Zoals we bij een vorig artikel al zagen, heeft het inkomen een betrekkelijk kleine rol op het vermogen dat iemand opbouwt. Natuurlijk zullen mensen met een aanzienlijk inkomen eerder een groter vermogen kunnen opbouwen, maar het blijkt er vooral om te gaan hoe mensen met hun geld omgaan, ongeacht of dit een groot of beperkt inkomen is. Passend bij die resultaten is de vraag waarom bepaalde mensen meer sparen dan anderen.
Sparen is al geruime tijd geen populaire activiteit meer: spaarde een Amerikaans huishouden in 1984 nog rond de 11% van het inkomen, in 2004 was dit al gedaald tot 0.5-1.0% en recentelijk lijkt er zelfs een negatief spaarquotum te zijn.
Een tweetal onderzoekers, Anna Rabinovich en Paul Webley, hebben gekeken naar welke factoren een rol spelen bij het al dan niet sparen. Hiervoor hebben ze gebruik gemaakt van gegevens van Nederlandse huishoudens, verkregen via de jaarlijkse panelstudie van De Nederlandsche Bank. De 2002-2004 data set bestond uit 821 deelnemers, met een gemiddelde leeftijd van 51 jaar oud (23 tot 91 jaar). Bijna de helft van de groep waren werknemers, 3% was eigen baas, 19% gepensioneerd en 1% was tenslotte student.
Hoewel er niet werd gevraagd aan de respondenten hoeveel ze al dan niet hadden gespaard, bleek wel dat 86% van de mensen die van plan waren te sparen, dit ook deden in de twee jaren daarop. Rond de 6% van de mensen die het plan hadden om te sparen kwam hier niet toe, terwijl 7.7% helemaal niet van plan was om te sparen. De overige 0.4% had gespaard zonder dit van plan te zijn.
Wat speelt een rol bij sparen?Een belangrijke factor is de tijdshorizon. Respondenten konden hun horizon aangeven variërend van ‘enkele maanden’ tot meer dan 10 jaar. Wat bleek? Succesvolle spaarders gaven vaker aan een langere tijdshorizon te hebben dan de minder succesvolle spaarders. De gemiddelde tijdshorizon van succesvolle spaarders bleek 2.32 jaar te zijn; de niet succesvolle spaarders hadden gemiddeld een tijdshorizon van 1.83 jaar. Hiervoor zijn meerdere verklaringen te bedenken. Ten eerste zijn de spaarders met een lange horizon waren zich waarschijnlijk beter bewust van de voordelen van sparen op de lange termijn. De spaarders op de korte termijn hadden waarschijnlijk meer oog voor de directe voordelen van een klein gespaard bedrag, met als gevolg dat dit bedrag eerder werd aangewend voor aankopen.
Daarnaast is het mogelijk dat de spaarders met een korte horizon minder goed toekomstige kosten (auto, kinderen) hadden ingeschat. Dit kan natuurlijk goed samenhangen met hun kortere horizon: het zou goed kunnen dat deze mensen een andere levenstijl hebben.
Er lijkt hierbij sprake te zijn van een lineaire functie: des te langer de tijdshorizon, des te meer waarschijnlijk het is dat een spaarintentie ook daadwerkelijk wordt omgezet in spaargedrag. Het vormen van een plan voor de lange termijn kan dus helpen om spaarintenties om te zetten in spaargedrag.
Tenslotte kan het mogelijk zijn dat leeftijd en levensfasen een rol speelt bij het al dan niet succesvol sparen. Immers, de periode 25-50 jaar is een dure periode: (eventueel) een huis kopen, kinderen, en het begin van de carrière waardoor men nog in een relatief lage loonschaal zit. Het zou dus goed mogelijk kunnen zijn dat men in deze fase noodzakelijkerwijs moet kiezen voor andere prioriteiten, en dus ‘minder spaarder’ is vergeleken met de daaropvolgende levensfasen.
Data die wordt vermeld in het onderzoek, het percentage succesvolle spaarders met een bepaalde tijdshorizon, geeft aan dat van de mensen die voor enkele maanden sparen 80.9% hierin succesvol is. Indien men spaart voor de periode van enkele jaren, neemt dit ‘succes percentage’ toe tot 90.8%. Alle ondervraagden die een tijdshorizon langer dan 10 jaar (N= 25) hadden, bleken allemaal succesvolle spaarders te zijn. Misschien dat oudere mensen in een minder dure fase van hun leven zitten, en dus beter hun spaarintenties kunnen omzetten in echt spaargedrag?
