-
Opgehaald: September 24th, 2009, 3:17pm CEST
Na negen maanden in het Witte Huis, lopen de meningen over de leidinggevende capaciteiten van president Obama nogal uiteen. Hij wordt een goed leider genoemd omdat hij gevoelige vraagstukken omtrent de economie, het Midden-Oosten en de gezondheidszorg niet uit de weg gaat. En om diezelfde reden wordt hij een slechte leider genoemd.
Norm Smallwood, medeoprichter van de RBL Group, en medeauteur van ‘The Leadership Code’, analyseerde samen met zijn collega's Dave Ulrich en Kate Sweetman de belangrijkste onderzoeken naar leiderschap van de afgelopen decennia en destilleerden daaruit vijf regels die cruciaal zijn voor eersteklas leiderschap. Op Forbes vertelt hij dat Obama ze volgens die analyse allemaal toepast. U ook?
1. Visionaire inzichtenObama is duidelijk een visionair met een nieuwe benadering van politiek. Zijn strategie verschilt enorm van zijn voorgangers. Hij blijft met heldere inzichten komen over de economische crisis, de oorlog in Irak, de hervormingen op het gebied van de gezondheidszorg, klimaatverandering en de rol van de VS op het wereldtoneel.
2. Dingen gedaan krijgen Het is makkelijk om mooie plannen te bedenken, maar een stuk minder om ze waar te maken. Obama maakt gebruik van alle middelen die hij voor handen heeft om dingen waar te maken en anderen te overtuigen en over te halen mee te werken en resultaten te genereren. Van de meerderheidsstatus van zijn partij in het congres tot zijn kansel als wereldleider. Tot nu toe lijken de resultaten veelbelovend.
3. Talenten om zich heen verzamelen Leiders die zich omringen met talent boeken snel resultaat en garanderen zich tegelijkertijd van een goed moraal en veel betrokkenheid. Obama is hier een meester in. Hij doet het niet alleen, en doet ook niet alsof hij dat wel doet.
4. De volgende generatie vormenEen goede leider kijkt nu al naar de vaardigheden die op de lange termijn nodig zijn. Obama legt hier nu de basis voor met zijn aandacht voor onder andere klimaatverandering, gezondheidszorg en infrastructuur.
5. In zichzelf investeren Om de eerste vier regels effectief toe te kunnen passen, moet een leider zichzelf constant blijven ontwikkelen. Hij of zij moet blijvend investeren in intellectuele, spirituele, emotionele en lichamelijke verbeteren om de eisen die aan het leiderschap gesteld worden aan te kunnen. Obama is bereid zich steeds opnieuw af te vragen wie hij is, waar hij voor staat, waarom dat zo is en hoe hij zichzelf kan verbeteren. Â Bron: managersonline
-
Opgehaald: September 24th, 2009, 3:17pm CEST
Na negen maanden in het Witte Huis, lopen de meningen over de leidinggevende capaciteiten van president Obama nogal uiteen. Hij wordt een goed leider genoemd omdat hij gevoelige vraagstukken omtrent de economie, het Midden-Oosten en de gezondheidszorg niet uit de weg gaat. En om diezelfde reden wordt hij een slechte leider genoemd.
Norm Smallwood, medeoprichter van de RBL Group, en medeauteur van ‘The Leadership Code’, analyseerde samen met zijn collega's Dave Ulrich en Kate Sweetman de belangrijkste onderzoeken naar leiderschap van de afgelopen decennia en destilleerden daaruit vijf regels die cruciaal zijn voor eersteklas leiderschap. Op Forbes vertelt hij dat Obama ze volgens die analyse allemaal toepast. U ook?
1. Visionaire inzichtenObama is duidelijk een visionair met een nieuwe benadering van politiek. Zijn strategie verschilt enorm van zijn voorgangers. Hij blijft met heldere inzichten komen over de economische crisis, de oorlog in Irak, de hervormingen op het gebied van de gezondheidszorg, klimaatverandering en de rol van de VS op het wereldtoneel.
2. Dingen gedaan krijgen Het is makkelijk om mooie plannen te bedenken, maar een stuk minder om ze waar te maken. Obama maakt gebruik van alle middelen die hij voor handen heeft om dingen waar te maken en anderen te overtuigen en over te halen mee te werken en resultaten te genereren. Van de meerderheidsstatus van zijn partij in het congres tot zijn kansel als wereldleider. Tot nu toe lijken de resultaten veelbelovend.
3. Talenten om zich heen verzamelen Leiders die zich omringen met talent boeken snel resultaat en garanderen zich tegelijkertijd van een goed moraal en veel betrokkenheid. Obama is hier een meester in. Hij doet het niet alleen, en doet ook niet alsof hij dat wel doet.
4. De volgende generatie vormenEen goede leider kijkt nu al naar de vaardigheden die op de lange termijn nodig zijn. Obama legt hier nu de basis voor met zijn aandacht voor onder andere klimaatverandering, gezondheidszorg en infrastructuur.
5. In zichzelf investeren Om de eerste vier regels effectief toe te kunnen passen, moet een leider zichzelf constant blijven ontwikkelen. Hij of zij moet blijvend investeren in intellectuele, spirituele, emotionele en lichamelijke verbeteren om de eisen die aan het leiderschap gesteld worden aan te kunnen. Obama is bereid zich steeds opnieuw af te vragen wie hij is, waar hij voor staat, waarom dat zo is en hoe hij zichzelf kan verbeteren. Â Bron: managersonline
-
Opgehaald: September 24th, 2009, 3:17pm CEST
Belgen gebruiken massaal de auto om naar het werk te gaan. Vaak kunnen ze niet anders: er is geen openbaar vervoer, het is te ver voor de fiets, … Maar Max Mobiel pakt dit probleem met succes aan.
- Door Michel Standaert
Sprekende cijfers vinden we in een mobiliteitsonderzoek dat enkele maanden geleden op vraag van Vlaams (nu ex-) Minister van Mobiliteit Kathleen Van Brempt werd uitgevoerd. Daaruit blijkt dat elke dag zo’n 2,5 miljoen Vlamingen op het werk moeten geraken. 70 % van al die verplaatsingen gebeurt met de wagen, alhoewel 27 % van de mensen op minder dan vijf kilometer van het werk woont. Gevolg van deze centrale rol van de auto: verkeerscongestie, luchtvervuiling, verkeersonveiligheid,… Pieter Vercruyssen, Projectmanager van het Gentse mobiliteitsproject Max Mobiel: “Een ander negatief effect van deze situatie werd duidelijk toen de economie nog goed boerde. Gent had toen immers met een groot percentage werklozen te kampen, terwijl de bedrijven met personeelskrapte hadden te maken! Sommigen schreven dit fenomeen toe aan de vermaarde ‘werkloosheidsval’, anderen aan een gebrek aan kinderopvang,…
Maar nader onderzoek wees uit dat de oorzaak eigenlijk een mobiliteitsval was! Vooral mensen met lage inkomens hebben vaak geen auto en er is te weinig openbaar vervoer naar de bedrijventerreinen, vooral voor diegenen die in ploegen werken en bijvoorbeeld om half vijf ‘s morgens aanwezig moeten zijn.†Om dit probleem op te lossen, werd in januari 2006 ‘Max Mobiel’ opgestart. Het gaat om een project van ‘Gent, Stad in Werking’, een veelomvattend initiatief van de dienst Economie en Werk van Stad Gent. Pieter Vercruyssen vervolgt: “Max Mobiel heeft drie hoofdactiviteiten. Eerst en vooral willen we de inzet van pendelbussen faciliteren. Daartoe hebben we een webapplicatie ontwikkeld waarop bedrijven van bijvoorbeeld de Gentse Zeehaven kunnen invullen welke werknemers de volgende dagen of weken een beroep op zo’n busje zullen doen en op welk uur. Sommige firma’s pakken het een beetje anders aan en vragen hun eigen personeel om zich op de site aan te melden indien ze de service willen gebruiken. De webapplicatie is ook toegankelijk voor de verschillende vervoersmaatschappijen die eigenaar van de bussen zijn.
Ze zien op de site bijvoorbeeld dat er om 3.45 uur aan Gent Dampoort zeven mensen zullen wachten om naar firma X in de Kennedylaan te worden gebracht. De busjes kunnen acht personen transporteren. Als er zich dus bijvoorbeeld 10 personen hebben ingeschreven, weet de vervoerder dat één bus niet zal volstaan en dat hij er twee naar de startplaats moet sturen. De terugtocht vanuit het bedrijventerrein naar stad Gent wordt op dezelfde manier – reserveren door aanvrager, rijden door busmaatschappijen – geregeld. Max Mobiel voert controles uit of het aantal ingeschreven personen overeenkomt met het bedrag dat de vervoerder aan de bedrijven factureert. Voorts wissen we de namen van mensen die ziek zijn - maar zich vergaten uit te schrijven -, streven we naar een zo hoog mogelijke bezettingsgraad van de bussen, …
De kost voor de aanvragers bedraagt 3,5 euro per enkele rit, of 5 euro voor een heen- en terugreis. Sommige bedrijven kiezen ervoor alles of een deel zelf te betalen. Zo vragen uitzendkantoren doorgaans dat de werknemer één euro per rit bijdraagt. Onze tweede hoofdactiviteit bestaat erin pendelfietsen aan te bieden, dit via ‘fietspunten’ in Gent Dampoort en Gent Sint-Pieters. Werknemers die bijvoorbeeld in Aalter wonen, kunnen de trein naar Gent-Sint-Pieters nemen, om dan bij ons - voor 20 euro per maand of 195 euro per jaar - een fiets te huren waarmee ze naar hun werkgever rijden. Want dit gaat vaak sneller dan een bus te nemen. Tenslotte bieden we ook een fietskoerierdienst aan. Deze is vooral in Gent erg nuttig, omdat het centrum het grootste voetgangersgebied van Vlaanderen heeft. Daardoor mogen er geen of nauwelijks auto’s of bestelwagens rijden. Maar ook buiten deze zone leveren we heel wat pakjes. De prijs ligt tussen de 5 en 10 euro per bestelling.†Het werkingsgebied van Max Mobiel blijft zich intussen uitbreiden, stelt Pieter Vercruyssen. Zo regelt de organisatie sinds oktober ook pendelbussen naar de Waaslandhaven, in het noordoosten van Oost-Vlaanderen.
www.max-mobiel.be
Foto: Pieter Vercruyssen
Â
-
Opgehaald: September 24th, 2009, 3:17pm CEST
Steeds vaker werken meerdere KMO’s en kenniscentra samen aan innovaties. Helaas blijft de actieradius van deze clusters veelal tot Vlaanderen beperkt. Maar met de INNET-pilootoproep komt daar verandering in.
– Door Koen Vandepopuliere
In Vlaanderen zijn er diverse samenwerkingsverbanden tussen innovatieve bedrijven en/of kenniscentra terug te vinden. Een deel ervan behoort tot het type ‘Vlaamse Innovatiesamenwerkingsverbanden’, zoals de Thematische InnovatieSamenwerkingen (TIS). Dit zijn clusterinitiatieven van ondernemingen die met een gemeenschappelijke technologische problematiek worden geconfronteerd, informatie willen delen en intensief met elkaar willen samenwerken om het hoofd aan competitie uit het buitenland te bieden. Een voorbeeld is het TNAV (Thematisch Netwerk Afvalwaterzuiveringstechnologie Vlaanderen): een netwerk van 65 Vlaamse firma’s en 20 onderzoekscentra die allemaal rond de technologie van waterzuivering werken.
Tom Schamp, Adviseur bij IWT (Instituut voor de aanmoediging van innovatie door Wetenschap en Technologie): “We vinden dergelijke lokale initiatieven terug in veel E.U.-landen en regio’s die het opmerkelijk goed doen. Dit staat in schril contrast met de Europese projecten om O&O te stimuleren, want daarvoor bestaat er heel wat minder interesse. Vandaar dat de Europese Commissie besliste om het anders aan te pakken en de samenwerking tussen bedrijven uit verschillende landen en regio’s financieel te steunen. In Vlaanderen, maar ook in een tiental andere Europese landen en regio's, werd dit idee in de praktijk in de ‘INNET-Pilootoproep Innovation Express 2009’ vertaald, waarop de geïnteresseerde clusters tot 31 december 2009 kunnen intekenen.â€
Waarover gaat het nu concreet? Enkel goedgekeurde TIS-projecten komen in aanmerking om een aanvraag voor de lopende INNET-oproep in te dienen. Deze omvat vier delen: (1) de identificatie van de participerende clusters aan het project, (2) de omschrijving van de Europese samenwerkingsstrategie, (3) de detailuitwerking van het actieplan, inclusief de verschillende activiteiten, de doelstellingen en het verwachte resultaat, en (4) een ingevulde checklist waarmee de aanvrager voor zichzelf nagaat of het dossier correct is opgesteld (dit is zo indien het in het Engels is geschreven, het aanvraagformulier van de IWT-site werd gebruikt, de aanvrager een clusterinitiatief is,…).
Tom Schamp: “We verwachten wel dat de aanvragende cluster een voorbespreking met ons houdt waarin we de ‘kladversie’ van de dossieraanvraag bekijken. Op die manier kunnen we nagaan of de aanvraag correct is opgesteld, kunnen we eventuele onduidelijkheden of pijnpunten identificeren, … De IWT-adviseur die de aanvraag behandelt, geeft waar nodig ook bijkomend advies, bijvoorbeeld over het opstellen van een begroting, welke kosten of activiteiten al dan niet aanvaardbaar zijn, welke samenwerkingsverbanden de clusters kunnen aangaan, etc.†De (on)ontvankelijkheid wordt uitgesproken binnen de maand na het indienen van het dossier, waarna voor de ontvankelijke aanvragen de evaluatie van de steunaanvraag gebeurt, wat normaliter binnen de twee maanden tot een steunbeslissing leidt. Is het verdict positief, dan kan het samenwerkingsverband gedurende maximaal twaalf maanden genieten van een subsidie die met het loon van één voltijdse kracht overeenkomt, alsook een werkingskost die tot maximaal 50 % van de totale personeelskost oploopt. De totale voorgestelde kostprijs van het project wordt voor maximaal 80 % gesubsidieerd.
Maar voor welke projecten kan er nu eigenlijk een aanvraag worden ingediend? Tom Schamp: “Het gaat om projecten die kennis- en ervaringsuitwisseling op het oog hebben, ijveren voor de promotie en zichtbaarheid van een cluster en/of de positie van Vlaamse KMO’s in de andere Europese landen willen ondersteunen. Daaronder vallen bedrijfsbezoeken, seminaries, ‘brokerage events’, workshops, promotie- en netwerkactiviteiten, bij concrete samenwerking tussen clusters ook partnering events,… Het moet telkens transnationale initiatieven betreffen die een duidelijk aantoonbaar additioneel potentieel tot valorisatie in Vlaanderen hebben. Met andere woorden: ze beogen een verhoogde O&O-inspanning en innovatieactiviteit van de betrokken KMO’s, en een versnelde doorstroming van nieuwe kennis en technologieën van de technologieclusters naar de bedrijven die er deel van uitmaken.â€
www.proinnet-europe.eu/INNET, www.iwt.be/steun/steunpro/vis/index.html
Fotocode: Tom Schamp
Â
-
Opgehaald: September 24th, 2009, 3:17pm CEST
De KMO van de toekomst zal interactief zijn. En dat vraagt een andere communicatiestijl, waarbij ‘uitschreeuwen hoe goed u bent’ zal plaatsmaken voor ‘dialoog met een mondige klant’. Maar zijn KMO’s daar klaar voor?
– Door Peter Desmyttere
Wordt u een beetje suf van al dat digitale, interactieve geweld? Blogs, Facebook, YouTube, discussiefora, Twitter, ...: ze nemen met rasse schreden ons professionele leven in. Ik onderscheid drie groepen ondernemers, elk met hun eigen houding. Een eerste groep vindt het allemaal flauwekul, tijdverlies, speelgoed voor jongeren. Ze nemen afstand van deze evolutie en weigeren om de mogelijkheden voor hun bedrijf te bekijken. De tweede categorie hoort bij de klanten en prospecten de wind steeds harder waaien en vraagt zich af wat ze er nu eigenlijk kunnen mee aanvangen, waar het (financieel) voordeel zit. Tenslotte zijn er nog diegenen die nieuwe technologie omarmen en integreren in hun commerciële beleid. En wie heeft nu gelijk? Moeilijk om te zeggen, maar de derde neemt in elk geval de weg van het minste risico. De consument van vandaag heeft de interactieve media immers in het hart gesloten. En hij zal in de toekomst steeds minder voor schreeuwerige reclameboodschappen open staan. Is het dan niet aangewezen om de ogen voor deze (r)evolutie te openen? Ik zie het laatste half jaar in mijn praktijk een toenemende interesse van ondernemers voor het inzetten van interactieve communicatie. Een restauranthouder die over zijn kookkunst blogt, een juwelier die op zijn YouTube-kanaal filmpjes van luxehorloges toont, een fabrikant van tuinbouwmachines die een online community uitbouwt om de communicatie met en tussen zijn 350 dealers te verbeteren: ze bestaan echt en nemen in aantal toe. Eerste voorwaarde is een andere houding ten opzichte van communicatie, waarbij het uitgangspunt is de klant te ‘engagen’. Daarnaast moet u zich focussen op gebruikersproblemen, functionele/emotionele behoeften en een zo naadloos mogelijke integratie van de gebruikerservaring in de interactieve communicatie. Uw klant zal immers maar pas met u communiceren als er voor hem een voordeel of invulling van een concrete behoefte inzit. Zo zal een interactieve website van een automerkdealer pas werken als er tips en adviezen worden gegeven die mensen helpen en ze stimuleren om hun ervaringen met anderen te delen. Klinkt dat u té revolutionair? Dan heb ik slecht nieuws voor u. De toekomst ziet er immers digitaal en interactief uit. Interactiviteit met de klant zal het centrum van uw businessmodel moeten worden. Dat impliceert een andere attitude en wellicht ook andere communicatiepartner(s). Want ook daar knelt het schoentje: het traditionele reclamebureau zal haar dienstverlening moeten veranderen als ze niet wil uitsterven. De enge focus op reclame en creativiteit zal evolueren naar een partnermodel waarbij kennis van digitale techniek en interactieve communicatie doorslaggevend zullen zijn. Online oplossingen ontwikkelen zich in een hoog tempo tot het centrale en meest krachtige kanaal om met klanten en prospecten te communiceren. Doe er uw voordeel mee!
Peter Desmyttere is Marketingadviseur voor KMO’s en zaakvoerder van het internetmarketingbureau E-ON. Hij is gespecialiseerd in marketingstrategieën voor KMO’s.
www.desmyttere.be, www.e-on.be
Â
-
Opgehaald: September 24th, 2009, 3:17pm CEST
De KMO van de toekomst zal interactief zijn. En dat vraagt een andere communicatiestijl, waarbij ‘uitschreeuwen hoe goed u bent’ zal plaatsmaken voor ‘dialoog met een mondige klant’. Maar zijn KMO’s daar klaar voor?
– Door Peter Desmyttere
Wordt u een beetje suf van al dat digitale, interactieve geweld? Blogs, Facebook, YouTube, discussiefora, Twitter, ...: ze nemen met rasse schreden ons professionele leven in. Ik onderscheid drie groepen ondernemers, elk met hun eigen houding. Een eerste groep vindt het allemaal flauwekul, tijdverlies, speelgoed voor jongeren. Ze nemen afstand van deze evolutie en weigeren om de mogelijkheden voor hun bedrijf te bekijken. De tweede categorie hoort bij de klanten en prospecten de wind steeds harder waaien en vraagt zich af wat ze er nu eigenlijk kunnen mee aanvangen, waar het (financieel) voordeel zit. Tenslotte zijn er nog diegenen die nieuwe technologie omarmen en integreren in hun commerciële beleid. En wie heeft nu gelijk? Moeilijk om te zeggen, maar de derde neemt in elk geval de weg van het minste risico. De consument van vandaag heeft de interactieve media immers in het hart gesloten. En hij zal in de toekomst steeds minder voor schreeuwerige reclameboodschappen open staan. Is het dan niet aangewezen om de ogen voor deze (r)evolutie te openen? Ik zie het laatste half jaar in mijn praktijk een toenemende interesse van ondernemers voor het inzetten van interactieve communicatie. Een restauranthouder die over zijn kookkunst blogt, een juwelier die op zijn YouTube-kanaal filmpjes van luxehorloges toont, een fabrikant van tuinbouwmachines die een online community uitbouwt om de communicatie met en tussen zijn 350 dealers te verbeteren: ze bestaan echt en nemen in aantal toe. Eerste voorwaarde is een andere houding ten opzichte van communicatie, waarbij het uitgangspunt is de klant te ‘engagen’. Daarnaast moet u zich focussen op gebruikersproblemen, functionele/emotionele behoeften en een zo naadloos mogelijke integratie van de gebruikerservaring in de interactieve communicatie. Uw klant zal immers maar pas met u communiceren als er voor hem een voordeel of invulling van een concrete behoefte inzit. Zo zal een interactieve website van een automerkdealer pas werken als er tips en adviezen worden gegeven die mensen helpen en ze stimuleren om hun ervaringen met anderen te delen. Klinkt dat u té revolutionair? Dan heb ik slecht nieuws voor u. De toekomst ziet er immers digitaal en interactief uit. Interactiviteit met de klant zal het centrum van uw businessmodel moeten worden. Dat impliceert een andere attitude en wellicht ook andere communicatiepartner(s). Want ook daar knelt het schoentje: het traditionele reclamebureau zal haar dienstverlening moeten veranderen als ze niet wil uitsterven. De enge focus op reclame en creativiteit zal evolueren naar een partnermodel waarbij kennis van digitale techniek en interactieve communicatie doorslaggevend zullen zijn. Online oplossingen ontwikkelen zich in een hoog tempo tot het centrale en meest krachtige kanaal om met klanten en prospecten te communiceren. Doe er uw voordeel mee!
Peter Desmyttere is Marketingadviseur voor KMO’s en zaakvoerder van het internetmarketingbureau E-ON. Hij is gespecialiseerd in marketingstrategieën voor KMO’s.
www.desmyttere.be, www.e-on.be
Â
-
Opgehaald: September 24th, 2009, 3:17pm CEST
De overdracht van en de opvolging in een familiebedrijf is doorgaans een complex gebeuren. Slechts zelden is er sprake van één volledige eigenaar en één uitsluitende ‘kroonprins’. Er komen dan ook heel wat sociale, financiële en juridische complicaties bij kijken.
- Door Koen Mortelmans
Jullie stellen nogal wat holdingstructuren en patrimoniumvennootschappen voor. Maken de overheadkosten dit voor kleine bedrijven wel de moeite waard?“De jaarlijkse kost voor de instandhouding van dit type vennootschap ramen we op 2.000 tot 4.000 euro. Het verschilt van dossier tot dossier en van de mate waarin de klant zelf via zijn interne boekhouding voorbereidend werk verricht. Een holding is vooral nuttig als de overnemer veel moet lenen worden en hierdoor belangrijke cashstromen van de werkmaatschappij naar de holding nodig zijn.â€
Waar loopt het in de praktijk gewoonlijk mis?“Bij het ontkennen van de problematiek, het schip willen overlaten zonder eerst ‘schoon schip’ te maken. Je kunt een bedrijf pas overlaten als het in orde is en ook zonder de huidige bedrijfsleider kan functioneren. Een autoritaire pater familias heeft dikwijls veel moeite om dit te accepteren. Hij omringt zich te vaak met jaknikkers in plaats van met sterke persoonlijkheden die het bedrijf naar de volgende generatie kunnen loodsen.â€
Hoe actueel blijft jullie boek?“Het deel over waardebepaling, de organisatie en de juridische aspecten blijven actueel. De veranderende wetgeving over fiscaliteit zorgt er wel voor dat we systematisch moeten bijwerken: vooral fiscaliteit is een ‘perpetuum mobile’. Wat vandaag kan of mogelijk is, staat misschien morgen op de helling.â€
Is de waardebepaling van een bedrijf geen momentopname? “De waarde van een onderneming is die van haar toekomstmogelijkheden. In principe veranderen die niet op drie maanden, maar we zien twee belangrijke elementen die dit kunnen beïnvloeden. Recente dalingen of stijgingen van de historische cijfers kunnen twijfels aan of onderschattingen van de toekomst veroorzaken. Verder kunnen een aantal factoren op korte termijn sommige basisveronderstellingen van het toekomstplan wijzigen: de falende ontwikkeling van een nieuw product; het falen van de grootste klant of de sterkste concurrent; het vinden van een nieuwe markt; het verliezen van een vergunning, de ontvangst van een fiscale claim…â€
Willen jullie zoveel mogelijk zonder externe partner het familiebedrijf overdragen?“Absoluut niet. Hij is dikwijls de motor van verandering en professionalisering. Maar bij de familie moet er wel de wil zijn om een externe partij toe te laten. Want die maakt dat het niet langer om het ‘eigen bedrijf’ gaat, maar dat het bedrijf een eigenheid krijgt. Vergelijk het met een kind dat volwassen wordt en op eigen benen begint te staan.â€
Tot waar gaat in dit soort zaken de gratis adviesplicht van de notaris?“In deze complexe materie is gratis advies door de notaris helaas niet mogelijk. In regel komt de burger voor een eerste gesprek gratis op consult bij de notaris; het gaat dan om eenvoudige materies waarbij de notaris op een kwartier of een half uur de consument op het juiste pad kan zetten. Overnamedossiers vergen evenwel een grondige analyse van talrijke documenten en uren vergaderen. Voor een notaris is het economisch niet haalbaar dit gratis te doen.â€
Overdracht van het familiebedrijf, Story Publishers, 35,00 €, ISBN 978-9087640460
FotoDe vier auteurs(op de foto v.l.n.r.)Eric Spruyt, notaris-vennoot bij Berquin Notarissen (Brussel), is gespecialiseerd in vennootschapsrecht en successieplanningen. Hij is tevens docent aan de HUB ( Brussel) en gastdocent aan de UAMS (Antwerpen).Yann Dekeyser, master TEW, is partner bij KPMG Transaction Services. Naast het begeleiden van acquisities, verkopen, MBO’s en MBI’s heeft hij veel ervaring opgebouwd in de doorlichting van ondernemingen en het ondersteunen van onderhandelingen. Hij doceert in verschillende MBA programma’s.Ludo Lievens, master TEW, is vennoot bij Lievens & Co, een fiscaal en juridisch advieskantoor met vestigingen in Brussel en Brugge. Hij maakt deel uit van de raad van advies van een tiental belangrijke Belgische ondernemingen en geeft les aan diverse hogescholen en universiteiten. Hans Begeer is zaakvoerder van Management Consultant en voorzitter van Ubuntu4u, een vzw die wil bijdragen aan sociaal verantwoorde en duurzame professionele ontwikkeling.
-
Opgehaald: September 24th, 2009, 3:17pm CEST
De overdracht van en de opvolging in een familiebedrijf is doorgaans een complex gebeuren. Slechts zelden is er sprake van één volledige eigenaar en één uitsluitende ‘kroonprins’. Er komen dan ook heel wat sociale, financiële en juridische complicaties bij kijken.
- Door Koen Mortelmans
Jullie stellen nogal wat holdingstructuren en patrimoniumvennootschappen voor. Maken de overheadkosten dit voor kleine bedrijven wel de moeite waard?“De jaarlijkse kost voor de instandhouding van dit type vennootschap ramen we op 2.000 tot 4.000 euro. Het verschilt van dossier tot dossier en van de mate waarin de klant zelf via zijn interne boekhouding voorbereidend werk verricht. Een holding is vooral nuttig als de overnemer veel moet lenen worden en hierdoor belangrijke cashstromen van de werkmaatschappij naar de holding nodig zijn.â€
Waar loopt het in de praktijk gewoonlijk mis?“Bij het ontkennen van de problematiek, het schip willen overlaten zonder eerst ‘schoon schip’ te maken. Je kunt een bedrijf pas overlaten als het in orde is en ook zonder de huidige bedrijfsleider kan functioneren. Een autoritaire pater familias heeft dikwijls veel moeite om dit te accepteren. Hij omringt zich te vaak met jaknikkers in plaats van met sterke persoonlijkheden die het bedrijf naar de volgende generatie kunnen loodsen.â€
Hoe actueel blijft jullie boek?“Het deel over waardebepaling, de organisatie en de juridische aspecten blijven actueel. De veranderende wetgeving over fiscaliteit zorgt er wel voor dat we systematisch moeten bijwerken: vooral fiscaliteit is een ‘perpetuum mobile’. Wat vandaag kan of mogelijk is, staat misschien morgen op de helling.â€
Is de waardebepaling van een bedrijf geen momentopname? “De waarde van een onderneming is die van haar toekomstmogelijkheden. In principe veranderen die niet op drie maanden, maar we zien twee belangrijke elementen die dit kunnen beïnvloeden. Recente dalingen of stijgingen van de historische cijfers kunnen twijfels aan of onderschattingen van de toekomst veroorzaken. Verder kunnen een aantal factoren op korte termijn sommige basisveronderstellingen van het toekomstplan wijzigen: de falende ontwikkeling van een nieuw product; het falen van de grootste klant of de sterkste concurrent; het vinden van een nieuwe markt; het verliezen van een vergunning, de ontvangst van een fiscale claim…â€
Willen jullie zoveel mogelijk zonder externe partner het familiebedrijf overdragen?“Absoluut niet. Hij is dikwijls de motor van verandering en professionalisering. Maar bij de familie moet er wel de wil zijn om een externe partij toe te laten. Want die maakt dat het niet langer om het ‘eigen bedrijf’ gaat, maar dat het bedrijf een eigenheid krijgt. Vergelijk het met een kind dat volwassen wordt en op eigen benen begint te staan.â€
Tot waar gaat in dit soort zaken de gratis adviesplicht van de notaris?“In deze complexe materie is gratis advies door de notaris helaas niet mogelijk. In regel komt de burger voor een eerste gesprek gratis op consult bij de notaris; het gaat dan om eenvoudige materies waarbij de notaris op een kwartier of een half uur de consument op het juiste pad kan zetten. Overnamedossiers vergen evenwel een grondige analyse van talrijke documenten en uren vergaderen. Voor een notaris is het economisch niet haalbaar dit gratis te doen.â€
Overdracht van het familiebedrijf, Story Publishers, 35,00 €, ISBN 978-9087640460
FotoDe vier auteurs(op de foto v.l.n.r.)Eric Spruyt, notaris-vennoot bij Berquin Notarissen (Brussel), is gespecialiseerd in vennootschapsrecht en successieplanningen. Hij is tevens docent aan de HUB ( Brussel) en gastdocent aan de UAMS (Antwerpen).Yann Dekeyser, master TEW, is partner bij KPMG Transaction Services. Naast het begeleiden van acquisities, verkopen, MBO’s en MBI’s heeft hij veel ervaring opgebouwd in de doorlichting van ondernemingen en het ondersteunen van onderhandelingen. Hij doceert in verschillende MBA programma’s.Ludo Lievens, master TEW, is vennoot bij Lievens & Co, een fiscaal en juridisch advieskantoor met vestigingen in Brussel en Brugge. Hij maakt deel uit van de raad van advies van een tiental belangrijke Belgische ondernemingen en geeft les aan diverse hogescholen en universiteiten. Hans Begeer is zaakvoerder van Management Consultant en voorzitter van Ubuntu4u, een vzw die wil bijdragen aan sociaal verantwoorde en duurzame professionele ontwikkeling.