien procent korting. Dankzij enthousiaste bezoeker heeft het hotel haar omzet aanzienlijk zien stijgen. Volgens het hotel is het immers veel zinvoller dat ze aangeprijsd worden door anderen dan door zichzelf.
8. Uw concurrent bespioneren Via Twitter kunt u uw concurrentie goed in de gaten houden en die informatie kunt u vervolgens gebruiken om zelf met een beter aanbod te komen. Vooral negatieve berichten over uw concurrent kunt u prima in uw voordeel aanwenden. Benader de ontevreden klanten liever niet direct, dat heeft vaak een negatief effect.
9. Informatie verspreidenEigenlijk draait het bij Twitter om informatie uitwisselen maar het kan ook prima dienen als eenrichtingsverkeer. Zo heeft Google 1,2 miljoen volgers maar volgt zelf maar 162 Twitteraars. Informatie wordt via blogs online gezet waarna de koppen verspreid worden via Twitter. CNN doet hetzelfde. En ook u kunt deze tactiek toepassen: elke keer als er een nieuw bericht op uw site verschijnt, verstuurt u een Twitter-berichtje.
10. Storingsmelding Er kan altijd iets mis gaan, maar het gaat erom hoe u ermee omgaat. Kabelmaatschappij Comcast liet via Twitter bijvoorbeeld weten dat de storing waar klanten mee te maken hadden veroorzaakt was door blikseminslag en dat er hard gewerkt werd aan een oplossing. Een wasserette in Bartlesville liet via Twitter weten dat de bezorging vertraging op liep door een sneeuwstorm. Klanten waarderen dit.
11. Gerichte content Ford snapt als geen ander dat de liefhebber van grote SUV’s niet zomaar overstapt op een milieuvriendelijk stadsautootje. Daarom geeft de autofabrikant Twitteraars de keuze welke informatie ze willen ontvangen en heeft ze per doelgroep een account aangemaakt. Klanten hebben immers helemaal geen behoefte aan onderwerpen waarin ze niet geïnteresseerd zijn.
12. Mobiele marketing De slechte economie dwingt bedrijven tot creativiteit. Een beroemd voorbeeld inmiddels is Kogi, een fastfoodbus die door Los Angeles rijdt en via Twitter laat weten waar hij over een uur staat. Mensen komen niet eens meer voor de taco, maar om deel te zijn van de hype.
13. Ooggetuigeverslagen Breng via Twitter een live verslag van een belangrijke sportwedstrijd en laat fans deelnemen aan een online discussie daarover. Succes gegarandeerd.
14. Handtekeningenacties Het is al mogelijk petities en bezwaarschriften in te dienen via Twitter. U ontvangt een link viaTwitter waarna een virtuele petitie kan worden getekend. U kunt bijvoorbeeld pleiten voor minder regelgeving en lastendruk. Op die manier brengt u mensen samen en geeft u hen de kans hun stem te laten horen. Goed voor uw imago.
15. Leveranciersselectie Er zijn al Twittersites die vraag en aanbod aan elkaar koppelen. Ideaal als u bijvoorbeeld een webdesigner zoekt. Ook kunt u uw eigen diensten aanbieden als u iemand tegenkomt die daar wel eens gebruik van zou kunnen maken (denk aan een toerist die uw stad bezoekt en wellicht geïnteresseerd is in een kamer in uw hotel of een etentje in uw restaurant). Houd er rekening mee dat u wellicht niet de enige bent.
16. Conflicten oplossen Heeft u problemen met een leverancier? En wordt dit maar niet opgelost? Zoek en vindt lotgenoten via Twitter. Wedden dat het probleem in no time opgelost is?
17. Interne communicatie Vooral handig als uw bedrijf vestigingen in meerdere plaatsen en/of landen heeft. Via Twitter kunnen medewerkers (en andere geïnteresseerden) alle nieuwtjes volgen en zelf met suggesties komen. Pas natuurlijk wel op dat er geen gevoelige informatie online gezet wordt.
18. Werving en selectie Er zijn al recruiters die via Twitter actief naar mogelijke kandidaten zoeken. Komt er een vacature vrij, dan ontvangen ze een persoonlijk berichtje. Het gaat erom zo persoonlijk en betrokken mogelijk te zijn. Stuurt u hetzelfde, onpersoonlijke berichtje naar iedereen, dan zal het waarschijnlijk door niemand gelezen worden.
19. ‘Tweet-ups’ Organiseer speciale bijeenkomsten voor Twitteraars en geef ze dan een korting of de kans te netwerken met branchegenoten.
20. 'Voorkennis' Er is al software beschikbaar waarmee u de Twittercommunity kunt doorzoeken naar informatie die een goudmijn op kan leveren voor effectenhandelaren. Met de juiste informatie op het juiste moment weet u precies waar de kansen liggen.
21. Geld inzamelen Niemand houdt ervan om rechtstreeks om geld gevraagd te worden, maar informatie en persoonlijke verhalen zijn vaak wel welkom. Laat mensen vertellen waarvoor ze dankbaar zijn en plaats daarbij een link naar een site waar ze, bijvoorbeeld, kunnen doneren aan een goed doel.
Bron: managersonlineÂ
-
Opgehaald: September 9th, 2009, 6:53pm CEST
Deelnemers aan klassieke netwerkbijeenkomsten hebben een beperkte visie op netwerken en verspillen hun tijd met het zoeken naar afnemers; slechts drie procent van de deelnemers aan bijeenkomsten doet zaken met elkaar.
Uit recent onderzoek naar het nut en de effecten van netwerken is gebleken dat 84 procent van de bezoekers aan netwerkbijeenkomsten dat doet om nieuwe klanten te werven terwijl 75 procent van de ondervraagden specifiek aangeeft geen leveranciers te zoeken.
Zakelijke netwerkenFysieke netwerken zijn nog steeds veruit de populairste vorm van netwerken terwijl het succes van virtuele netwerken als LinkedIn, Twitter en Xing aanzienlijk betere resultaten oplevert in de vorm van nieuwe klanten, uitwisseling van ideeën, open source vraagbaak en onderlinge hulpverlening. Bijna 30 procent van de deelnemers aan virtuele netwerken geeft aan leveranciers en klanten te hebben gevonden, maar zij gebruiken web 2.0 hoofdzakelijk voor de uitwisseling van informatie en het verbreden van het kennisgebied. Met name beslissers en beïnvloeders uit het MKB en ZZP'ers lijken baat te hebben bij virtuele contacten. Het is daarom opmerkelijk dat nog maar zes procent van zakelijk Nederland zich actief bezighoud met virtueel netwerken. Het alleen maar aanmaken van een profiel en achteroverleunen is zeker niet voldoende
NetwerkcongresDe discussie rond de oude en nieuwe manier van netwerken geeft duidelijk aan dat met name zakelijk Nederland op dit moment door de bomen het bos niet meer ziet. Waar de ene onderneming virtueel netwerken aanmoedigt, doet de andere haar best om dit te verhinderen. Om duidelijkheid te brengen in de voor- en nadelen van (virtueel) netwerken wordt op 27 november a.s. in Rotterdam/Ridderkerk het eerste Netwerkcongres gehouden. Dit congres wordt georganiseerd door De Netwerkmakelaar en negen experts op het gebied van (virtueel) netwerken, zoals o.a. Drs. Jos van Hezewijk (Je kent wie je bent), Lode Broekman, Martijn Aslander( Mr. Lifehacker), Drs. Patty Harpenau (het Geheim van The Secret) en Frank van Marwijk (Manipuleren kun je leren), geven hun visie op de toekomst van netwerken.
managersonlineÂ
-
Opgehaald: September 9th, 2009, 6:53pm CEST
Facebook heeft in België de kaap van de miljoen gebruikers overschreden. Dat betekent dat de impact van deze sociale netwerksite op bedrijfscommunicatie belangrijk wordt.