Hiervoor hebben de onderzoekers ook gekeken naar de invloed van leeftijd. Wat bleek: als er werd gecontroleerd voor leeftijd bleek er alsnog sprake te zijn van een significant verschil tussen de verschillende tijdshorizonnen van succesvolle versus onsuccesvolle spaarders. Dit lijkt tegenstrijdig: kan iemand waarvan de kinderen al uit huis zijn nu evenveel sparen als iemand die net kinderen heeft gekregen en verhuist is? Nee, dat niet meteen. Het is belangrijk om hierbij in de gaten te houden dat het onderzoek enkel heeft gekeken naar spaarintenties en spaargedrag, en niet naar de gespaarde hoeveelheid. Met andere woorden: als iemand van plan is om te sparen, en hij spaart in een bepaald jaar € 50,-, dan is dit een even ‘succesvolle spaarder’ dan een spaarder die in dat jaar € 1000,- spaart. Het is een minpunt aan dit onderzoek dat er niet is gekeken naar het percentage van het inkomen dat men spaart: dat zou een beter beeld hebben opgeleverd.
Spaarstrategieën: Automatisch sparen helpt.Gekeken naar de strategieën die men kan hanteren om (meer) te sparen, bleek dat de succesvolle spaarders automatisch een deel van hun salaris lieten overschrijven naar een aparte rekening. Dit heeft twee voordelen: het is psychologisch makkelijker om dit direct en automatisch elke maand te doen bij het ontvangen van het salaris, dan als men dit bijvoorbeeld doet aan het einde van de maand als er simpelweg minder geld op de rekening staat (en het dus een grotere uitgave lijkt).
Een tweede reden waarom dit een aantrekkelijke strategie is, is dat het fysiek én mentaal een grotere barrière is om geld van de speciale spaarrekening weer naar de gewone rekening over te boeken. Het geld krijgt een andere psychologische perceptie: het wordt spaargeld. Doordat het op een andere rekening staat waar men moeilijker direct bij kan, helpt het ook mee om impuls aankopen te voorkomen.
De respondenten die minder succesvol waren in het uitvoeren van hun spaarintenties bleken veelal andere technieken te hanteren, zoals minder gaan winkelen, of minder contant geld meenemen.
Deze verschillen tussen de twee groepen, succesvolle en onsuccesvolle spaarders, bleken onafhankelijk te zijn het inkomen.
Een belangrijk verschil tussen de strategieën van de spaarders en die van de niet-spaarders, is dat een succesvolle spaarder strategieën gebruikt die geen mentale inspanning vereisen: men kan eenvoudig elke maand een vast bedrag sparen. Een onsuccesvolle spaarder bleek juist strategieën te gebruiken die wel flink wat mentale inspanning kosten (zoals het inhouden bij kopen). Aangezien wilskracht ook uitgeput kan raken, lijkt het logisch dat strategieën die hierop gebaseerd zijn minder succes kennen.
ConcluderendAls men succesvol wil sparen, is het aan te raden om strategieën te gebruiken die automatisch gaan, om niet de wilskracht aan te tasten. Daarnaast kan het formuleren van een lange termijn visie ook helpen bij het volhouden van de spaarintentie. Ondanks het feit dat de intenties om te sparen er zeker zijn, kan het uiteindelijke resultaat teleurstellend blijken te zijn. Immers, als het spaarbedrag lager is dan het maandelijkse bedrag uitgaven komt blijkt er aan het einde van de rit niet gespaard te zijn – alle goede intenties ten spijt.
Met dank aan Arnoud Rademaker, die ondanks zijn drukke schema nog tijd heeft gevonden om de nodige verbeterpunten bij eerdere versies van dit artikel aan te dragen, waarvoor dank.
Bron: Rabinovich, A., Webley, P. (2006). Filling the gap between planning and doing: Psychological factors involved in the successful implementation of saving intention.
Copyright © 2008 Psychologie en beleggen. This Feed is for personal non-commercial use only. If you are not reading this material in your news aggregator, the site you are looking at is guilty of copyright infringement. Please contact jos@psychologieenbeleggen.nl so we can take legal action immediately.Plugin by Taragana
---
Related Articles at Psychologie en beleggen: