Dollar cost averaging is een beleggingsstrategie waarbij de belegger elke maand een bepaald bedrag inlegt in bijvoorbeeld een beleggingsfonds. Het belangrijkste nadeel van een dollar cost averaging (hierna: DCA) strategie is dat het rendement wordt beperkt. Het is weliswaar zo dat de belegger tegen lagere koersen koopt als de beurs daalt, waardoor de belegger zijn gemiddelde aankoopkoers steeds iets naar beneden haalt. Echter, dan dient de beurs wel een flinke val te maken wil men echt goedkoop inkopen, en over lange perioden stijgt de beurs. Daardoor koopt een belegger met een DCA aanpak veelal op een hogere koers dan zijn eerste aanschaf, vooral met het verlopen van de looptijd. In dat geval zou er beter aan worden gedaan om het hele bedrag in eens te investeren, de zogeheten lump sum belegging.
PS: Merk op dat bij alle data in dit onderzoek geen rekening is gehouden met transactiekosten, bewaarloon, of beheervergoeding van een beleggingsfonds. Hoewel de meeste van deze kosten onderhand zijn afgeschaft, blijft de beheervergoeding van een actief beheerd beleggingsfonds een significante kostenpost.
Hoewel dit lagere eindrendement een behoorlijk minpunt is aan DCA, heeft William Trainor Jr. in zijn onderzoek eens gekeken wat er gebeurd tijdens de beleggingsperiode als een belegger gebruik maakt van DCA. Wat zijn de prestaties van een DCA strategie als er wordt gekeken naar de tussentijdse resultaten?
Dollar cost averaging en een éénjarige beleggingshorizonWat blijkt: een DCA strategie geeft duidelijk betere prestaties dan een lump sum belegging als wordt gekeken naar de tussentijdse ontwikkeling. Voor de periode van één jaar blijkt DCA al een betere strategie te zijn dan een lump sum belegging. De kans op een tussentijdse daling van 15% is bij een directe volledige belegging maar liefst 23.6%, bij DCA is dit maar 9.6%. De kans op een tussentijdse daling van 20% is 11.9% voor lump sum versus 3.7% voor DCA.
Maar niet alleen het tussentijdse risico neemt af, ook de kans dat er een verlies aan het einde van de looptijd is neemt af met DCA. De kans op een verlies van 10% na één jaar is met een lump sum belegging 15.3%, met DCA 8.8%. Voor een verlies van 15% zijn deze cijfers respectievelijk 9.0% versus 3.9%.
Meerjarige perioden: dollar cost averaging is duidelijk superieurOok als wordt gekeken naar langere perioden blijkt dat DCA duidelijk betere (tussentijdse) resultaten behaald dan een directe belegging. De onderstaande tabel toont de kansen op een bepaalde daling voor een 5-jarige, 10-jarige en 20-jarige horizon:
(Klik voor een vergroting van de tabel)
Toelichting: LS staat voor een lump sum investering, waarbij de belegger aan het begin van de looptijd het gehele bedrag investeert. DCA in de tabel staat voor dollar cost averaging.
End-of-horizon geeft het risico aan een bepaald verlies te krijgen aan het einde van de respectievelijke tijdshorizon (5, 10 of 20 jaar). Within-horizon geeft de kans op een bepaald verlies aan tijdens de gehele looptijd. Dit risico is logischerwijs altijd hoger dan het end-of-horizon risico. Daarnaast wordt het within-horizon risico over tijd ook groter, terwijl het end-of-horizon risico naar verloop van tijd afneemt.
De jaren die bij DCA staan aangegeven (1-yr average, 3-yr average, en 5-yr average) geven aan over hoeveel jaar de DCA strategie is toegepast. Merk op dat men na dit aantal jaren volledig is belegd. Een DCA aanpak van één jaar legt in dit onderzoek dus evenveel geld in als een 5 jarige DCA strategie, het verschil zit hem echter in de hoeveelheid die maandelijks wordt belegd.
Als we als voorbeeld eens kijken naar het risico van een 20% verlies tijdens een 10 jaar horizon blijkt dat dit met een lump sum belegging 32.2% is. Als we echter de helft van de looptijd (5 jaar lang) DCA toepassen neemt dit risico af tot 14.9%, wat een halvering van het risico is.
Uit de bovenstaande tabel blijkt ook dat des te langer men DCA toepast, des te sterker het risico afneemt. Dit gaat vooral op voor de tussentijdse risico’s. Hoewel een éénjarige periode het risico ook laat af nemen, lijkt het toepassen dan dollar cost averaging vooral lonend op langere looptijden van 3 jaar en langer.
Waarom eigenlijk aandacht besteden aan tussentijdse risico’s?Er zijn 5 belangrijke redenen waarom particuliere beleggers ook aandacht moeten besteden aan het tussentijdse risico en zich minder moeten richten op het voorgespiegelde eindrendement:
1. Beperkte acceptatie van verliezen.
Twee soorten beleggingen kunnen hetzelfde eindrendement opleveren, als de ene echter de helft van de tijd op verlies staat zal deze voor veel mensen afvallen. Vooral voor mensen die sparen door periodieke beleggingen in de aandelenmarkt is dit een belangrijk argument. Daarnaast kunnen tussentijdse verliezen ervoor zorgen dat beleggers niet de hele looptijd volmaken, wat een (sterke) negatieve invloed heeft op het eindrendement. Achteraf gezien zal men namelijk meestal rond de bodem in de markt in paniek raken.
2. Mogelijke tussentijdse opnames uit de portefeuille.
Hoewel we met de beste intenties een lange termijn portefeuille voor de komende 10 jaar of langer kunnen opzetten, valt nog maar te bezien of er in de tussentijd niks ingrijpends gebeurd waardoor de belegger dringend om geld verlegen zit.
3. Het veranderen van de asset allocation.
Indien een belegger tussentijds switcht van 100% aandelen naar 50/50 aandelen en obligaties zal dit zijn eindrendement sterk beïnvloeden. Doordat DCA grote tussentijdse verliezen beter voorkomt is er minder noodzaak om te switchen naar andere beleggingen tijdens de looptijd.
4. Onbekende tijdshorizon.
Alle goede voornemens ten spijt, blijkt dat onze tijdshorizon meestal toch korter is dan we op voorhand van plan waren. Door allerlei redenen kan iemand eerder stoppen met zijn strategie. Juist omdat de daadwerkelijke horizon onbekend is, dient er extra aandacht te worden besteed aan de tussentijdse risico’s.
5. Tot slot zal een belegger zich met tussentijdse verliezen zich ernstige zorgen maken over of het eindrendement überhaupt wel wordt behaald. Deze spanning kan er toe leiden dat een belegger zijn horizon niet uitzit.
Het belangrijkste nadeel aan een DCA strategie is dat men rendement opgeeft, en des te langer men DCA toepast, des te meer rendement er wordt misgelopen.
Als we kijken naar de langste tijdshorizon in dit onderzoek (20 jaar), dan neemt het verwachte jaarlijkse rendement af van 10% (bij lump sum) tot 9.3% (bij 5-jaar DCA). Hoewel dit kleine verschillen zijn, komt dit bij een begin bedrag van € 100.000,- wel overeen met een eindresultaat van € 672.750,- voor lump sum versus € 588.014,- met 5-jaar DCA.
Desondanks heeft DCA nog wel een ander belangrijk voordeel ten opzichte van een lump sum belegging: de tijd dat de belegger in het rood staat neemt af. Kan iemand met een 20-jarige horizon met een lump sum belegging verwachten dat hij 15.1% van de tijd op verlies staat, een belegger die 5 jaar DCA heeft toegepast staat 8.1% van de tijd op verlies. Om dit in perspectief te zien komt dit overeen met iets meer dan 3 jaar versus 1 jaar en 7 maanden op verlies staan. De tijd dat een belegger op verlies staat wordt door dollar cost averaging gehalveerd.
Bij een 10-jaars horizon zijn de relevante data als volgt: de tijd dat men tijdens de looptijd op verlies staat is 22.3% (lump sum), 14.1% bij 3 jaar DCA, en 9.5% voor 5 jaar DCA. De overeenkomende eindwaardes zijn dan met een beginwaarde van een ton € 259.374,- , € 239.283,- en € 226.705,-.
ConcluderendOndanks dat het eindbedrag inderdaad afneemt bij dollar cost averaging, neemt ook het risico tijdens de looptijd behoorlijk af. Zowel de kans dat men een bepaald verlies oploopt is kleiner, als de tijd die men op verlies staat. De belegger dient zich dan ook af te vragen wat hij liever wil: een zo hoog mogelijk rendement, of een iets lager rendement maar met kleinere tussentijdse verliezen en kortere periodes dat men in het rood staat. Tot slot is een belangrijk nadeel aan de lump sum belegging dat men ook direct het volledig te beleggen bedrag moet inleggen: het is de vraag in hoeverre dit realistisch is voor een particuliere belegger. Dollar cost averaging lijkt een superieure strategie te zijn voor langere termijn beleggers.
Lees voor meer gedetailleerde informatie het uiterst leesbare 12 pagina’s tellende onderzoek. [PDF versie]
Trainor, W. J. Jr. (2005). Within-horizon exposure to loss for dollar cost averaging and lump sum investing. Financial Services Review, 14 (2005), 319-330.
Copyright © 2012 Psychologie en beleggen. This Feed is for personal non-commercial use only. If you are not reading this material in your news aggregator, the site you are looking at is guilty of copyright infringement. Please contact jos@psychologieenbeleggen.nl so we can take legal action immediately.Plugin by Taragana
---
Related Articles at Psychologie en beleggen:
- Money management regels van de Turtles
- De invloed van hedge fund manager eigenschappen op prestaties
- Valkuil: ‘Sunk cost effect’