Want de gebruikers praten echt wel over meer dan hun privé-leven. U vindt er duizenden commentaren, meningen, discussies, foto’s, video’s van ... producten, diensten en bedrijven. U mag dus niet passief aan de kant blijven staan. Stap 1: Maak werk van een aanwezigheid voor uw bedrijf op Facebook. Hoe? Daar leert u vanaf deze week meer over (zie onderstaand artikel). Stap 2: Stap mee in de conversaties die leven op Facebook. Met vallen en opstaan. Mis deze boot niet!
Geïnteresseerd in een gratis minisite op Facebook?
-
Opgehaald: September 9th, 2009, 6:53pm CEST
Het Agentschap Ondernemen is het aanspreekpunt van de Vlaamse overheid voor ondernemers. Zowel kmo’s als grote bedrijven kunnen bij de organisatie terecht voor de volgende diensten i.v.m. energie. Eind 2008 start het VLAO (Vlaams Agentschap Ondernemen) met een actie om kennisdiffusie inzake Rationeel Energieverbruik in KMO’s een extra stimulans te geven. VLAO streeft naar een efficiënter, milieuvriendelijker, rationeler en meer duurzaam energieverbruik in bedrijven.
Via het EFRO-project 'Rationeel Energie Gebruik in KMO's' kan na een energiescan verder advies per thema (verlichting, perslucht, HVAC, WKK, ...) uitgevoerd worden door gespecialiseerde energiestudiebureaus.
VLAO komt hierbij financieel tussen voor 2/3 van de kosten met een max. van 3.000 EUR. Voor specifieke thema's kan VITO de studies voor KMO's uitvoeren die via het EFRO-project 'Prodem' voor 2/3 financieel worden gesteund.
In 4 stappen vindt u de weg naar Rationeel Energiegebruik in uw onderneming:
1. Doe de ZELFSCAN Het Vlaams Energieagentschap (VEA) biedt u de mogelijkheid om een rudimentair beeld te schetsen van uw energieverbruik. Via een webtool ka u uw energieverbruik inventariseren en een aantal kengetallen zoals het jaarlijks aardgasverbruik per m² genereren. De resultaten van de zelfscan kunnen desgewenst door een VLAO accountmanager in een juister kader geplaatst worden. (Doe de zelfscan: www.energiesparen.be/KMOzelfscan)
2. Vlao ENERGIESCAN Volgend op de zelfscan biedt VLAO de bedrijven die dit wensen een gratis individuele doorlichting aan. Naast een analyse van het energieverbruik komen verscheidene energiethema’s zoals verlichting, perslucht, koeling, verwarming, … aan bod. Na een energiescan heeft het bedrijf een duidelijk beeld van waar de prioriteiten dienen te liggen wanneer er beslist wordt om het energieverbruik aan te pakken, en van wat haalbaar kan zijn.
3. Thematisch ADVIES Op basis van de resultaten van de VLAO-energiescan beslist het bedrijf – in samenspraak met de VLAO accountmanager – of het wenselijk en nuttig is dat het eerste advies gevolgd wordt door een grondige studie van een bepaald energiethema. Deze studie dient te worden uitgevoerd door specialisten van private energieadviesbureaus. Dit thematisch advies wordt door VLAO financieel gesteund door 2/3 van de kost (excl. BTW) te subsidiëren (met een maximum subsidie van 3.000 euro).
4. Doorgedreven BEGELEIDING Na een VEA zelfscan, een VLAO energiescan en verder thematisch advies bent u optimaal geïnformeerd over uw energiesituatie. Hieruit zal blijken of investeringen technisch en economisch haalbaar zijn. Op basis van specifieke verbeterpunten kan VLAO u in contact brengen met de juiste technologieaanbieders en kenniscentra, zoals VITO of de leden van het VIN.
www.vlao.be
-
Opgehaald: September 9th, 2009, 6:53pm CEST
De KMO-IT software databank bundelt meer dan 300 softwares die interessant zijn voor KMO's. Het gaat dan zowel om gratis als betalende toepassingen.
Zie: Â http://www.kmo-it.be/software_bank.jsp
-
Opgehaald: September 9th, 2009, 6:53pm CEST
In januari 2008 startte de Hogeschool Gent met een onderzoek naar de kredietrelaties tussen banken en KMO’s. Op 22 oktober worden de ontdekte knelpunten, maar ook enkele oplossingen, aan het grote publiek voorgesteld. KMOPME Magazine kreeg in avant-première al enkele van de resultaten.
- Door Koen Vandepopuliere
Banken beoordelen een kredietaanvraag op basis van het antwoord op drie vragen: wie doet de aanvraag, wat gebeurt er met het geld en welk risico houdt de financiering voor de bank in. De financiële instellingen beantwoorden deze vragen grotendeels op basis van het kredietgesprek met de aanvrager. Daarin overloopt de bankier het, door de ondernemer voorbereide, kredietdossier, dat onder meer de jaarrekening, een ondernemings- en financieringsplan,…, bevat. Welke zaken bekijken bankiers nu om de ‘wie’-vraag te beantwoorden? Fiene Biesbrouck, Wetenschappelijk Medewerkster van het project: “Enerzijds hebben ze nood aan kwantitatieve info: solvabiliteit, rentabiliteit, brutomarge, … Deze informatie leiden ze uit de jaarrekening af. Daarbij zijn niet enkel de naakte cijfers van belang, maar ook het verhaal dat er achter zit. Anderzijds vormen ze zich tijdens het gesprek een beeld van de kwaliteit van de manager(s) – een heel belangrijke factor bij de beoordeling! - , onderneming, organisatie, klantenbestand, …
Ook de kwaliteit van het kredietdossier is belangrijk. Een belangrijke tip: besteed voldoende aandacht aan de voorbereiding ervan. Hoe meer informatie erin terug te vinden, en hoe kwalitatiever deze is, hoe correcter de bankier uw dossier kan inschatten en hoe beter hij het kan verdedigen. En, belangrijk, meld eerlijk de bezwarende elementen, zoals achterstallen bij de RSZ, schulden bij de belastingen, het feit dat u bij de kredietcentrale staat genoteerd als iemand die schulden moeilijk terugbetaalt,… Want dat zijn zaken die de bankiers toch te weten komen, gezien deze informatie veelal vrij toegankelijk is.â€
Wat wilt u?Vervolgens zal de bankier kijken nagaan wat u met de gevraagde financiering wilt doen. Strookt het doel wel met de deontologie van de bank? Zo zullen een aantal instellingen weigeren om aan sectoren te lenen die zij als onethisch beschouwen. Maar even belangrijk is dat de investering aan uw onderneming is aangepast. Vraagt u niet teveel krediet in vergelijking met uw balanscijfers? Past de investering binnen uw bedrijfsstrategie?... Ze onderzoekt ook hoeveel extra omzet deze investering zal genereren. “Om dit aan te tonen, is een degelijk ondernemingsplan met goed gefundeerd cijfermateriaal onontbeerlijk,†stelt Fiene Biesbrouck. “Neem er drie verschillende scenario’s in op: een best case, worst case en tenslotte neutraal scenario. Kom in het financieringsplan met concrete kostprijsramingen over de brug. En bent u bereid om zelf heel wat middelen in te brengen om het project te financieren, dan hebt u een alvast een streepje voor. Want dat is voor de bank een bewijs dat u zelf in uw project gelooft en er risico’s voor durft te nemen.â€
Risico in kaartBanken willen natuurlijk een goed zicht op de grootte van het risico hebben. Een eerste indicator vormt de rating die de financiële instelling aan de onderneming toekent op basis van informatie uit de jaarrekening en over het management, sector, concurrentie, … Fiene Biesbrouck: “Solvabiliteit, rentabiliteit en een resem andere ratio’s worden door modellen in een score vertaald. Ook het management en andere informatie die niet in de balanscijfers wordt weerspiegeld, krijgt een score. Hoe banken dit precies doen, verschilt naargelang de instelling, maar allen volgen hetzelfde stramien. Zo hebben negatieve signalen - zoals een achterstand bij de RSZ of een vroegere slechte ervaring met de onderneming - een lagere rating tot gevolg. Belangrijk bij de bepaling van het risico is tevens de terugbetalingcapaciteit. En dan komen we bij de waarborgen, de laatste cruciale factor die het risico voor de bank bepaalt. Op dit vlak houdt de KMO best twee zaken voor ogen. Ten eerste: besef dat de vraag naar een waarborg normaal is.
De bank is immers geen risicokapitaalverstrekker. En ten tweede: de waarde die een KMO aan iets toekent, is niet noodzakelijk gelijk aan deze die de financiële instelling eraan toeschrijft. Indien het bedrijf bijvoorbeeld vastgoed als onderpand wil geven, houdt de bank enkel rekening met de gedwongen verkoopwaarde, die meestal lager dan de marktwaarde van het vastgoed ligt.†Fine Biesbrouck raadt tegelijk aan om zich bij de onderhandeling over de waarborgen zich hard genoeg op te stellen. “Het mag immers niet zover komen dat de dekkingswaarde van deze waarborgen meer bedraagt dan het totaalbedrag van de kredieten. Voorkom tevens dat de bank u, via de waarborgen, aan zich bindt, bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat u er niet zomaar een deel ervan terug vrij kunt krijgen indien u met een andere bank over een nieuw krediet wil onderhandelen. Voorbeeld van zo’n waarborg kan een gebouw zijn waarvan de totale waarde veel groter is dan het te lenen bedrag.â€
Tips & tricks Fiene Biesbrouck wijst nog op het belang van een goede bankier. “Probeer iemand te vinden die voldoende ervaring met kredietverlening heeft. Want dergelijke personen weten hoe het centrale kredietcomité van hun bank de aanvragen beoordeelt, waardoor ze beter op de beslissing kunnen anticiperen en de ondernemer raad geven om de weigering van het dossier te voorkomen. Zo zou de bankier bij het beoordelen van het dossier kunnen voorzien dat het kredietcomité de waarborgen onvoldoende zal vinden. Omdat hij in sommige gevallen uw dossier ook bij dit comité moet verdedigen, zijn de overtuigingskwaliteiten van de bankier eveneens belangrijk. Voorts moet het iemand zijn die inzicht in cijfers heeft, en in staat is om het verhaal achter de cijfers te zien. Vooraleer u met een bankier in zee gaat, is het dan ook verstandig om u over zijn kwaliteiten te informeren. Dit kan door informatie over hem/haar bij andere ondernemers, boekhouders, werkgeversorganisaties, …, in te winnen.†Maar u hebt niet alleen een goede bankier nodig.
Ook u moet sterk in uw schoenen staan. Wanneer u heel wat vragen beantwoordt met: “Mijn boekhouder heeft het opgesteld, zelf weet ik het niet zo goed,…â€, laat u geen goede indruk na. Zorg er desnoods voor dat een deskundige, zoals uw boekhouder, tijdens de gesprekken aan uw zijde zit. Fiene Biesbrouck benadrukt tevens dat de KMO-zaakvoerder er alle belang bij heeft om voldoende open te zijn. “Een kredietrelatie draait in de eerste plaats rond vertrouwen,†legt ze uit. “Dit is bijvoorbeeld geschonden indien de bankier merkt dat u negatieve info hebt verzwegen. Het resultaat daarvan is dat alle verdere samenwerking wordt stopgezet. Bij dergelijke vertrouwelijke, negatieve mededeling kan bovendien blijken dat net de bankier een oplossing kan aanreiken. Een voorbeeld: zaakvoerders zullen vaak geneigd zijn om te melden dat een belangrijke klant in de toekomst zal wegvallen, omdat dit tot een omzetdaling en eventuele problemen met de terugbetalingcapaciteit kan leiden. Maar spreekt hij er wel over, zal de bankier hem wellicht een beter debiteurenbeheer voorstellen.â€
Indien de aanvraag uiteindelijk wordt goedgekeurd, komt meestal nog de prijs (rente) ter sprake. Fiene Biesbrouck raadt aan om minstens twee banken om financiering te vragen, zodat u de tarieven kunt vergelijken. Maar het heeft weinig zin om alle financiële instellingen af te schuimen, omdat bankiers dan doorhebben dat u enkel bij ze langsgaat om uw eigen bankier onder druk te zetten. Besef eveneens dat kredietverleners doorgaans een lagere prijs vragen wanneer ze op andere producten - bijvoorbeeld vermogensbeheer - veel aan u verdienen. En tenslotte: bepaalde methodes tot fiscale optimalisatie, zoals het minimaal houden van de winstcijfers om minder belastingen te moeten betalen, hebben wel eens slechtere ratio’s tot gevolg, waardoor de kans toeneemt dat de kredietaanvraag wordt geweigerd of de goedkeuring met een hogere rente gaat gepaard.Â
http://bmer.hogent.be
www.hiaf.be/programma/codes/symposium.pdf
Foto: Fiene Biesbrouck, Hogeschool Gent
Â
Â
-
Opgehaald: September 9th, 2009, 6:53pm CEST
Onder invloed van de crisis zijn in de sector van ‘business travel’ veel aanbieders en talrijke van hun klanten een nieuwe weg ingeslagen. Glenn Wastyn, Commercieel Directeur Belux bij BCD Travel, schetst de nieuwste trends. Â
Heeft de reissector nu echt zoveel onder de crisis te lijden?“Zowel luchtvaartmaatschappijen, hotels als boekingsagentschappen hebben zware klappen gekregen. Vooral het zakenreizen is flink afgenomen: volgens mijn schattingen zal de omzet in de hele sector dit jaar zo’n 20 à 25 % lager liggen.â€
Gaan bedrijven dan veel minder op zakenreis dan enkele maanden geleden?“Eigenlijk zijn er drie grote reacties op de crisis: minder, goedkoper en slimmer. We bemerken dat de grotere bedrijven het aantal zakenreizen aanzienlijk heeft gereduceerd of gedurende een bepaalde periode zelfs een ware ‘travel stop’ inlast. Ter compensatie wordt alsmaar vaker naar teleconferencing en, in mindere mate, videoconferencing terug gegrepen. Daarnaast zien we dat het goedkoper moet. Zowel de grotere bedrijven als KMO’s zoeken een oplossing in goedkopere vliegtickets: business class mag enkel nog voor erg lange vluchten, en ‘low cost carriers’ zijn erg populair. Als reactie hebben veel luchtvaartmaatschappijen intussen een Economy Plus Class ingevoerd, die qua prijs tussen Business en Economy Class ligt. Tevens besparen de bedrijven op hotels door voor drie of zelfs twee sterren in plaats van de gebruikelijke vier te kiezen. Er zijn dan ook verschillende hotels die intussen bewust een ster hebben afgegeven om zodoende een –weliswaar beperkte – prijsreductie door te voeren en meer volk aan te trekken. Tenslotte blijkt dat vooral KMO’s hun reisbudget slimmer gaan spenderen. Ze proberen bijvoorbeeld op reisdagen te besparen, zodat ze minder of niet moeten blijven overnachten. Daarnaast reduceren ze het aantal reizigers: waar vroeger bijvoorbeeld vier mensen naar een vergadering trokken, zijn er dat nu nog twee. Tenslotte laten ze interne meetings op een andere locatie plaatsvinden. Waar voordien bijvoorbeeld vier mensen vanuit de Italiaanse dochteronderneming naar het hoofdkwartier in Brussel kwamen rapporteren, zal de baas nu naar Italië reizen. Of er wordt afgesproken in een kantoor dat zich in een stad met minder dure hotels bevindt.â€
Reageren alle KMO’s hetzelfde of zijn er verschillen?“We kunnen drie categorieën onderscheiden. We bemerken de grootste terugval in het segment van de prijs/kwaliteitskopers die de beste standaard dienstverlening willen. Want waar ze vroeger een beroep op de diensten van een reisagentschap deden, gaan ze nu – om besparingsredenen – steeds vaker zelf online boeken. In het segment van de online bookers is er een significante daling van het aantal reizen, gewoonweg omdat dit type ondernemingen meestal jong is en maar een kleine financiële armslag heeft, waardoor ze noodgedwongen op het reisbudget moeten besparen. Maar deze tendens wordt wel door een toename van het aantal online bookers gecompenseerd. Gelukkig heeft de crisis weinig impact op het zogenaamde ‘Full Service’ segment gehad: KMO’s die graag comfortabel op zakenreis gaan en de organisatie ervan van A tot Z uitbesteden.â€
In volle crisistijden opent u een nieuw kantoor in Mechelen. Is dat wel verstandig?“Ik wil erop wijzen dat deze beslissing al voor de crisis was genomen. Maar daarnaast zijn we ervan overtuigd dat het onze business ten goede zal komen. Want in het segment KMO hadden we in de regio Antwerpen-Limburg geen representatie. En aangezien precies deze klantengroep minder gevoelig voor de crisis is, is het maar logisch dat we onze service op dit vlak verder uitbreiden.â€Â
Denkt u dat bedrijven, eens de economie weer aantrekt, in hun oude ‘business travel’-gewoonten zullen terugvallen?“Ik denk dat KMO’s sneller weer hun gewoontes zullen hernemen, gewoonweg omdat zij er vaak geen ‘travel policy’ op nahouden. Ik verwacht dan ook dat de beperking op het aantal reisdagen en reizigers binnen één à twee jaar grotendeels zal wegvallen. Maar bij de grote bedrijven zal het volgens mij nog zo’n drie à vier jaar duren vooraleer de draad van voor de crisis opnieuw wordt opgepakt. Bovendien vrees ik dat een versoepeling van het huidige regime enkel nog voor bepaalde functies zal zijn weggelegd. Zo kan het wel eens zijn dat vliegen in Business Class en logeren in een viersterrenhotel één van de extralegale voordelen wordt om hooggekwalificeerd personeel aan te trekken.â€
www.bcdtravel.be
Foto: Glenn Wastyn
Â
-
Opgehaald: September 9th, 2009, 6:53pm CEST
Hoewel 87 % van de Europese bedrijven inziet dat er met videoconferencing op de kosten van business travel kan worden bespaard, blijkt 31 % nog niet te hebben overwogen om een dergelijk systeem te implementeren.
Een kwart stelt dat ze zelfs nog nooit videoconferencing heeft gebruikt. Dat blijkt uit een recent onderzoek in opdracht van Easynet Global Services. 24 % gebruikt de techniek niet wegens te onpersoonlijk. Bij 17 % werkt het management tegen en 16 % vindt de oplossing te duur. De meeste bedrijven die videoconferencing wel toepassen, blijken dan weer niet alle mogelijkheden te benutten. Zo vindt 21 % van de gebruikers dat de virtuele vergaderoplossingen vaak te ingewikkeld zijn. Uit het Europese onderzoek ‘Face to Phase: The Convergence of business travel and virtual meetings’ in opdracht van Global Services blijkt dat er tijdens businesstrips amper 55 % van de tijd wordt gewerkt. De overige 45 % wordt besteed aan het wachten op een aansluitende vlucht of in een hotelkamer tussen vergaderingen in. Bedrijven gaan voornamelijk op zakenreis om persoonlijke relaties te onderhouden.
Maar voor tweederde van de ondernemingen zou een combinatie met videoconferencing tot flinke besparingen kunnen leiden (tot 20 % van het totale reisbudget). En uit een laatste studie blijkt dan weer dat 47 % van de Europese managers vindt dat zakenreizen tot meer stress leiden. Vooral de lange wachttijden in de luchthavens, vertragingen en irritante medereizigers zijn belangrijke oorzaken. Toch klaagt de meerderheid (57 %) niet over de hoeveelheid businesstrips die ze jaarlijks moet maken. www.easynet.be
Â
-
Opgehaald: September 9th, 2009, 6:53pm CEST
Thalys lanceerde net voor de vakantie haar nieuwe menukaart. ’s Avonds en ’s middags stelt ze 32 gerechten voor die gedurende vier maanden in omloop zijn (dienst enkel in Comfort 1).
Het volledige aanbod wordt drie keer per jaar volledig vernieuwd volgens een bepaald thema. Daarnaast krijgen biologische en ‘fair trade’ producten een ereplaats, zowel in de menu’s als bij de snacks. www.thalys.com
-
Opgehaald: September 9th, 2009, 6:53pm CEST
Uit het laatste ‘Fly To Delight’-onderzoek van D-Sense blijkt dat VLM Airlines 32,2 % ‘delighted’ klanten heeft en daarmee tot de top in de luchtvaartwereld behoort.
‘Delighted’ klanten zijn trouw en worden als het ware ‘ambassadeurs’ van het bedrijf.www.flyvlm.com
-
Opgehaald: September 9th, 2009, 6:53pm CEST
Uit het recente ‘Groene Reis’-rapport van Eurostar blijkt dat steeds meer reizigers het vliegtuig voor de trein inruilen. Bovendien nam de spoorwegmaatschappij heel wat maatregelen om zijn milieu-impact te beperken.
– Door Bert Claes
In november 2007 werd Eurostar de eerste spoorwegmaatschappij ter wereld die CO2-neutrale reizen aanbood, zonder extra kosten voor de reiziger. In concreto investeert de onderneming in projecten die de CO2-uitstoot compenseren en neemt ze maatregelen om haar eigen uitstoot te reduceren. Sindsdien blijken steeds meer mensen voor korte trajecten de trein boven het vliegtuig te prefereren, waardoor intussen zo’n 40.000 ton minder CO2 werd uitgestoten. Door de hogere bezettingsgraad en het veranderen van elektriciteitsleverancier voor de Kanaaltunnel heeft Eurostar dan ook haar ambitie om tegen 2012 maar liefst 25 % minder CO2 uit te stoten, nu al gehaald. Vandaar dat de spoorwegmaatschappij zijn doelstellingen heeft bijgesteld en nu een reductie van 35% voorop stelt.
Volgens onderzoek dat Eurostar door Hall & Partners bij het grote publiek in België, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk liet uitvoeren, blijft milieu (ondanks de economische crisis) een prioriteit voor de reiziger. Richard Brown, CEO van Eurostar: “Uit de resultaten blijkt duidelijk dat onze klanten de milieu-impact van hun vakantie- of businessreizen willen terugdringen. Maar ze verwachten wel dat de sector ze daarbij helpt. Vandaar dat we al in 2007 het Groene Reis-project op touw hebben gezet. Naast het terugdringen van de C02-emissies per reizigerstraject, omvat dit ook een tienpuntenplan om alle andere invloeden op het milieu te reduceren. Op dit vlak boekten we al verschillende resultaten. Zo wordt in het onderhoudsdepot ‘Temple Mills’ meer dan 60 % van het afval gerecycleerd, wat in 2008 op 286 ton neerkwam. 90 % van de wegwerpartikelen aan boord - bekertjes, borden, servietten – bestaat uit biologisch afbreekbaar en volledig recycleerbaar materiaal. Verder is het papierverbruik vorig jaar met meer dan 28 % gedaald en wordt 85 % van ons papier van duurzame grondstoffen gemaakt. Tenslotte recycleren we, in samenwerking met Worn Again, de oude uniformen om ze tot nieuwe kledij en accessoires te verwerken. De vooruitgang op andere vlakken, zoals de afvalbehandeling aan boord en het vervangen van de koelstoffen voor de airconditioning, duurt langer dan gedacht.â€
www.eurostar.be
-
Opgehaald: September 9th, 2009, 6:53pm CEST
Inzake economische ontwikkeling mikt de GOMB steeds meer op KMO’s. “We bieden deze ondernemingen een grote toegevoegde waarde,†verduidelijkt Philippe Antoine, Directeur-Generaal van de Economische Expansie.
– Jacqueline Remits
“Bij het begin van deze nieuwe legislatuur zijn wij trots nieuwe projecten op het vlak van stadsvernieuwing en economische ontwikkelingen te kunnen voorstellen die op onze jarenlange ervaring steunen en met de noden van zowel onze klanten als het gewest rekening houden,†verklaarde de voorzitter van de GOMB, Luc Willame, bij de voorstelling van het jaarverslag 2008. Momenteel zijn er 261 bedrijven op de sites van de GOMB gevestigd, die samen meer dan 17.000 banen hebben gecreëerd. “Ondanks de schaarste van beschikbare bedrijfsterreinen in Brussel en drastische budgettaire restricties, hebben we begin 2009 de vennootschap IDIM, intussen omgedoopt tot SBDI-BMVO - de Brusselse Maatschappij voor Vastgoedontwikkeling - kunnen verwerven," vervolgde Philippe Antoine. De BMVO is eigenaar van 3,5 ha te commercialiseren terreinen in Neder-over-Heembeek en opent nieuwe vestigingsmogelijkheden voor bedrijven in Brussel. De GOMB zette eveneens haar inspanningen voort om ondernemingen aan te trekken. Met de verankering van 38 firma’s in 2008 zette de opwaartse trend van 2007 zich door. Wat betreft het scheppen van nieuwe banen moet 2008 evenmin onderdoen voor 2007. Want vooral dankzij de vestiging van Mobistar op de site Da Vinci in Evere werden schitterende resultaten geboekt.
Kaart van de KMO’sDe GOMB trekt nu ook resoluut de kaart van KMO’s via parken die specifiek op hun maat zijn gesneden. “Dit is voor ons een nieuw terrein, want tot nog toe richtten we ons immers op kleine structuren - incubators en bedrijvencentra - en grote vestigingsprojecten, de sites voor industriële activiteiten. Maar nu bieden we ook oppervlakten met een open inrichting die in modules van 200 à 250 m² op te delen zijn.†Deze KMO-parken brengen diverse ondernemingen samen, waardoor synergiëen ontstaan. In december 2008 werd het eerste KMO-park gelanceerd: Bara-De Lijn in Anderlecht. “We hebben vastgesteld dat de vraag groot is. Deze KMO-parken spelen op een bestaande marktbehoefte in,†besloot Philippe Antoine. Bedrijven die zich tot de GOMB richten, krijgen een totaalbehandeling: alle noden komen aan bod. Gewoon maar vastgoedinfrastructuur vinden, volstaat immers niet meer. De grootste bekommernis van bedrijven is momenteel mobiliteit, meer nog dan fiscaliteit. Ondernemingen zoeken tevens naar veiligheid en contact met andere firma’s. En duurzame ontwikkeling is in hun dagelijkse werking verweven. “We maken deel uit van netwerken met andere Brusselse instellingen, waardoor we concrete antwoorden kunnen bieden, zoals mobiliteitsplannen, crèches, eco-efficiënte gebouwen, synergiëen …,†beklemtoonde Philippe Antoine.
Daarnaast is er ook het voordelige erfpachtstelsel, waardoor de vastgoedinvestering voor de bedrijven is beperkt. Tenslotte is de GOMB eigenaar van een aantal sites die ze momenteel inricht. “Wij werken aan een nieuw project op onze site Gryson in Anderlecht," verduidelijkte Philippe Antoine. Twee andere projecten voor starters en KMO’s, die gedeeltelijke steun van het EFRO genieten, zitten eveneens in de realisatiefase: de sites Paapsem en Tivoli. Deze laatste die zich vlakbij de site Tour & Taxis bevindt, zal onder meer een incubator huisvesten voor starters die zich in milieutechnologie en eco-constructie specialiseren.
De GOMB, dat is ook …De GOMB werd in 1974 opgericht om de vestiging van bedrijven op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te bevorderen. Ze beheert momenteel een patrimonium van bijna 200 ha, waarop meer dan 260 bedrijven zijn gevestigd, goed voor meer dan 17.000 banen. De GOMB stelt gratis de databank met het aanbod van bedrijfsvastgoed ter beschikking op www.inventimmo.be. Daar vindt u alle ateliers, opslagplaatsen, industrieterreinen, handelsruimten en kantoren die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te koop of te huur staan.www.gomb.be
-
Opgehaald: September 9th, 2009, 6:53pm CEST
Iedereen kent intussen het Kafka-meldpunt, waar u met klachten en suggesties over administratieve rompslomp terecht kunt. Maar er zijn nog andere overheidsinitiatieven die u het leven gemakkelijker moeten maken.
– Door Koen Vandepopuliere
Eind 2006 liet de Europese Commissie weten dat het, samen met haar lidstaten, ernaar streeft om tegen 2010 de administratieve rompslomp voor bedrijven met 25 % te verminderen. Middel om daartoe te komen, is onder meer het vermijden van onnodige regelgeving. Maar ook elektronische facturatie zou helpen. Uit een onderzoek van de Commissie (dit jaar gepubliceerd) blijkt dat dit jaarlijks tussen de 135 en 243 miljard euro besparingen kan opleveren, dit als gevolg van papierbesparing, vermijden van print- en portkosten, etc. Probleem is echter dat boekhoudpakketten verschillende standaarden gebruiken. Het onderzoeksrapport raadt de Europese overheid dan ook aan om voor één enkele te kiezen, en spreekt een voorkeur uit voor de UBL-standaard (Universal Business Language) van Oasis. Deze is immers erg degelijk én wordt al frequent gebruikt. Ook UN/Cefact is een optie: het gaat om een standaard van de Verenigde Naties, die eveneens veel steun van de Europese Commissie geniet. Naar verwachting zal in het tweede semester van 2010 een keuze worden gemaakt (toevallig tijdens het Belgische voorzitterschap van de E.U.). Dan zullen trouwens ook andere beslissingen omtrent e-facturatie worden genomen, zoals de uitschakeling van het ‘papieren paralleltraject’ dat nu nog vaak in gebruik is (waardoor elke factuur zowel elektronisch als op papier wordt verstuurd).
België wil beter Op federaal niveau werden de laatste jaren eveneens een aantal belangrijke wetten gestemd, vaak in uitvoering van Europese richtlijnen. Zo werd de bewaartermijn voor boekhoudkundige stukken in juni 2008 van tien naar zeven jaar teruggebracht. Bovendien werd een BTW-circulaire gepubliceerd in verband met de elektronische archivering van facturen, wat deze betaalwijze een duwtje in de rug gaf. Een andere belangrijke stap werd gezet door het verplichten van de elektronische BTW-aangifte. Voor grote ondernemingen gebeurde dit in 2007; in 2008 werd de maatregel uitgebreid naar alle middelgrote ondernemingen. En sinds 1 januari 2009 geldt ze ook voor kleine firma’s en zelfstandigen. Maar bij dit soort van vereenvoudigingen winnen niet alleen de bedrijven. Zo bespaarde de federale overheid vorig jaar 92,9 miljoen euro door het effect van vereenvoudigende maatregelen, waaronder openbare elektronische toepassingen, zoals Web-DIV (inschrijving van voertuigen) en Tax-on-Web.
Vlaamse leeuw slankt afVlaanderen doet eveneens haar duit in het zakje om tegen 2012 de ‘min 25 %’-doelstelling van de Europese Commissie te halen. Tekenend in dat verband is de verplichting (sedert 1 januari 2005) die de Vlaamse regering zichzelf oplegt om de compensatieregel te volgen. Het komt erop neer dat, wanneer ze een beslissing neemt die tot gevolg heeft dat de administratieve lasten stijgen, ze door een andere beslissing ervoor moet zorgen dat elders een even grote hoeveelheid bestaande lasten verdwijnt. Voorts is belangrijk dat het Vlaamse niveau intussen een groot aantal suggesties tot administratieve vereenvoudiging heeft verzameld: vanuit het (federale) Kafka-meldpunt, het suggestieformulier op de Vlaamse site www.wetsmatiging.be, panelgesprekken met diverse doelgroepen (waaronder ondernemingen),… Deze worden momenteel in actieplannen omgezet die tot concreet voelbare administratieve vereenvoudigingen moeten leiden. Verwacht wordt dat de meeste plannen eind 2009, begin 2010 zullen zijn afgewerkt.Â
Steden en gemeenten doen meeDe Europese Dienstenrichtlijn heeft tot doel om de interne marktwerking binnen de E.U. te bevorderen. Dit houdt tevens in dat de lokale besturen moeten nagaan of zij geen belemmeringen opleggen voor de vrije vestiging van dienstverleners en het vrije verkeer van diensten. In augustus 2009 werd beslist dat Gent en Antwerpen, samen met de VVSG (Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten) vorm aan deze Europese richtlijn zouden geven. Het project is zo opgesteld dat de expertise later door de andere gemeenten in Vlaanderen kan worden gebruikt. Er is onder meer een screening van de procedures voorzien, dit om de bestaande regelgeving toegankelijker te maken.
http://ec.europa.eu/enterprise/admin-burdens-reduction/online_consulation_en.htmwww.pwc.com/en_BE/be/publications/ec-study-pwc-09.pdfwww.administrative-burdens.comwww.kafka.bewww.vereenvoudiging.bewww.wetsmatiging.be
Â
Â
-
Opgehaald: September 9th, 2009, 6:53pm CEST
Recent heeft de Rulingcommissie haar nieuwe visie betreffende interne meerwaarden op aandelen in vier voorafgaande beslissingen kenbaar gemaakt.
De Minister van Financiën bevestigde ondertussen dat dit tevens het standpunt van het hoofdbestuur is.
Belastingsvrij
Meerwaarden die een natuurlijk persoon realiseert bij de inbreng of verkoop van aandelen aan een holdingvennootschap die hij of zij zelf controleert, worden doorgaans “interne meerwaarden†genoemd. Krachtens artikel 90, 1° van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen (WIB) zijn deze meerwaarden in principe belastingvrij op voorwaarde dat ze kaderen binnen de normale verrichtingen van beheer van het privé-vermogen. Indien dit niet het geval is, volgt een belastingheffing tegen 33%, verhoogd met gemeentelijke opcentiemen.
Normaal beheer van privé-vermogen
De vraag die zich stelt, is wat de precieze inhoud van het begrip “normaal beheer†is. Uit recente rechtspraak hieromtrent blijkt dat het al dan niet kwalificeren van een verrichting of handeling als normaal beheer van privé-vermogen louter een feitenkwestie is. De rechterlijke uitspraken bevestigen steeds dat de bewijslast bij de administratie ligt en dat van een principiële belastbaarheid geen sprake kan zijn op basis van de tekst van de wet.
De notie “normaal†verwijst naar het gedrag van de goede huisvader of “bonus pater familias†die geïnformeerd en goed opgeleid is, maar uiteindelijk slechts handelt als een goede huisvader.
Gezamenlijk standpunt van Rulingcommissie en hoofdbestuur
In vier recente voorafgaande beslissingen heeft de Rulingcommissie (d.i. de Dienst voor Voorafgaande Beslissingen) haar nieuwe standpunt omtrent inbrengverrichtingen toegepast. Ondertussen heeft ook de Minister van Financiën in een antwoord op een parlementaire vraag verkondigd dat dit tevens de zienswijze van het hoofdbestuur uitmaakt.
Volgens de Minister mag aanvaard worden dat de meerwaarden die een natuurlijk persoon verwezenlijkt bij de inbreng van aandelen in zijn eigen holding (die een meerderheids- of een controlebelang in een vennootschap uitmaken) niet als belastbare diverse inkomsten worden aangemerkt indien gedurende een periode van drie jaar te rekenen vanaf de inbreng:
er geen kapitaalvermindering door de holdingvennootschap doorgevoerd wordt;door de werkmaatschappij geen kapitaalvermindering doorgevoerd wordt, tenzij die middelen door de holdingvennootschap gebruikt worden voor nieuwe investeringen zonder dat deze middelen doorstromen naar de aandeelhouders-natuurlijke personen;de dividenduitkeringen door de werkmaatschappij niet wijzigen ten overstaan van vroeger, tenzij de uitkeringen gebruikt worden voor nieuwe investeringen zonder dat deze middelen doorstromen naar de aandeelhouders-natuurlijke personen;de door de werkmaatschappij betaalde managementfees, bedrijfsleidersbezoldigingen, enz. overeenstemmen met de vroegere betalingen tenzij hier daadwerkelijke gewijzigde prestaties tegenover staan.Volgens het antwoord op de parlementaire vraag mogen deze verrichtingen gebeuren gedurende een periode van drie jaar te rekenen vanaf de inbreng. Volgens de interne instructie van de administratie mogen bovengenoemde verrichtingen geen plaats vinden gedurende drie aanslagjaren volgend op het aanslagjaar waarin de inbreng plaats vond. In deze laatste interpretatie is een inbreng van aandelen tijdens het kalenderjaar 2005 (verbonden aan het aanslagjaar 2006 in de personenbelasting) door deze engagementen gebonden tot 31/12/2008.
Rechtszekerheid voor inbrengverrichtingen
Hogervermelde zienswijze komt ongetwijfeld de rechtszekerheid ten goede, wat betreft gerealiseerde interne meerwaarden bij een inbreng. Voor koop-verkooptransacties blijft er nog steeds onzekerheid. Cash-verkopen of verkopen tegen R/C worden immers niet behandeld in de administratieve zienswijze.
Conclusie
Door deze beslissingen worden een aantal aantrekkenlijk opportuniteiten mogelijk in verband met opwaartse geldstromen. Aanwezige liquiditeiten in een (werk)vennootschap kunnen op deze wijze zeer fiscaalvriendelijk geupstreamd worden.
Nochtans is het aangewezen zorg te dragen dat de inbreng economisch en/of financieel wordt gemotiveerd. Het blijft ook aan te raden een voorafgaandelijke ruling aan te vragen. Het verkrijgen van een positieve ruling is geen zekerheid maar is heel realistisch, indien de voorgaande engagementen nageleefd worden en de verrichting economisch of financieel onderbouwd is.
- Claire Kestens, Tax & Legal Deloitte Fiduciaire - www.deloitte.com.be/kmo
-
Opgehaald: September 9th, 2009, 6:53pm CEST
21-22 oktober 09 : de eerste B2B beurs in WalloniëEen exclusief evenement voor bedrijfsleiders en kaderleden :
250 exposanten uit België, Frankrijk, en het Groot Hertogdom Luxemburg op een zakenplatform van 10.000 m²De VIP lounge voor bedrijfsleiders voor uw "Business Networking"De Business ICT Matching Days (www.b2fair.com/bict2009) om zakelijke afspraken te maken met Europese ondernemingen.
Inlichtingen voor een persoonlijk onthaal bij Itte Van Meer (iv@enjeu.be - 04/254.97.93) of www.lfe.be
-
Opgehaald: September 9th, 2009, 6:53pm CEST
Om de economische activiteit aan te moedigen, voert de federale regering een systeem van aanvullende openbare kredietverzekering in onder de naam Belgacap en vertrouwt het operationele beheer toe aan het Participatiefonds.
Belgacap is een aanvullende dekking bij de kredietverzekering, die de kredietverzekeraar toekent aan alle ondernemingen die hun maatschappelijke zetel of hoofdactiviteit in België hebben en die sinds 1 januari 2009 een verminderde dekking van de kredietverzekeraar krijgen of gekregen hebben. De Belgische staat stelt zich borg voor deze bijkomende dekking voor een bedrag van € 300 miljoen.
Belgacap is onderworpen aan dezelfde algemene en bijzondere voorwaarden als de basisdekking van de kredietverzekering en dekt tot maximaal € 1.500.000 voor KMO's en tot € 3.000.000 voor de andere ondernemingen en dit gedurende maximum 3 maanden.
De federale regering heeft het operationele beheer van Belgacap toevertrouwd aan het Participatiefonds. Deze verzekert het administratieve en technische beheer van de dossiers die de kredietverzekeraars meedelen, volgt de invorderingsprocedures op, beheert de betrekkingen tussen de partijen en stelt de middelen voor het beheer van de dossiers ter beschikking.
Bezoek onze website www.belgacap.be indien u meer informatie wenst.
Bron: BAO-ABE
-
Opgehaald: September 9th, 2009, 6:53pm CEST
De prijsuitreiking van de zevende editie van de nationale ondernemingsplanwedstrijd Enterprize nadert met rassenschreden. De genomineerden zijn reeds bekend en op 10 september staat de Senior Jury voor de moeilijke opdracht om de laureaten uit te kiezen.
Wij nodigen u vandaag reeds graag uit op de Enterprize prijsuitreiking, die plaats zal vinden in de vooravond van dinsdag 22 september 2009. De perfecte gelegenheid voor u om tal van andere ondernemers en belangrijke spelers van de Belgische ondernemerswereld te ontmoeten! Noteer alvast deze datum in uw agenda en schrijf u gratis via carine@enterprize.be !
Voor meer informatie : www.enterprize.be
-
Opgehaald: September 9th, 2009, 6:53pm CEST
De Woman’s Academy bestaat uit een reeks workshops voor actieve vrouwen om professionele tools te ontwikkelen.
Enkele onderwerpen voor onze volgende ateliers : Lead a team of winning people, Succesful sales, English Business writing,…
Schrijf je in op www.womansacademy en geniet van 20% korting dankzij onze partner KMOPME!Prijs : 120€ excl. BTW met de « PMEKMO » voordeel code i.p.v. 150€
Ontdek het volledig programma en schrijf je in op : www.womansacademy.be  Contact : academy@blogjump.eu of 02/346.32.00
-
Opgehaald: September 1st, 2009, 11:17pm CEST
Blijkbaar heeft de crisis weinig negatieve gevolgen voor de groeibedrijven in Vlaanderen. Meer dan de helft beschouwt hun financiële positie zelfs als erg sterk. Dat ligt volgens hun managers niet aan het optreden van de overheid, maar des te meer aan de impact van hun eigen beslissingen, zoals kostenbesparende innovaties en het uitstel van investeringen. Dat blijkt uit een recent onderzoek van iGMO, het Impulscentrum Groeimanagement voor Middelgrote Ondernemingen aan de Vlerick Leuven Gent Management School. Maar de studie wijst ook op enkele pijnpunten…
– Door Koen Vandepopuliere
Het onderzoek van iGMO focuste zich op Vlaamse middelgrote bedrijven die aan het groeien zijn. Het legde onder meer de jaarrekeningen van meerdere decennia naast mekaar. Daaruit bleek dat één op drie van de onderzochte ondernemingen een omzetgroei van meer dan 10 % op jaarbasis kende. Maar slechts één procent slaagde erin om dit in drie opeenvolgende jaren te realiseren. De groeibedrijven verdubbelden hun cash flow en winst, maar zagen hun omzet en personeelsbestand niet evenredig toenemen, namelijk met ‘slechts’ 60 %. De onderzoekers merken wel op dat groeien niet automatisch betekent met een gezonde onderneming gelijk staat. Meer nog: ze stellen vast dat slechts één op drie ondernemingen onberispelijke indicatoren kan voorleggen, wat zich reflecteert in een sterke expansiedrang en een degelijke versterking van de financiële basis. Er zijn er ook die zonder meer gevaarlijk groeien, dus zonder dat hun financiële basis sterker wordt. Hoeveel er dat zijn, werd niet bekendgemaakt… Wat de groeiers gemeenschappelijk hebben, is gelukkig wel bekend. Nogmaals blijkt dat ze innovatiever zijn, zowel wat betreft nieuwe producten als processen en afzetmarkten.
Dat ze vaker internationaal actief zijn, is evenmin verbazingwekkend. Interessant is dat dit een steeds belangrijker rol speelt bij de uitdijing van middelgrote firma’s: in 1999 realiseerde 4 op de 10 meer dan 20 % omzet in het buitenland, terwijl dat in 2009 naar ruim 5 op 10 is toegenomen. Markant is dat de studie tevens uitwijst dat groeiers durvers zijn. Ze nemen meer berekende risico's. Om het in vakjargon uit te drukken: hun ‘entrepreneurial orientation’ (risico aangaan, vernieuwend, proactief en agressief op hun markt zijn) is hoger dan die van niet-groeiers. 70 % van deze durvers zou sneller groeien dan de concurrenten. En tenslotte blijkt dat bedrijven in toenemende mate kiezen voor onafhankelijke bestuurders: in 1999 was dit 27 %, in 2009 al 42 %.
Maar wat met de crisis?De onderzochte middelgrote groeibedrijven blijken in deze tijden van crisis nog steeds een sterke financiële positie te hebben. Hun solvabiliteit is met gemiddeld 40 % gestegen (in 2003 was dit slechts 28 %), wat erop wijst dat ze in het verleden hun balansstructuur in de gaten hebben gehouden. Toch leeft de verwachting dat deze cijfers eind 2009 minder positief zullen zijn. Slechts 40 % van de respondenten gelooft immers dat ze dit jaar evenveel of zelfs meer omzet dan in 2008 zullen halen. Maar de ondernemingen met minder rooskleurige perspectieven blijven niet bij de pakken zitten en nemen actie om de pijn de verzachten. Dit gebeurt vooral via kostenbesparende innovaties (46 % van de ondervraagden) en het uitstellen van investeringen (37 %). 30 % opteerde ervoor om het personeelsbestand af te slanken, terwijl 10 % ook de geplande aanwervingen schrapt.
Twee op de drie groeiers stelt dat ze merken dat deze maatregelen effect hebben. 90 % heeft dan ook geen moeilijkheden om de openstaande facturen tijdig te betalen. En dat blijken de financiers te merken, want 86 % van de firma’s zegt dat ze vlot kredieten blijven krijgen. Het vinden van gekwalificeerd personeel blijkt, nog steeds, een ander paar mouwen te zijn, en dat terwijl de respondenten geschikte medewerkers als de belangrijkste groeihefboom beschouwen… De bedrijven stellen wel vast dat het zoeken van nieuw personeel in 2009 iets gemakkelijker verloopt dan in de voorgaande jaren. Nog een interessante vaststelling: groei wordt steeds vaker door acquisities ondersteund. Meer dan de helft van de onderzochte ondernemingen heeft er de afgelopen vijf jaren minstens één achter de rug.
Overheid versus middelgrote ondernemingenDe tevredenheid van de bedrijven over het effect van de eigen maatregelen staat in schril contrast met hun oordeel over de ‘crisisacties’ van de overheid. Slechts één derde vindt dat Vadertje Staat de situatie in 2009 heeft verbeterd. 25 % is de mening toegedaan dat de overheidsacties zelfs helemaal geen soelaas brachten. Wat hadden onze regeringen dan moeten doen? Welnu, 65 % van de bedrijfsleiders vindt dat de arbeidsmarkt flexibeler moet worden. Bijna evenveel (61%) vindt belastingverlaging een efficiënte stimulerende maatregel. Tevens zijn de meesten van oordeel dat de regelgeving eenvoudiger moet. Het verstrekken van subsidies wordt daarentegen slechts door een kleine minderheid (7 %) als te volgen piste naar voor geschoven. En iets meer respondenten (15 %) vindt het ter beschikking stellen van kapitaal door de overheid een goed idee.
Kenmerken van groeiers en kritische groeifactorenWetenschappelijk onderzoek heeft in de loop der jaren een inventaris van de karakteristieken van groeiende bedrijven gemaakt. Het iGMO rangschikt ze in volgende categorieën:• Ondernemerschap: de ondernemer heeft een sterke en duidelijke ambitie om te groeien en beschikt over een visie om dit doel te bereiken. Vaak worden de consequenties van deze ambities ook gepland, dit laat immers toe om de groei professioneel te leiden. • Strategisch potentieel: groei is op een duidelijke strategie en ‘gezond verstand’-aanpak gebaseerd. Groeiers zijn bereid om meer risico’s dan de gemiddelde onderneming te nemen. Ze zijn proactief. Het zijn vooral nichespelers. • Financiële bronnen: groeiers zijn gedwongen om inventief te zijn om hun ambitieuze plannen te financieren. Ze proberen zoveel mogelijk zelf de groei te financieren, dus zonder een beroep op externe kapitaalverstrekkers te doen. Ze zijn tevens weinig in subsidies geïnteresseerd. • Bronnen van menselijk potentieel (HR): het management streeft naar een open en vaak informele bedrijfscultuur. Vaak werven ze jonge mensen aan die in een snel veranderende omgeving kunnen worden gevormd. • Innovatieproces: groeiers investeren in een vroeg stadium in productvernieuwing en marktverruiming. Â
-
Opgehaald: September 1st, 2009, 11:17pm CEST
Sinds enkele jaren kent het sociaal ondernemerschap een nooit geziene bezieling. Meer nog dan een trend, is het een grondstroming binnen de economie geworden.
– Door Jacqueline Remits
Ze staan voor verschillende stijlen en genres. Maar als het over hun kern en motivaties gaat, dan vinden ze elkaar. Bono (zanger van de groep U2) lanceerde het productgamma ‘Red Products’ om aids in Afrika te bestrijden, waarmee zijn status van rockster naar sociaal ondernemer verschuift. Muhammad Yunus startte een bank voor microkredieten: Grameen Bank. Die organisatie en haar oprichter wonnen in 2006 samen de Nobelprijs voor de Vrede. En Bill Gates gaf zijn functie van CEO bij Microsoft op om zich voortaan op zijn stichting toe te leggen, waarmee hij ‘een kapitalisme promoot dat een markt creëert die ongelijkheden moet verminderen’.
Deze grote figuren symboliseren het feit dat sociaal ondernemerschap geen voorbijgaande modetrend is, maar een echte blijvende beweging.
Sinds enkele jaren kent deze sociale stroming een nooit geziene bezieling. Ze staat voor een vernieuwende aanpak om de meest uiteenlopende sociale problemen op te lossen: duurzame ontwikkeling, milieubescherming, werkloosheid, armoede, sociale uitsluiting, ongelijkheden in de toegang tot gezondheidszorg, onderwijs en voeding,… Bepaalde initiatieven willen zelfs de meest schrijnende problemen van de planeet oplossen.
Innovatieve oplossingen voor sociale problemenOver het algemeen wordt een ondernemer beschouwd als iemand die een vernieuwende oplossing voor een bepaald probleem aanreikt. Een sociaal ondernemer is dus iemand die een innovatieve, efficiënte en concrete oplossing vindt voor een sociaal probleem dat vaak als onoplosbaar wordt beschouwd. Om zijn doelen te bereiken, past hij klassieke managementstrategieën en -technieken toe.
Vandaag bepalen de juridische statuten niet noodzakelijk het reële sociale doel van een onderneming. Bepaalde coöperatieven of onderlinge ondersteuningsfondsen functioneren vooral op basis van criteria van economische rentabiliteit, eerder dan een sociale doelstelling. Maar bij andere (klassieke) ondernemingen is de situatie net omgekeerd: ze innoveren op sociaal vlak en hebben duidelijk nut, ondanks de juridische vorm die op het belang van kapitaal berust. Op dezelfde manier positioneert een sociale ondernemer zich niet noodzakelijk binnen een bepaald politiek kamp of ideologisch veld. Hij kan eenvoudigweg zoeken naar gemengde of hybride economische hulpbronnen, om even het jargon van de sociale en solidaire economie te gebruiken. In tegenstelling tot wat u zou kunnen denken, is dit concept echter niet helemaal nieuw. Tijdens de Wereldtentoonstelling die in 1900 in Parijs plaatsvond, was er al een paleis voor sociale economie dat bepaalde coöperatieven, onderlinge ondersteuningsfondsen en sociale ondernemers samenbracht. Lange tijd werd nauwelijks vooruitgang op dit gebied geboekt, maar sinds een tweetal decennia ontwikkelt de stroming zich opnieuw. Eerst waren het vooral de Angelsaksische landen die aan de kar duwden, later sprongen ook Frankrijk en België op de trein. En vanaf het begin van dit millennium kwam de beweging in een ware stroomversnelling terecht.
Toegang tot kapitaal toestaanAangezien deze stroming niet te stoppen en onomkeerbaar is, zouden vooral innovaties moeten toelaten om sociale problemen op te lossen. Volgens Linda Rottenberg, medestichter en momenteel CEO van Endeavor (een organisatie die sinds 1997 het sociaal ondernemerschap in opkomende landen stimuleert), is het hoog tijd om deze ondernemingen een betere toegang tot financiering te geven. Volgens haar betreft het één van de belangrijkste noden om tot een veel grotere sociale impact te komen. En dat is precies wat de Triodos-bank doet, die in 1968 in Nederland werd opgericht en vandaag in vijf Europese landen aanwezig is. Deze bank financiert projecten met een toegevoegde waarde op sociaal, ecologisch en cultureel vlak. Het is immers bewezen dat schenkingen niet enkel de afhankelijkheid in stand houden, maar dat er ook nooit genoeg zullen zijn om alle sociale activiteiten te onderhouden. Deze belangrijke stroming moet daarom worden beschouwd als een volwaardige gelegenheid om te investeren. Enkel zo kan het sociaal ondernemerschap echt evolueren en een grotere draagkracht ontwikkelen.
www.fairstreet.be - www.triodos.be
Â
Â
Â