Opgehaald: October 7th, 2009, 3:17pm CEST
Inspecteurs van het FAVV die onverwacht op bezoek komen, worden zelden met open armen ontvangen. Met reden? Hoe kan je deze controle voorbereiden? Een goede raad: lees eens aandachtig de horeca-checklist van het voedselagentschap. Zo kent u de examenvragen al op voorhand.
Elke horeca-uitbater moet bij de uitbating van zijn zaak rekening houden met een aantal normen inzake hygiëne en traceerbaarheid van voedingswaren. Dit wordt ook “zelfcontrole” genoemd. De zelfcontrole wordt gedetailleerd beschreven in praktische gidsen die door de beroepsorganisaties zijn opgesteld. Het systeem is verplicht en naleving ervan wordt gecontroleerd door het FAVV (Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen) tijdens een bezoek bij de uitbater. Hoe nagaan welk regime van kracht is voor uw horecazaak? Een snel overzicht van enkele regels qua voedselveiligheid die gelden voor snackbars.
Temperatuur van de voedingswaren
Dit punt wordt door de inspecteurs van het Voedselagentschap bijzonder nauwlettend in het oog gehouden. De temperatuuropname gebeurt met twee types thermometers: de infraroodthermometer (die in de koelkasten wordt geplaatst) en de gekalibreerde thermometer (die in de voeding wordt gestoken). Gehakt vlees en gevogelte mogen de + 4° Celsius niet overschrijden. Al de andere voedingswaren mag aan + 7°Celsius of minder staan. Diepvriezers moeten -18° Celsius bereiken (-15°Celsius is niet genoeg, de activiteit van bacteriën stopt dan niet). De uitbater moet zijn koeltoonbank uitrusten met een thermometer die zichtbaar is voor de klanten. Ook in de koelkamer en in de koelkasten moet een thermometer aanwezig zijn om een eventueel probleem te kunnen detecteren. Bereikt uw koelkast of koelruimte niet de opgelegde temperatuur? Doe dan onmiddellijk beroep op een koeltechnicus-frigorist. Beneden de opgelegde temperaturen blijven is immers een verplichting.
Voedingswaren bewaren Alle voedingswaren die niet vacuüm verpakt zijn, moeten in de koelkast bewaard worden. Ze moeten bedekt zijn (met plastic folie of een omgekeerd bord), of worden geplaatst in een hermetisch afgesloten plastic recipiënt dat geschikt is voor voedingsmiddelen of in een aparte bak in de koelkast (bijv. een groentenbak). Voedsel mag zich nooit op de grond bevinden (ook niet in een bak op de grond), op paletten of op rekken in ruw hout want ruw hout absorbeert en is moeilijk afwasbaar.
Identificatie van voedingswaren In de koelkasten moeten voedingswaren geïdentificeerd worden en de datum van bereiding en lotnummer dragen. De handelaar kan op die manier weten wat hij eerst zal laten verbruiken. Nogal wat kleine handelaars kopen in het groot in om daarna in kleine hoeveelheden te gebruiken. Op die herverpakte stukken moeten ze dan wel de oorspronkelijke aankoopdatum (of vervaldatum) overschrijven. Een map met inkomende en uitgaande voedingswaren moet worden bijgehouden volgens een specifiek registratieformulier (zie autocontrole horecagids).
Goed om weten Om zelfcontrole en certificatie te stimuleren heeft het Voedselagentschap een aantal financiële stimuli voorzien (bonus-malus op de jaarlijkse bijdrage van de onderneming) of visuele stimuli (een smiley in de horecazaak en binnenkort in de hele distributiesector). Verder heeft het Voedselagentschap een nieuwe voorlichtingscel voor detailhandel en horeca voorzien.
Meer informatie
Gids voor de autocontrole in de horecasector Uw provinciale controle-eenheid van het Federaal Agentschap voor de Voedselveiligheid Koninklijk besluit 14/11/2003 betreffende autocontrole, meldingsplicht en traceerbaarheid in de voedselketen.
Bron: http://www.abe-bao.be